Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvragen op 1 november 2023, maar heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van 21 maanden een besluit genomen. Eisers stelden de minister op 13 augustus 2025 schriftelijk in gebreke, waarna zij meer dan twee weken later beroep instelden.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat de minister niet tijdig heeft beslist. De rechtbank bepaalt dat de minister binnen zes weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat de minister de termijn overschrijdt.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot betaling van proceskosten aan eisers van € 467,-, omdat zij een professionele gemachtigde hebben ingeschakeld. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een hogere dwangsom en houdt rekening met het belang van zowel snelle als zorgvuldige besluitvorming.
De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier A.W. van Eerden en is op 11 februari 2026 in het openbaar uitgesproken.