ECLI:NL:RBDHA:2026:2615

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 februari 2026
Publicatiedatum
12 februari 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2504886:R-RK en NL:TZ:2504593:R-RK
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot oplegging dwangakkoord en afwijzing WSNP-verzoek wegens duurzame arbeidsongeschiktheid

Verzoekster verkeert in een problematische schuldensituatie met een totale schuldenlast van €104.359,20 verdeeld over 33 schuldeisers. Zij heeft een schuldregeling voorgesteld waarbij een deel van de vorderingen wordt voldaan en het restant wordt kwijtgescholden. Hoewel de meerderheid van de schuldeisers instemde, weigerden PayPal en Kinderopvang Funny Kids mee te werken.

De rechtbank heeft het verzoek van verzoekster behandeld om een dwangakkoord op te leggen, zodat de weigering van deze schuldeisers kan worden doorbroken. De rechtbank stelt vast dat de schuldbemiddeling door de gemeente Den Haag deskundig en onafhankelijk is uitgevoerd en dat het voorstel goed onderbouwd is.

De belangenafweging leidt tot de conclusie dat het onredelijk is dat de weigerende schuldeisers niet instemmen, mede omdat verzoekster het maximaal haalbare voorstel heeft gedaan. Verzoekster ontvangt een volledige WIA IVA-uitkering en is duurzaam arbeidsongeschikt, wat haar financiële situatie beperkt. De meerderheid van de schuldeisers vertegenwoordigt ruim 96% van de schuldenlast en heeft ingestemd.

De rechtbank wijst het verzoek tot toelating tot de WSNP af omdat het dwangakkoord een gunstiger resultaat biedt voor alle schuldeisers. De rechtbank beveelt verweersters om in te stemmen met de schuldregeling en wijst het WSNP-verzoek af.

Uitkomst: De rechtbank legt het dwangakkoord op en wijst het verzoek tot toelating tot de WSNP af vanwege het maximaal haalbare voorstel en duurzame arbeidsongeschiktheid.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANKDEN HAAG
Team Toezicht
rekestnummers: NL:TZ:2504886:R-RK en NL:TZ:2504593:R-RK
vonnis van 2 februari 2026
in de zaak van
[verzoekster],
wonende te [woonplaats] ,
hierna: [verzoekster] ,
tegen
PayPal,
gevestigd te Luxemburg,
en
Kinderopvang Funny Kids,
gevestigd te Den Haag,
hierna: Funny Kids,
verweersters.
Waar deze zaak over gaat
[verzoekster] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Zij heeft een voorstel gedaan aan haar schuldeisers, waarbij een deel van de vordering wordt voldaan en het resterende deel door de schuldeiser wordt kwijtgescholden. Omdat niet alle schuldeisers met dit voorstel hebben ingestemd, heeft [verzoekster] de rechtbank verzocht het aangeboden akkoord dwingend op te leggen. Dit verzoek wordt door de rechtbank toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De feiten waar de rechtbank van uit gaat

1.1.
[verzoekster] heeft de afgelopen jaren een schuldenlast opgebouwd van € 104.359,20 aan 33 schuldeisers. Het is [verzoekster] niet gelukt om zelf een oplossing te vinden voor deze schulden. Met behulp van de gemeente Den Haag heeft zij voor het laatst op 4 juli 2024 een schuldregeling aangeboden (saneringsakkoord). Dit voorstel houdt in dat aan de schuldeisers met een recht van voorrang een uitkering ineens wordt aangeboden van 4,96% en aan de gewone schuldeisers een uitkering ineens van 2,48%, tegen kwijtschelding van het restant van hun vorderingen.
1.2.
PayPal is niet akkoord gegaan met dit voorstel. [verzoekster] heeft een schuld aan PayPal van € 103,30. Dat is 0,99% van de totale schuldenlast.
1.3.
Funny kids is ook niet akkoord gegaan met dit voorstel. [verzoekster] heeft een schuld aan Funny Kids van € 2.866,38. Dat is 2,75% van de totale schuldenlast.
1.4.
De overige 31 schuldeisers hebben het aanbod aanvaard.
1.5.
Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft [verzoekster] bij de rechtbank twee verzoeken ingediend. In de eerste plaats wil zij dat de rechtbank verweersters dwingt mee te werken aan de schuldregeling (een dwangakkoord oplegt). Wanneer de rechtbank dit verzoek afwijst, wil zij worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP).
1.6.
De rechtbank heeft bepaald vandaag uitspraak te doen.

2.De procedure

2.1.
De verzoeken van [verzoekster] zijn behandeld op de zitting van 26 januari 2026. Op deze zitting verschenen:
- [verzoekster] , vergezeld door [naam 1] , ambulant begeleider,
- [naam 2] en [naam 3] , schuldhulpverleners van de gemeente Den Haag,
- [naam 4] , beschermingsbewindvoerder.
2.2.
Verweersters zijn opgeroepen, maar niet op de zitting verschenen. Funny Kids heeft schriftelijk verweer gevoerd.

3.Standpunten van partijen

3.1.
[verzoekster] stelt dat het onredelijk is dat verweersters het aanbod niet aanvaarden. Volgens haar heeft zij al het mogelijke gedaan om het aangeboden percentage aan haar schuldeisers aan te bieden en kan zij niet meer aanbieden dan zij heeft gedaan. Het belang van de schuldeisers die wel met het voorstel hebben ingestemd wordt geschaad door de weigering van verweersters.
3.2.
PayPal heeft haar standpunt niet kenbaar gemaakt aan de rechtbank.
3.3.
Funny Kids stemt samengevat om de volgende redenen niet in met de aangeboden schuldregeling. Het voorstel is onvoldoende onderbouwd, het aanbod staat niet in verhouding tot de vordering en er worden onvoldoende zekerheden geboden. Bij toewijzing van het dwangakkoord wordt het belang van Funny Kids geschaad. Het voorstel is mogelijk niet het maximaal haalbare.

4.De beoordeling van de verzoeken

4.1.
De rechtbank zal het verzoek van [verzoekster] om een dwangakkoord op te leggen toewijzen. Hieronder wordt dit oordeel toegelicht.
Het beoordelingskader van een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord
4.2.
Een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord kan worden toegewezen als aan twee voorwaarden is voldaan. Ten eerste moet de rechtbank vaststellen dat de schuldbemiddeling op de juiste wijze is uitgevoerd door een daartoe bevoegde instantie. Ten tweede moet de rechtbank aan de hand van een belangenafweging vaststellen dat het onredelijk is dat verweersters weigeren in te stemmen met de aangeboden schuldregeling.
De schuldbemiddeling moet zijn uitgevoerd door een bevoegde instantie
4.3.
De rechtbank stelt vast dat de schuldbemiddeling is uitgevoerd door de gemeente
Den Haag. Dat betekent dat wordt voldaan aan de door wet gestelde voorwaarden, namelijk dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij. Het voorstel is naar het oordeel van de rechtbank bovendien goed en controleerbaar gedocumenteerd.
De rechtbank moet een belangenafweging maken
4.4.
Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser vrijstaat om te verlangen dat zijn vordering volledig wordt betaald. Tegelijkertijd is het belangrijk dat mensen met problematische schulden zicht hebben op een schuldenvrije toekomst. De wetgever biedt daar verschillende regelingen voor, waarbij mensen met schulden zich maximaal moeten inspannen om zo veel mogelijk af te lossen en daarna schuldenvrij verder kunnen. Schuldeisers moeten dan vaak wel afstand doen (van een (groot) deel) van hun vordering. Daarom kunnen schuldeisers alleen onder bijzondere omstandigheden gedwongen worden om in te stemmen met een aangeboden schuldregeling.
4.5.
De rechtbank kan een zogenaamd ‘dwangakkoord’ opleggen wanneer de weigering van de schuldeisers in de gegeven omstandigheden onredelijk is. Om te kunnen beoordelen of dat het geval is, moet de rechtbank de belangen van alle betrokkenen afwegen: van [verzoekster] zelf, van de weigerende schuldeisers en van de schuldeisers die wél hebben ingestemd. Op basis van die belangenafweging is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat een dwangakkoord hier op zijn plaats is.
[verzoekster] heeft het maximaal haalbare voorstel gedaan
4.6.
Het voorstel dat [verzoekster] aan haar schuldeisers heeft gedaan is het maximaal haalbare. Een beter voorstel is niet mogelijk. [verzoekster] ontvangt een volledige WIA IVA uitkering. Een dergelijke uitkering wordt uitsluitend verstrekt aan mensen die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn. Dat blijkt ook uit de door [verzoekster] overgelegde toekenningsbeslissing van 1 augustus 2022 van het UWV. In verband met de ernstige persoonlijke en progressieve problematiek kan [verzoekster] niet zelfstandig wonen. Zij verblijft binnen een gespecialiseerde woonzorglocatie. De rechtbank stelt vast dat [verzoekster] duurzaam arbeidsongeschikt is. Het aanbod dat in beginsel is gebaseerd op de WIA-uitkering is verhoogd met een bedrag van € 1.007,68 aan vermogen. [verzoekster] kampt sinds 2004 met schulden. [verzoekster] heeft sinds 16 februari 2021 beschermingsbewind. De (financiële) situatie is stabiel.
Deze regeling is in het belang van de andere schuldeisers
4.7.
De meerderheid van de schuldeisers, die samen ruim 96,26% van de totale schuldenlast vertegenwoordigen, heeft ingestemd met de aangeboden schuldregeling. De belangen van deze schuldeisers wegen, vanwege de gezamenlijke omvang, zwaarder dan dat van verweersters.
4.8.
Uit de bij het verzoekschrift gevoegde stukken blijkt dat het dwangakkoord voor alle schuldeisers tot een gunstiger resultaat leidt dan de WSNP. Toepassing van de WSNP leidt tot hoge kosten, doordat de vergoeding van de bewindvoerder uit het gespaarde saldo wordt voldaan. Hierdoor blijft een lagere uitkering voor de schuldeisers over.
Het WSNP-verzoek is niet langer aan de orde
4.9.
Omdat het verzoek tot het opleggen van een dwangakkoord zal worden toegewezen, heeft [verzoekster] geen belang meer bij haar verzoek om te worden toegelaten tot de WSNP. Dat verzoek zal daarom worden afgewezen.

5.De beslissing

De rechtbank:
- beveelt verweersters in te stemmen met de onder 1.1 bedoelde schuldregeling;
- wijst het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af.
Dit is een beslissing van mr. R. Cats, rechter, in samenwerking met F.J. Knaap LL.B., griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2026.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kan degene die in het ongelijk is gesteld gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.