Uitspraak
Gezag en omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Beschikking op het op 15 november 2024 ingekomen verzoek van:
[de vader],
[de moeder],
Procedure
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek;
- het F9-formulier van de moeder van 9 december 2025, met bijlage, tevens aanvullend zelfstandig verzoek;
- het verweerschrift op de zelfstandige verzoeken van de moeder.
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Feiten
- Partijen hebben een affectieve relatie gehad.
- Zij zijn de ouders van het volgende nog minderjarige kind:
- De vader heeft [minderjarige] erkend.
- [minderjarige] woont bij de moeder.
- De moeder is van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over [minderjarige] belast.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 8 mei 2025 is het verzoek van de vader tot het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 11 augustus 2025 heeft de voorzieningenrechter een voorlopige omgangsregeling tussen de vader en [minderjarige] vastgesteld, inhoudende dat [minderjarige] bij de vader is:
Verzoek en verweer
- te bepalen dat de vader gezamenlijk met de moeder wordt belast met het gezamenlijk ouderlijk gezag over [minderjarige];
- een regeling inzake de omgang tussen de vader en [minderjarige] c.q. een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast te stellen in die zin dat:
- dat het verzoek van de vader om mede met het ouderlijk gezag te worden belast zal worden afgewezen, dan wel aan hem zal worden ontzegd;
- ter zake van de omgangs-/zorgregeling:
Beoordeling
Beslissing
voorlopigeomgangsregeling tussen de vader en [minderjarige] vast, inhoudende dat [minderjarige] bij de vader is:
- iedere woensdag van 16.00 uur tot 19.00 uur;
- om het weekend op zondag van 10.00 uur tot 17.00 uur;
ten aanzien van het gezag en de omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstakenaan tot
15 juli 2026 pro forma.