ECLI:NL:RBDHA:2026:2769

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 februari 2026
Publicatiedatum
13 februari 2026
Zaaknummer
NL25.60690
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag na eerdere gegronde uitspraak

Eiser heeft op 9 december 2025 een eerste beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 1 maart 2024. Tijdens deze procedure heeft eiser op 10 december 2025 een tweede beroep ingediend met hetzelfde doel, namelijk het stellen van een nadere beslistermijn voor de minister onder verbeurte van een last onder dwangsom.

De rechtbank heeft op 2 februari 2026 uitspraak gedaan op het eerste beroep en dit gegrond verklaard. De minister is toen opgedragen binnen acht weken na de uitspraak alsnog een besluit te nemen op de aanvraag. Hierdoor is het doel van het tweede beroep bereikt.

De rechtbank oordeelt dat eiser daardoor geen procesbelang meer heeft bij het tweede beroep en verklaart dit beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het tweede beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.60690

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. M. Rasul),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 1 maart 2024.
1.1.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank dient ambtshalve te beoordelen of eiser procesbelang heeft bij een beoordeling van dit beroep. Naar het oordeel van de rechtbank ontbreekt dit procesbelang.
3. Eiser heeft op 9 december 2025 beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag (NL25.60276, het eerste beroep). Lopende die procedure heeft eiser op 10 december 2025 onderhavig beroep ingesteld (het tweede beroep).
4. Deze rechtbank heeft op 2 februari 2026 uitspraak gedaan op het eerste beroep en dat gegrond verklaard. Voor zover hier van belang, is de minister opgedragen om binnen acht weken na de dag van het bekendmaken van die uitspraak alsnog een besluit op de aanvraag bekend te maken.
5. Het tweede beroep van eiser is ingediend met hetzelfde doel als het eerste beroep, namelijk het stellen van een nadere beslistermijn voor de minister onder verbeurte van een last onder dwangsom. Omdat is beslist op het eerste beroep, is dat doel bereikt. Eiser heeft daarom geen belang meer bij een beslissing op het tweede beroep.

Conclusie en gevolgen

6. Gelet op het voorgaande is het onderhavige beroep van eiser tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van
A.S. van der Veen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).