Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 2 december 2024 en moest binnen zes maanden beslissen. Eiser stelde de minister op 21 september 2025 schriftelijk in gebreke, waarna het beroep werd ingediend.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de minister niet binnen de wettelijke beslistermijn heeft besloten. De rechtbank legt een nadere beslistermijn van acht weken op, waarbinnen de minister alsnog een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd bij overschrijding, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast krijgt eiser een proceskostenvergoeding van € 467,- toegekend, omdat hij een professionele gemachtigde inschakelde en de zaak alleen over de overschrijding van de beslistermijn ging. De uitspraak is gedaan zonder zitting en in het openbaar bekendgemaakt op 9 januari 2026.