Partijen zijn ouders van drie minderjarige kinderen en hadden een omgangsregeling waarbij de vader het recht had om de kinderen in het weekend en een deel van de herfstvakantie te zien. De moeder verzocht de rechtbank om deze regeling te wijzigen zodat er geen omgang meer zou zijn, omdat de vader de omgang al geruime tijd niet nakomt en er geen contact meer is tussen vader en kinderen.
De vader voerde geen verweer en gaf aan het belangrijk te vinden dat er rust is voor de kinderen. De rechtbank heeft de minderjarige [minderjarige 1] gehoord, die aangaf het niet prettig te vinden om contact met haar vader te hebben. Gezien het langdurige gebrek aan contact en het ontbreken van communicatie tussen de ouders, oordeelde de rechtbank dat het voortduren van de omgangsregeling niet in het belang van de kinderen is.
De rechtbank wijzigde daarom de eerdere beschikking en stelde vast dat er geen omgangsregeling meer geldt tussen de vader en de kinderen. De rechtbank gaf de vader in overweging een brief aan de kinderen te schrijven om het contact op een positieve wijze af te sluiten, maar verplichtte hem hiertoe niet. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven.