ECLI:NL:RBDHA:2026:2603
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak in bestuursrechtelijke hoofdzaak
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die betrokken was bij een bestuursrechtelijke hoofdzaak betreffende verzet tegen een herzieningsverzoek. De hoofdzaak betrof een uitspraak van 10 december 2021, met een herzieningsverzoek dat op 12 september 2025 werd afgewezen. Verzoeker tekende hiertegen verzet aan, waarna op 12 december 2025 een einduitspraak werd gedaan.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld en geoordeeld dat de wet geen mogelijkheid biedt tot wraking nadat in de hoofdzaak een einduitspraak is gedaan. Hierdoor is het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een mondelinge behandeling, aangezien het recht op een mondelinge behandeling alleen geldt voor het debat over de gegrondheid van het verzoek.
De wrakingskamer heeft de beslissing op 11 februari 2026 in het openbaar uitgesproken en bepaald dat een afschrift van de beslissing aan verzoeker en de rechter wordt toegezonden. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Wrakingsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat in de hoofdzaak al een einduitspraak is gedaan.