Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd ontvangen op 29 april 2023, waarna de minister niet binnen de wettelijke beslistermijn van 21 maanden heeft beslist. Eiseres stelde de minister op 12 september 2025 schriftelijk in gebreke, waarna zij meer dan twee weken later beroep instelde.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de minister niet tijdig heeft beslist en de ingebrekestelling correct is gedaan. De rechtbank bepaalt dat de minister binnen zes weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag dat de minister de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-.
De rechtbank kan geen bestuurlijke dwangsom vaststellen omdat de wettelijke bepalingen hierover sinds 15 april 2025 niet meer van kracht zijn, en de minister niet vóór die datum in gebreke is gesteld. Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot betaling van proceskosten aan eiseres van € 467,- wegens het inschakelen van professionele juridische hulp.