Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
hij op of omstreeks 24 juli 2025 te 's-Gravenhage opzettelijk brand heeft gesticht en/of een ontploffing teweeg heeft gebracht, door open vuur en/of een aansteker in aanraking te brengen met een doek en/of een rol papier, terwijl daarvan gemeen gevaar voor een of meer goederen, te weten een behandeltafel en/of andere goederen in de spreekkamer te duchten was;
hij op of omstreeks 24 juli 2025 te 's-Gravenhage opzettelijk en wederrechtelijk een ruit, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [instelling 2] , toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
hij op of omstreeks 24 juli 2025 te 's-Gravenhage opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van een gebouw aan [adres 2] , in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [bedrijf] B.V., toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.
3.De bewijsbeslissing
in de bijlageopgenomen de wettige bewijsmiddelen.
hij op 24 juli 2025 te 's-Gravenhage opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met een doek, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten een behandeltafel en andere goederen in de spreekkamer te duchten was;
hij op 24 juli 2025 te 's-Gravenhage opzettelijk en wederrechtelijk een ruit, die aan een ander, te weten aan [instelling 2] , toebehoorde heeft vernield;
hij op 24 juli 2025 te 's-Gravenhage opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van een gebouw aan [adres 2] , die aan een ander, te weten aan [bedrijf] B.V., toebehoorde heeft vernield.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
De reclassering ziet de noodzaak tot het inzetten van nieuwe interventies voor de verdachte, om de kans op recidive terug te dringen. Op basis van de huidige informatie acht de reclassering een (klinische) behandeling nodig in verband met de terugval van de verdachte in drugsgebruik, zijn psychosen en omdat het hem ontbreekt aan huisvesting en dagbesteding. Door de weigering van de verdachte om met de Pro Justitia rapporteurs in gesprek te gaan, heeft de reclassering geen gedragsdeskundige onderbouwing voor het opstellen van een passend plan van aanpak.
De verdachte heeft laten zien dat het hem niet zelfstandig lukt om zijn leven op de rails te houden, ondanks de inzet van vrijwillige hulpverlening. Zodoende wordt de inzet van een verplichtend kader geïndiceerd. Binnen een langdurig toezicht lukt het de verdachte wellicht wel om abstinent te blijven, waardoor de kans op recidive afneemt en langer bestendigd kan worden. De verdachte staat open voor een langdurig toezicht in het kader van een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel, wat door de reclassering als passend wordt beschouwd om na een eventuele straf of maatregel op te leggen, zodat de kans op terugval langduriger kan worden beperkt.
7.De vordering van de benadeelde partij
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
12 (TWAALF) MAANDEN;
4 (VIER) MAANDEN, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op
3 (DRIE) JARENvastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
[instelling 3]niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;