Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], V-nummer: [nummer], eiseres
de minister van Asiel en Migratie,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.drs. B.E.C. Bertens, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, van Ethiopische nationaliteit, diende op 23 juni 2025 een asielaanvraag in Nederland in. De minister nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Spanje verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening, mede omdat eiseres in het bezit was van een geldig Spaans visum. Nederland deed een verzoek tot overname aan Spanje, dat werd aanvaard.
Eiseres voerde aan dat de minister onvoldoende rekening had gehouden met haar persoonlijke ervaringen in Spanje, waaronder onveilige opvang en bedreigingen door Ethiopische netwerken, en dat de overdracht aan Spanje een onevenredige hardheid opleverde. De rechtbank oordeelde dat de minister terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Spanje en dat eiseres onvoldoende had onderbouwd dat zij geen toegang had tot de asielprocedure of opvang in Spanje.
Verder stelde de rechtbank dat de omstandigheden die eiseres aanvoerde niet voldoende bijzonder waren om de overdracht aan Spanje te weigeren op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. De minister hoefde geen nader onderzoek te doen naar psychische klachten omdat eiseres dit niet met medische gegevens had onderbouwd. Ook de relatie die eiseres in Nederland had aangegaan was onvoldoende om de aanvraag alsnog in behandeling te nemen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor het besluit van de minister in stand blijft en eiseres geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.