ECLI:NL:RBDHA:2026:2717
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
De rechtbank Den Haag heeft op 11 februari 2026 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak over de voortzetting van een maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser betoogde dat er geen zicht was op uitzetting en dat de minister onvoldoende voortvarend handelde, waardoor een lichter middel had moeten worden toegepast.
De rechtbank overwoog dat de maatregel tot het sluiten van het onderzoek op 23 december 2025 rechtmatig was en beoordeelde nu alleen de rechtmatigheid sinds dat moment. Uit de stukken bleek dat er zicht is op uitzetting naar Algerije en Marokko, en dat de minister meerdere rappels heeft gedaan bij de autoriteiten en een vertrekgesprek met eiser heeft gevoerd. De rechtbank vond dat de minister voldoende voortvarend heeft gehandeld.
Verder oordeelde de rechtbank dat het enkele tijdsverloop sinds oplegging van de maatregel onvoldoende is om een lichter middel te rechtvaardigen. Ook ambtshalve toetsing leidde niet tot een ander oordeel. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.