ECLI:NL:RBDHA:2026:2643

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 januari 2026
Publicatiedatum
13 februari 2026
Zaaknummer
C/09/672128 / FA RK 24-6446
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing gezamenlijk gezag en aanpassing omgangsregeling tussen ouders

De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van de vader om gezamenlijk gezag te verkrijgen over zes minderjarige kinderen en een aanpassing van de omgangsregeling. Eerder was een voorlopige omgangsregeling vastgesteld waarbij de kinderen eenmaal per veertien dagen op zondag van 10:00 tot 17:00 uur bij de vader waren.

De vader wilde gezamenlijk gezag met de moeder, maar de moeder stelde dat de vader niet met haar communiceert, waardoor gezamenlijk gezag niet in het belang van de kinderen zou zijn. De rechtbank oordeelde dat gezamenlijk gezag alleen kan worden toegekend als ouders in staat zijn tot behoorlijk overleg en gezamenlijke besluitvorming. Omdat de vader alleen via e-mail of WhatsApp contact wil en geen direct contact, bestaat het risico dat de kinderen klem komen te zitten.

De rechtbank wees daarom het verzoek tot gezamenlijk gezag af. De omgangsregeling werd aangepast: de bezoekduur werd verkort tot 16:00 uur in plaats van 17:00 uur, omdat het terugbrengen van de kinderen te laat was voor de jongste kinderen. De ouders zijn het eens over voortzetting van de regeling en uitbreiding met overnachtingen zodra de vader over eigen woonruimte beschikt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Verzoek tot gezamenlijk gezag afgewezen en omgangsregeling aangepast door verkorting bezoekduur tot 16:00 uur.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-6446
Zaaknummer: C/09/672128
Datum beschikking: 13 januari 2026

Gezag en omgang

Beschikkingop het op 9 september 2024 en op 20 augustus 2025 ingekomen verzoek van:

[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S.C.A.C. Gubbels te Waalwijk.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L.A. Alderlieste te Rotterdam.
Als informant wordt aangemerkt:

[naam 1] ,

werkzaam bij [bedrijfsnaam] te [plaats] .

Procedure

Bij beschikking van deze rechtbank van 16 september 2025 is – voor zover hier van belang –:
- het verzoek van de vader tot het gelasten van een DNA-onderzoek afgewezen;
- de vader toestemming verleend, welke toestemming die van de moeder vervangt, tot erkenning van de minderjarige [de minderjarige 6] ;
- een voorlopige regeling bepaald, inhoudende dat de kinderen met ingang van [geboortedatum 3] 2025
voorlopigbij de vader zijn eenmaal per veertien dagen op zondag van 10:00 uur tot 17:00 uur, waarbij de vader de kinderen (op tijd) bij de moeder ophaalt en terugbrengt;
- een definitieve beslissing ter zake de omgangs- c.q. zorgregeling en het verzoek tot gezamenlijk gezag over de kinderen aangehouden, ten einde de voortgang van de hulpverlening en het verloop van de voorlopige regeling ter zitting te evalueren.
Op 16 december 2025 is de behandeling op de zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen: de vader met zijn advocaat, de moeder met haar advocaat, [naam 1] en [naam 2] namens de Raad voor de kinderbescherming.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist.
Gezamenlijk gezag
De vader handhaaft zijn verzoek om hem samen met de moeder te belasten met het gezamenlijk gezag over [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] , [de minderjarige 4] , [de minderjarige 5] en [de minderjarige 6] . Volgens de vader is er geen reden om af te wijken van het uitgangspunt van de wetgever dat de ouders gezamenlijk het gezag over de kinderen uitoefenen. De vader geeft aan dat hij niet voornemens is gezagsbeslissingen ten behoeve van voornoemde kinderen te belemmeren. Dit blijkt volgens hem ook uit het feit dat hij samen met de moeder gezag over [de minderjarige 3] uitoefent en dit tot nu toe niet tot problemen heeft geleid. De vader wenst ook een aan de moeder gelijkwaardige rol in de verzorging en opvoeding van de andere kinderen van partijen te vervullen, waarbij hij inspraak en zeggenschap heeft in belangrijke beslissingen.
De moeder stelt zich op het standpunt dat het verzoek van de vader moet worden afgewezen. Hiertoe voert zij aan dat de vader niet met haar wil communiceren, waardoor het niet mogelijk is om uitvoering te kunnen geven aan gezamenlijk gezag. Zij vindt gezamenlijk gezag dan ook niet in het belang van de kinderen.
De rechtbank stelt bij haar beoordeling voorop dat het uitgangspunt van de wetgever is dat de ouders gezamenlijk het gezag over hun kind uitoefenen, nu dit in het belang van het kind wordt geacht. Hiervoor is echter wel vereist dat de ouders daadwerkelijk in staat zijn tot een behoorlijk overleg over zaken die de kinderen aangaan en dat zij beslissingen van enig belang over hun kinderen in gezamenlijk overleg kunnen nemen, althans dat zij in staat zijn afspraken te maken over situaties die zich rond de kinderen kunnen voordoen.
Ten aanzien van [de minderjarige 6] merkt de rechtbank daarbij op dat de vader haar nog niet heeft erkend zodat gezamenlijk gezag op dit moment nog niet aan de orde is. Op de zitting is gebleken dat de vader op geen enkele wijze contact met de moeder wil hebben, behalve per e-mail of Whatsappbericht. In de toekomst zullen er echter belangrijke beslissingen genomen moeten worden, zoals bijvoorbeeld de keuze voor een middelbare school of medische beslissingen. Hiervoor is vereist dat sprake is van een minimale vorm van contact tussen partijen, zodat er een goede invulling kan worden gegeven aan het gezag. Nu de vader hier niet voor openstaat, bestaat er naar het oordeel van de rechtbank een onaanvaardbaar risico dat de kinderen klem of verloren raken tussen partijen als gezamenlijk gezag wordt toegekend en is ook niet te verwachten dat hier binnen afzienbare tijd verandering in komt. Het voorgaande brengt met zich mee dat de rechtbank het verzoek van de vader tot gezamenlijk gezag zal afwijzen.
Omgangs- c.q. zorgregeling
Opmerking vooraf
De rechtbank zal hierna spreken over een omgangsregeling. Nu partijen belast zijn met het gezamenlijk gezag voer [de minderjarige 3] , wordt voor [de minderjarige 3] een zorgregeling bedoeld.
Inhoudelijke beoordeling
Bij beschikking van 16 september 2025 is bepaald dat de kinderen voorlopig bij de vader zullen zijn eenmaal per veertien dagen op zondag van 10:00 uur tot 17:00 uur, waarbij de vader de kinderen bij de moeder ophaalt en terugbrengt. Volgens de vader loopt deze regeling goed. Hij wil dan ook de huidige regeling voortzetten zolang hij niet over een eigen woonruimte beschikt. Gelet op de leeftijd van de jongste kinderen, merkt de vader echter wel dat het tijdstip van terugbrengen te laat is. Om deze reden brengt hij de kinderen regelmatig eerder bij de moeder terug. De vader wil graag de huidige regeling uitbreiden met een overnachting op het moment dat hij over woonruimte beschikt waar hij de kinderen kan ontvangen.
De moeder vindt het in het belang van de kinderen dat zij op een structurele basis contact met de vader hebben. De moeder staat dan ook niet onwelwillend tegenover het definitief vastleggen van de voorlopige omgangsregeling en het uitbreiden van de omgangsregeling, mits de vader de regeling naar behoren nakomt. Volgens de moeder brengt de vader de kinderen nu vaak eerder terug, zonder dat hij haar hier van tevoren over informeert. Dit vindt zij niet wenselijk.
De rechtbank overweegt als volgt. De ouders zijn het erover eens dat de huidige omgangsregeling moet worden voortgezet. Het is hierbij wel van groot belang dat de vader de vastgelegde tijdstippen stipt nakomt. Nu gebleken is dat het eindtijdstip van 17:00 uur met name voor de jongste kinderen te laat is, zal de rechtbank bepalen dat de kinderen voortaan bij de vader zullen zijn eenmaal per veertien dagen op zondag van 10:00 uur tot 16:00 uur, waarbij de vader de kinderen bij de moeder ophaalt en terugbrengt. Daarnaast zijn de ouders het erover eens dat op termijn de omgangsregeling kan worden uitgebreid met een overnachting, op het moment dat de vader eigen woonruimte heeft. De rechtbank vindt dit in principe ook in het belang van de kinderen. Op dit moment is het echter nog te vroeg om een specifieke regeling voor de toekomst vast te leggen omdat het nog niet duidelijk is wanneer dit zal zijn en er veel zal veranderen in het leven van de kinderen. Zo zal de oudste op enig moment naar de middelbare school gaan en mogelijk andere activiteiten en behoeftes hebben dan de jongere kinderen. Gelet hierop zullen de ouders tegen de tijd dat de vader over een eigen woonruimte beschikt met elkaar tot nieuwe afspraken moeten komen.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 16 september 2025:
bepaalt dat de minderjarigen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2014 te [geboorteplaats 1] ,
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2015 te [geboorteplaats 2] ,
- [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2016 te [geboorteplaats 2] ,
- [de minderjarige 4] , geboren op [geboortedatum 4] 2019 te [geboorteplaats 1] ,
- [de minderjarige 5] , geboren op [geboortedatum 5] 2020 te [geboorteplaats 1] , en
- [de minderjarige 6] , geboren op [geboortedatum 6] 2022 te [geboorteplaats 1] ,
bij de vader zullen zijn eenmaal per veertien dagen op zondag van 10:00 uur tot 16:00 uur, waarbij de vader de kinderen (op tijd) bij de moeder ophaalt en terugbrengt;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. A.J.A. Olthoff als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 januari 2026.