Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd ontvangen op 1 november 2023, terwijl de uiterste beslistermijn van 21 maanden inmiddels was verstreken toen eiser op 10 oktober 2025 de minister in gebreke stelde. Na het verstrijken van twee weken zonder besluit heeft eiser beroep ingesteld.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de minister niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist. De rechtbank legt een nadere beslistermijn van zes weken op, rekening houdend met het belang van snelle en zorgvuldige besluitvorming en het feit dat de minister nog geen vervolgactie heeft ondernomen na het horen van eiser over zijn asielmotieven.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt. Tevens wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 467,- vanwege de inschakeling van professionele juridische hulp en de aard van het geschil.