Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd ontvangen op 20 oktober 2023, terwijl de uiterste beslistermijn van 21 maanden inmiddels was verstreken toen eiser op 10 oktober 2025 de minister in gebreke stelde.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat eiser meer dan twee weken na ingebrekestelling beroep heeft ingesteld en de minister niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist. De rechtbank legt een nadere beslistermijn van acht weken op, rekening houdend met het belang van snelle en zorgvuldige besluitvorming en het feit dat eiser nog niet is gehoord over zijn asielmotieven.
Daarnaast wordt een dwangsom van € 100 per dag opgelegd voor elke dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000. De minister wordt tevens veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser van € 467, vanwege de inschakeling van professionele juridische hulp en de aard van het geschil.