ECLI:NL:RBDHA:2026:2727
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens verantwoordelijkheid Frankrijk
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL26.4154), acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af en kent verzoeker geen proceskostenvergoeding toe. De uitspraak is gedaan op 12 februari 2026 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.