ECLI:NL:RBDHA:2026:2681

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 januari 2026
Publicatiedatum
13 februari 2026
Zaaknummer
C/09/651479 / FA RK 23-5472
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:26a BWArt. 1:26b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verklaring voor recht en inschrijving Tunesische geboorteakte in Nederlandse registers

Verzoeker, geboren in Tunesië en houder van de Nederlandse nationaliteit, verzocht de rechtbank om een verklaring voor recht dat zijn Tunesische geboorteakte van 14 december 2023 rechtsgeldig is en om inschrijving daarvan in de Nederlandse registers van de burgerlijke stand. De ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage werd als belanghebbende betrokken en voerde verweer.

Tijdens de zitting werd besproken dat het initiële verzoek om de geslachtsnaam te corrigeren niet direct tot het gewenste rechtsgevolg zou leiden. Verzoeker wijzigde daarop zijn verzoek om de geboorteakte te laten erkennen en in te schrijven. De ambtenaar had geen bezwaar tegen toewijzing van dit gewijzigde verzoek.

De rechtbank oordeelde dat de geboorteakte, voorzien van een apostille en opgemaakt door een bevoegde instantie volgens de plaatselijke voorschriften, vatbaar is voor opname in het Nederlandse register van de burgerlijke stand. Op grond van artikel 1:26a en 1:26b BW werd de verklaring voor recht afgegeven en de inschrijving gelast.

De rechtbank wees het meer of anders verzochte af en deed uitspraak op 13 januari 2026 in aanwezigheid van de rechter en griffier.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de Tunesische geboorteakte rechtsgeldig en gelast de inschrijving in het Nederlandse register van geboorten.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 23-5472
Zaaknummer: C/09/651479
Datum beschikking: 13 januari 2026

Verklaring voor recht

Beschikking op het op 19 juni 2023 ingekomen verzoekschrift van:

[verzoeker] ,

verzoeker,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S. Karami in Amsterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage,

zetelend in ’s-Gravenhage,
hierna: de ambtenaar.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift, met bijlagen;
  • het gewijzigd c.q. aanvullend verzoekschrift, met bijlagen;
  • het bericht van 20 september 2023 van verzoeker, met bijlagen;
  • het bericht van 26 oktober 2023 van verzoeker, met bijlage;
  • het bericht van 28 november 203 van de ambtenaar;
  • het bericht van 4 februari 2024 van verzoeker, met bijlage;
  • het bericht van 15 februari 2024 van verzoeker, met bijlage;
  • het bericht van 21 maart 2024 van de ambtenaar;
  • het bericht van 2 mei 2024 van verzoeker, met bijlagen;
  • het bericht van 18 juli 2024 van de ambtenaar;
  • het bericht van 23 januari 2025 van verzoeker, met bijlage;
  • het bericht van 7 april 2025 van verzoeker, met bijlagen;
  • het bericht van 6 juni 2025 van de ambtenaar;
  • het bericht van 20 oktober 2025 van verzoeker, met bijlage.
Op 4 november 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • verzoeker bijgestaan door mr. A. Azauiyat als waarnemend advocaat en een tolk;
  • [naam 1] en [naam 2] namens de ambtenaar.
Na de zitting heeft de rechtbank ontvangen:
  • het bericht van 17 november 2025 van verzoeker, waarin hij zijn verzoek wijzigt;
  • het bericht van 1 december 2025 van de ambtenaar.

Feiten

  • Verzoeker is geboren op [geboortedatum 1] 1958 in [geboorteplaats 1] , Tunesië.
  • Verzoeker heeft de Nederlandse nationaliteit.
  • Verzoeker is de vader van de volgende jongmeerderjarige kinderen:
  • [de jongmeerderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2006 in [geboorteplaats 2] ;
  • [de jongmeerderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2007 in [geboorteplaats 2] .

Verzoek en verweer

Verzoeker verzoekt, zoals het verzoek na wijziging na de zitting luidt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
  • voor recht te verklaren dat de Tunesische geboorteakte van verzoeker van 14 december 2023, waarin zijn geslachtsnaam staat vermeld, overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt en naar zijn aard voor opneming in een register van de burgerlijke stand vatbaar is;
  • de ambtenaar te gelasten een toevoeging van een latere vermelding van de Tunesische geboorteakte van verzoeker van 14 december 2023 in de Nederlandse registers van de burgerlijke stand te plaatsen, met als gevolg dat [verzoeker] wordt aangepast naar [verzoeker] ;
  • althans een zodanige beslissing te nemen als de rechtbank juist acht.
De ambtenaar voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Op de zitting is met (de advocaat van) verzoeker en de ambtenaar besproken dat toewijzing van het initiële verzoek van verzoeker om voor recht te verklaren dat de uitspraak van de rechtbank in Tunis, Tunesië van 26 oktober 2006 door een bevoegde instantie is opgemaakt en naar zijn aard voor opneming in de registers van de burgerlijke stand vatbaar is, niet kan leiden tot het door verzoeker beoogde rechtsgevolg te weten dat zijn geslachtsnaam wordt gecorrigeerd. Vervolgens is besproken hoe de wens van verzoeker om zijn geslachtsnaam ook in Nederland te corrigeren van [verzoeker] naar [verzoeker] wel bewerkstelligd kan worden. Verzoeker heeft zijn verzoek na de zitting dienovereenkomstig gewijzigd.
De ambtenaar gaat ervan uit dat verzoeker thans verzoekt om een verklaring voor recht af te geven dat de op 14 december 2023 afgegeven en van een apostille voorziene geboorteakte van verzoeker overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt en naar zijn aard vatbaar is voor opname in de registers van de burgerlijke stand en om een last tot inschrijving van voornoemde voor recht verklaarde geboorteakte. Indien deze aanname van de ambtenaar juist is, heeft de ambtenaar geen bezwaar tegen toewijzing van de verzoeken van verzoeker.
De rechtbank overweegt als volgt. Artikel 1:26 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat een ieder die daarbij een gerechtvaardigd belang heeft, de rechtbank kan verzoeken een verklaring voor recht af te geven dat een op hem betrekking hebbende, buiten Nederland opgemaakt akte of gedane uitspraak overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt of gedaan en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in een Nederlands register van de burgerlijke stand.
Gelet op de stukken en de standpunten van verzoeker en de ambtenaar, komt de rechtbank tot het oordeel dat de op 14 december 2023 afgegeven en van een apostille voorziene geboorteakte van verzoeker vatbaar is voor inschrijving in het register van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage, omdat deze conform de plaatselijke voorschriften en door een bevoegde instantie is opgemaakt. Daarom zal de rechtbank de door verzoeker verzochte verklaring voor recht afgeven en op grond van artikel 1:26b BW gelasten dat de op 14 december 2023 afgegeven en van een apostille voorziene geboorteakte van verzoeker in het register van geboorten van de burgerlijke stand wordt opgenomen. De rechtbank zal aldus beslissen en het meer of anders verzochte afwijzen.

Beslissing

De rechtbank:
verklaart voor recht dat de Tunesische geboorteakte van verzoeker (extrait des registres de l’etat civil naissance, copie intégrale de l’acte), nummer [nummer] van het jaar 1958, voorkomend in het register van geboorten van de gemeente [plaats] , provincie [provincie] , Tunesië, relaterend de geboorte van verzoeker, waarvan een kopie aan deze beschikking is gehecht, overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in een Nederlands register van de burgerlijke stand;
gelast de inschrijving in het register van geboorten van de gemeente ’s-Gravenhage van voornoemde akte;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.L. Strop, rechter, in tegenwoordigheid van
mr. S. Sluijmer als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 13 januari 2026.