Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd ontvangen op 7 november 2023, waarna de minister de uiterste beslistermijn van 21 maanden overschreed. Eiser stelde de minister op 13 augustus 2025 schriftelijk in gebreke en diende daarna beroep in, wat volgens de rechtbank kennelijk gegrond is.
De rechtbank overweegt dat de minister binnen acht weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen, waarbij rekening is gehouden met het belang van zowel snelle als zorgvuldige besluitvorming. De rechtbank legt een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat de minister de termijn overschrijdt.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 467,-, vanwege het inschakelen van professionele juridische hulp. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en verklaart het beroep gegrond, waarmee eiser in het gelijk wordt gesteld.