ECLI:NL:RBDHA:2026:2635
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van gedetineerde in civiele procedure over klachtenbehandeling
De gedetineerde diende verschillende klachten in bij de Commissie van Toezicht van de Penitentiaire Inrichting, waarop niet tijdig werd beslist. Hij vorderde een verklaring voor recht dat de Staat de klachten niet binnen de wettelijke termijn had behandeld en dat de Staat verplicht werd deze alsnog binnen zeven dagen af te handelen.
De Staat voerde verweer dat de civiele rechter niet-ontvankelijk moest verklaren omdat de Penitentiaire beginselenwet een bijzondere rechtsgang biedt via de beklagcommissie en de beroepscommissie van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming. Tevens stelde de Staat dat de gedetineerde geen belang meer had bij de procedure omdat hij niet meer in detentie was.
De rechtbank oordeelde dat de civiele rechter niet bevoegd is om over deze klachten te oordelen omdat de bijzondere rechtsgang met voldoende waarborgen is omkleed. De gedetineerde werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank wees ook de wettelijke rente toe over de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de gedetineerde niet-ontvankelijk omdat de civiele rechter niet bevoegd is en veroordeelt hem in de proceskosten.