Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:2603

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
12 februari 2026
Zaaknummer
C/09/699044 / KG RK 26-234
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:18 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak in bestuursrechtelijke hoofdzaak

Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die betrokken was bij een bestuursrechtelijke hoofdzaak betreffende verzet tegen een herzieningsverzoek. De hoofdzaak betrof een uitspraak van 10 december 2021, met een herzieningsverzoek dat op 12 september 2025 werd afgewezen. Verzoeker tekende hiertegen verzet aan, waarna op 12 december 2025 een einduitspraak werd gedaan.

De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld en geoordeeld dat de wet geen mogelijkheid biedt tot wraking nadat in de hoofdzaak een einduitspraak is gedaan. Hierdoor is het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een mondelinge behandeling, aangezien het recht op een mondelinge behandeling alleen geldt voor het debat over de gegrondheid van het verzoek.

De wrakingskamer heeft de beslissing op 11 februari 2026 in het openbaar uitgesproken en bepaald dat een afschrift van de beslissing aan verzoeker en de rechter wordt toegezonden. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Wrakingsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat in de hoofdzaak al een einduitspraak is gedaan.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Wrakingskamer
wrakingnummer 2026/05
zaak- /rekestnummer: C/09/699044 / KG RK 26-234
Beslissing van 11 februari 2026
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. E. Kouwenhoven,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.

1.De procedure

1.1.
Het schriftelijke wrakingsverzoek is ingekomen op de griffie van Team Belastingrecht op 14 januari 2026 en op 3 februari 2026 doorgestuurd naar de griffie van de wrakingskamer.
1.2.
De wrakingskamer heeft de beschikking over het dossier in de hoofdzaak.

2.Het wrakingsverzoek

2.1.
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer SGR 25/3607 V (hierna: de hoofdzaak). De hoofdzaak betreft een verzet tegen een herzieningsverzoek van de uitspraak van 10 december 2021 in de zaak SGR 20/5448, welk herzieningsverzoek op 12 september 2025 is afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker op 8 oktober 2025 verzet aangetekend. In de verzetprocedure heeft op 18 november 2025 een zitting plaatsgevonden. Op 12 december 2025 heeft de rechter in de verzetprocedure einduitspraak gedaan.

3.De beoordeling

3.1.
Het verzoek is gedaan nadat de rechter in de hoofdzaak einduitspraak heeft gedaan.
De wet voorziet echter niet in de mogelijkheid van wraking nadat einduitspraak is gedaan in de zaak van verzoeker. Om die reden kan verzoeker niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen. Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.

4.De beslissing

De wrakingskamer:
4.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek;
4.2.
beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 8:18, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt toegezonden aan:
• de verzoeker;
• de rechter.
Deze beslissing is gegeven door mrs. S.M. Krans, A.M.A. Keulen en E.E. Schotte, in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.L. van Nooijen-Kühler en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.