Eiser, een atheïstische Koerd uit de Koerdische regio Al-Hasakah in Syrië, diende een asielaanvraag in die door de minister van Asiel en Migratie werd afgewezen. De minister baseerde zijn besluit op het standpunt dat atheïsten en Koerden in Syrië niet als risicogroepen worden beschouwd en dat eiser geen persoonlijke vervolgingsvrees aannemelijk had gemaakt.
De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eiser geen gegronde vrees voor vervolging zou hebben, mede gezien de recente ontwikkelingen in Noordoost-Syrië die niet in het landgebonden beleid waren verwerkt. De minister had onvoldoende rekening gehouden met de veranderde machtsverhoudingen en de onduidelijke veiligheidssituatie.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op een nieuw besluit te nemen waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak. Tevens wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan eiser.