Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:2625

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
12 februari 2026
Zaaknummer
09-326867-23
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenvonnis heropening en schorsing onderzoek wegens verschoningsverzoek rechter in ontuchtzaak gezondheidszorg

Op 11 februari 2026 heeft de rechtbank Den Haag een tussenvonnis gewezen in een strafzaak tegen een verdachte werkzaam in de gezondheidszorg. De verdachte wordt beschuldigd van ontuchtpleging met twee patiënten/cliënten door het betasten van hun borsten op verschillende data in 2022 en 2023.

Tijdens de terechtzitting van 4 februari 2026 heeft de officier van justitie een gevangenisstraf van vijf maanden geëist, waarvan drie maanden voorwaardelijk, met daarnaast een beroepsverbod van vijf jaar en een contactverbod met de benadeelden voor twee jaar. De verdediging en de benadeelde partij waren aanwezig en hebben hun standpunten naar voren gebracht.

Na sluiting van het onderzoek is gebleken dat een van de rechters een zakelijke relatie heeft met een betrokkene in het dossier, waardoor een verschoningsverzoek is ingediend. De rechtbank heeft daarop het onderzoek heropend en geschorst, met het bevel het onderzoek op een later tijdstip te hervatten. Dit tussenvonnis is uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag.

Uitkomst: Het onderzoek wordt heropend en geschorst vanwege een verschoningsverzoek van een rechter met zakelijke relatie tot een betrokkene.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht
Meervoudige kamer
Parketnummer: 09-326867-23
Datum uitspraak: 11 februari 2026
Tegenspraak
De rechtbank Den Haag, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende tussenvonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1965 te [geboorteland] ,
BRP-adres: [adres] .

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting 4 februari 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. S. Sleeswijk Visser en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw mr. C.W. Noorduyn naar voren is gebracht.
Ter terechtzitting is namens de benadeelde partij verschenen mr. T. Farber, advocaat te Amsterdam, die desgevraagd heeft verklaard daartoe bepaaldelijk gevolmachtigd te zijn
De officier van justitie mr S. Sleeswijk Visser heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het hem bij dagvaarding tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, alsmede een verbod tot het uitoefenen van zijn beroep voor de duur van 5 jaren en een contactverbod met de aangeefster van feit 1 en 3 voor de duur van 2 jaren.

2.De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1
hij op of omstreeks 25 januari 2022 te 's-Gravenhage, terwijl hij werkzaam was in de gezondheidszorg en/of maatschappelijke zorg, ontucht heeft gepleegd met [benadeelde 1] , die zich als patiënt en/of cliënt aan verdachtes hulp en/of zorg had toevertrouwd, door de borsten van die [benadeelde 1] te betasten;
2
hij op of omstreeks 4 maart 2022 te 's-Gravenhage, terwijl hij werkzaam was in de gezondheidszorg en/of maatschappelijke zorg, ontucht heeft gepleegd met [benadeelde 2] , die zich als patiënt en/of cliënt aan verdachtes hulp en/of zorg had
toevertrouwd, door de borst van die [benadeelde 2] te betasten;
3
hij op of omstreeks 6 november 2023 te 's-Gravenhage, terwijl hij werkzaam was in de gezondheidszorg en/of maatschappelijke zorg, ontucht heeft gepleegd met [benadeelde 1] , die zich als patiënt en/of cliënt aan verdachtes hulp en/of zorg had
toevertrouwd, door de borsten van die [benadeelde 1] te betasten;

3.Heropening en schorsing van het onderzoek ter terechtzitting

Na de sluiting van het onderzoek is in raadkamer gebleken dat de jongste rechter wegens een onvoorziene omstandigheid (een zakelijke relatie in de kring rondom een betrokkene in het dossier) een verschoningsverzoek wil indienen bij de verschoningskamer van de rechtbank Den Haag.
Daarom zal het onderzoek worden heropend en geschorst.
Beslissing
De rechtbank,
heropent en schorst het onderzoek en beveelt dat het onderzoek zal worden hervat op een nader te bepalen terechtzitting.
Dit tussenvonnis is gewezen door
mr. Y.J. Wijnnobel-van Erp, voorzitter,
mr. M.R. Aaron, rechter,
mr. J.A. Kramer, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. R.J. van Egmond en mr. M.F. van Straaten, griffiers,
uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 februari 2026.