ECLI:NL:RBDHA:2026:2772

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 februari 2026
Publicatiedatum
13 februari 2026
Zaaknummer
NL25.20256
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:2 AwbArt. 3:46 AwbArt. 8:71 AwbArt. 28 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende risicoanalyse en erkenning alleenstaande moeder

Eiseres, van Nigeriaanse nationaliteit, diende op 18 januari 2022 een asielaanvraag in die door de minister van Asiel en Migratie op 4 april 2025 en aanvullend op 11 augustus 2025 werd afgewezen. De rechtbank beoordeelde het beroep op deze afwijzing op 24 november 2025.

De rechtbank oordeelt dat de minister ten onrechte eiseres niet als alleenstaande moeder heeft erkend, terwijl zij sinds 2019 alleen met haar drie kinderen in Nederland verblijft en de vader van de kinderen niet in beeld is. Tevens heeft de minister onvoldoende gemotiveerd waarom eiseres bij terugkeer naar Nigeria geen reëel risico loopt op represailles van een mensenhandelaar en op vrouwenbesnijdenis van haar dochters.

De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht en draagt de minister op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot betaling van de proceskosten van €1.868,-.

Deze hersteluitspraak corrigeert een taalfout in de oorspronkelijke uitspraak van 12 februari 2026 en treedt in de plaats daarvan.

Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de asielaanvraag en draagt de minister op een nieuw besluit te nemen binnen acht weken.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.20256

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam 1] , eiseres,

geboren op 12 december 1992,
V-nummer: [v-nummer 1] ,
mede namens haar minderjarige kinderen:
[naam 2],
geboren op [geboortedatum 2] ,
V-nummer: [v-nummer 2] ,
[naam 3],
geboren op [geboortedatum 3] ,
V-nummer: [v-nummer 3] ,
[naam 4],
geboren op [geboortedatum 4] ,
V-nummer: [v-nummer 4] ,
allen van Nigeriaanse nationaliteit,
(gemachtigde: mr. P.A.J. Mulders),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. Ö. Sari).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vw [1] . Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft op 18 januari 2022 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Zij stelt van Nigeriaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op 12 december 1992. De minister heeft met het bestreden besluit van 4 april 2025, aangevuld op 11 augustus 2025, deze aanvraag afgewezen als ongegrond.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 24 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, een tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Voorgeschiedenis
3. Eiseres heeft op 8 juli 2019 in Nederland asiel aangevraagd. De staatssecretaris (nu: de minister) heeft de aanvraag bij besluit van 18 oktober 2019 niet in behandeling genomen, omdat Italië op grond van de Dublinverordening hiervoor verantwoordelijk was (het overdrachtsbesluit). Daarnaast heeft eiseres in Nederland aangifte gedaan van mensenhandel vanwege in Italië ondervonden problemen. De (ambtshalve) aanvraag om een reguliere verblijfsvergunning ‘humanitair tijdelijk’ is door de staatssecretaris bij besluit van 7 februari 2020 afgewezen, omdat het OM [2] de aanwezigheid van eiseres in Nederland niet noodzakelijk achtte (afwijzing B8). De beroepen van eiseres tegen het overdrachtsbesluit en de afwijzing B8 zijn ongegrond verklaard bij afzonderlijke uitspraken van deze rechtbank, zittingsplaats Groningen, van 28 januari 2021 en 7 mei 2021. [3] Eiseres is niet tijdig overgedragen aan Italië.
4. Op 18 januari 2022 heeft eiseres opnieuw een asielaanvraag gedaan. Hieraan heeft eiseres ten grondslag gelegd dat zij is gevlucht vanwege problemen met de familie van haar vader, dat zij vreest voor de mensenhandelaar die haar reis naar Italië zou hebben bekostigd en voor de besnijdenis van haar dochter. Daartoe heeft eiseres onder meer verklaard dat de familie van haar vader haar na zijn overlijden op 13 jarige leeftijd wilde initiëren in de juju godsdienst. Eiseres en haar moeder wilden dit niet. Sindsdien heeft eiseres zich schuilgehouden in Benin en bij haar oom in Lagos. In 2014 is eiseres gevlucht nadat haar vaders familie onaangekondigd is langsgekomen. Eiseres heeft verder verklaard dat zij en haar moeder zijn bedreigd door de mensenhandelaar, dat zij van 2014 tot 2019 in Italië heeft verbleven en is doorgereisd omdat zij zich niet veilig voelde nadat haar moeder in 2019 is overleden. Haar stiefvader is in 2020 overleden. Eiseres heeft gesteld dat zij beiden zijn vergiftigd. Tot slot heeft eiseres verklaard dat zij vreest dat haar dochter zal worden besneden, omdat dit een traditie is in haar dorp en omdat dit haarzelf (tweemaal) is overkomen.
4.1.
De staatssecretaris heeft in het asielrelaas de volgende relevante elementen aangemerkt:
Identiteit, nationaliteit en herkomst;
Problemen met de familie van de vader van eiseres in verband met juju;
Problemen met de mensenhandelaar.
4.2.
De staatssecretaris heeft bij besluit van 24 juli 2023 de asielaanvraag van eiseres afgewezen als ongegrond. In dat besluit heeft de staatssecretaris de identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig geacht. De gestelde problemen met de familie van haar vader in verband met juju en de problemen met de mensenhandelaar heeft de staatssecretaris ongeloofwaardig geacht. Bij uitspraak van 31 augustus 2023 heeft deze rechtbank en zittingsplaats het beroep tegen dat besluit gegrond verklaard en staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen op de asielaanvraag van eiseres. [4]
Het bestreden besluit
5. Bij besluit van 4 april 2025 heeft de minister de asielaanvraag van eiseres opnieuw afgewezen als ongegrond. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
Identiteit, nationaliteit en herkomst;
Problemen met de familie van haar vaderskant in verband met de initiatie in de juju-dienst;
Problemen met de mensenhandelaar;
Besnijdenis van haar dochter.
De minister merkt op dat eiseres haar identiteit en nationaliteit niet heeft aangetoond met documenten, maar houdt in deze procedure de persoonsgegevens aan die eiseres zelf heeft benoemd. De minister acht de problemen met de familie van de vader van eiseres in verband met de initiatie in de juju-dienst en de problemen met de mensenhandelaar geloofwaardig. Ook acht de minister geloofwaardig dat de dochter van eiseres nog niet besneden is. De minister acht het niet aannemelijk dat eiseres door de problemen met de familie van haar vader bij terugkeer te vrezen heeft. Ook acht de minister het niet aannemelijk dat eiseres bij terugkeer naar Nigeria te vrezen heeft door de problemen met de mensenhandelaar. Ten aanzien van de gevreesde besnijdenis van haar dochter, stelt de minister zich op het standpunt dat van eiseres mag en kan verwacht worden dat zij haar dochter in Nigeria beschermt tegen vrouwenbesnijdenis. De vrees dat haar dochter bij terugkeer risico loopt op FGM [5] acht de minister daarom niet aannemelijk. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag van eiseres wordt afgewezen als ongegrond. Ook legt de minister een terugkeerbesluit op aan eiseres.
5.1.
Bij bericht van 12 mei 2025 heeft de rechtbank de minister gevraagd om aan te geven wat de gevolgen zijn van de uitspraak van de Afdeling [6] van 7 mei 2025 [7] voor het bestreden besluit. In die uitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat de minister aan de hand van de gemeenschappelijke analyse met richtsnoer (Country Guidance Nigeria 2021) van het EUAA [8] moet beoordelen of slachtoffers van mensenhandel bij terugkeer naar Nigeria een reëel risico lopen op ernstige schade door represailles van mensenhandelaren.
5.2.
Op 11 augustus 2025 heeft de minister een aanvullend besluit genomen, waarin hij kort gezegd tot de conclusie komt dat eiseres geen risico loopt op represailles van de mensenhandelaar bij een terugkeer naar Nigeria.
Juju-initiatie
5.3.
Eiseres voert aan dat de minister ten onrechte heeft geoordeeld dat de vrees in verband met het weigeren van de juju-initiatie niet aannemelijk is. Ten eerste wijst eiseres erop dat de landeninformatie die de minister in dit verband heeft gebruikt zeer gedateerd is. De tegenwerping uit een landenrapport uit 2010, dat een juju-gemeenschap nooit iemand zou dwingen om het priesterschap op zich te nemen, staat volgens eiseres haaks op het geloofwaardig achten van dit asielmotief. In reactie op de tegenwerping van de minister dat eiseres inmiddels 32 jaar oud is, stelt eiseres dat de vraag of eiseres risico loopt om opnieuw te worden opgeroepen voor het priesterschap, los staat van de vraag of eiseres bij terugkeer heeft te vrezen voor de geweigerde juju-initiatie. Eiseres heeft de juju-initiatie geweigerd en is vervolgens jarenlang bedreigd. Zij heeft de mensen uit haar dorp Eluchi enkel weten te ontlopen door zich op verschillende plekken te vestigen. Ook na haar vertrek heeft zij van haar moeder gehoord dat de mensen uit het dorp nog steeds naar haar op zoek zijn. Volgens eiseres blijkt in het door de minister aangehaalde landenrapport uit 2010 nergens dat iemand die op jonge leeftijd is benaderd voor de juju-initiatie, bij het bereiken van een latere leeftijd niet langer geïnitieerd zal worden. Ten aanzien van de tegenwerping van de minister dat het christen-zijn van eiseres afbreuk doet aan de gestelde vrees, voert eiseres aan dat eiseres destijds al christen was en dat dit de juju-gemeenschap in het dorp van haar vader er niet van heeft weerhouden om haar te benaderen. Eiseres wijst er verder op dat zij weliswaar nog acht jaren in Nigeria heeft gewoond, maar dat dit allesbehalve een probleemloze periode was. Eiseres wijst nogmaals op de bron die aangeeft dat het weigeren van het juju-priesterschap gevaarlijk kan zijn (landenrapport van 2019-2021 [9] ). Tot slot voert eiseres aan dat zij in Nigeria niet kan overleven zonder de steun van familie of bekenden en dat zij er daarom niet onderuit komt om bij terugkeer weer in contact te komen met familie of bekenden.
5.4.
De rechtbank is van oordeel dat de minister deugdelijk heeft gemotiveerd dat de problemen die eiseres in verband met de initiatie in de juju-dienst voor haar vertrek uit Nigeria heeft gehad, onvoldoende zwaarwegend zijn. De minister heeft daarbij van belang mogen achten dat eiseres na de problemen nog acht jaar zonder verdere problemen in Nigeria heeft gewoond. Eiseres verbleef gedurende deze periode bij familie en haar woonadres was bekend. Ook heeft de minister van belang kunnen achten dat het inmiddels meer dan 20 jaar geleden is dat de problemen zich hebben voorgedaan. Uit landeninformatie [10] volgt dat het gebruikelijk is dat iemand op jonge leeftijd wordt geïnitieerd. Dat wil niet zeggen dat eiseres nu nog heeft te vrezen. Ook heeft de minister in dat kader van belang mogen achten dat eiseres lange tijd zonder problemen in Nigeria heeft gewoond na de poging tot initiatie in de juju. Dat eiseres te vrezen zou hebben omdat ze maar één bekende hoef te tegen te komen die de familie van haar vader zal inlichten over haar terugkeer, heeft de minister niet hoeven volgen. Benin en Lagos, de steden waar eiseres het overgrote deel van haar verblijf in Nigeria heeft gewoond, zijn miljoenensteden, waar eiseres zou kunnen opgaan in de anonimiteit en zou kunnen gaan wonen op een adres dat bij haar vaders familie niet bekend is. Ook heeft de minister in dit kader van belang mogen achten dat eiseres na de problemen nog acht jaar zonder verdere problemen in Nigeria heeft gewoond. Daarbij heeft eiseres sinds het overlijden van haar moeder in 2019 niets meer gehoord van haar vaders familie. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Alleenstaande moeder
6. Eiseres voert aan dat de minister in de besluitvorming miskent dat eiseres bij terugkeer naar Nigeria een alleenstaande moeder met drie kinderen is. Dat eiseres telefonisch contact met de vader van de kinderen heeft, betekent volgens eiseres geenszins dat hij in beeld is. Hij heeft nooit asiel aangevraagd in Nederland en verblijft ook niet in Nederland. Hij is door Zwitserland uitgezet naar Nigeria en is Nigeria vervolgens weer ontvlucht. Eiseres wijst erop dat de positie van alleenstaande vrouwen in Nigeria zorgelijk is. Ook heeft eiseres gewezen op de medische problematiek van haar zoontje. Eiseres is bij terugkeer naar Nigeria een alleenstaande moeder met drie kinderen die bovendien het slachtoffer is geweest van gedwongen prostitutie. Gelet op deze omstandigheden loopt eiseres bij terugkeer een risico op ernstige schade. Eiseres verwijst in dit verband naar de algemene ambtsberichten van Nigeria van 2021 en 2023.
6.1.
De rechtbank is van oordeel dat de minister eiseres ten onrechte niet als alleenstaande vrouw heeft aangemerkt. Volgens de minister bestaat er voor de vader geen objectieve belemmering om met eiseres en hun kinderen terug te keren naar Nigeria. De minister verwijst onder meer naar het aanmeldgehoor waar eiseres zou hebben verklaard dat zij een relatie heeft met de vader van haar kinderen. Eiseres heeft tijdens dit gehoor op de vraag wat haar burgerlijke staat is geantwoord dat zij alleenstaand is, maar wel een partner heeft. Zij heeft vervolgens de gegevens van de vader van haar kinderen opgegeven. Eiseres heeft ter zitting ook verklaard dat zij telefonisch contact heeft met de vader van haar kinderen en dat zij hem bij zijn terugkeer uit Nigeria nog eenmaal heeft ontmoet, maar dat hij niet in beeld is om de vaderrol voor de kinderen te vervullen. Ook uit een brief van CJIG [11] van 17 januari 2024 die gaat over zoon [naam 5] blijkt dat er alleen telefonisch contact is en eiseres de kinderen alleen opvoedt. De rechtbank stelt vast dat eiseres sinds juli 2019 alleen in Nederland verblijft met haar kinderen en dat nergens uit blijkt dat de vader van de kinderen mee terug zal keren naar Nigeria. De vraag of sprake is van een objectieve belemmering voor de vader om met eiseres en de kinderen terug te keren naar Nigeria is onder de gegeven omstandigheden een onjuiste toets. De minister heeft miskend dat als eiseres zou terugkeren naar Nigeria, ze terug zal keren als alleenstaande vrouw met drie kinderen. Deze beroepsgrond slaagt.
Represailles mensenhandelaar
7. Eiseres stelt verder dat zij nog steeds heeft te vrezen van de zijde van de mensenhandelaar. Dit vanwege de schuld van € 20.000,- die zij niet heeft afgelost. Eiseres wijst op meerdere passages uit het ambtsbericht van 2023 waaruit volgens haar onder meer volgt dat de mensenhandelaren tot het uiterste zal gaan om zijn investering terug te krijgen en dat er pas een eind komt aan de represailles als de mensenhandelaren vinden dat aan hun eisen is voldaan of wanneer het het slachtoffer lukt om uit de handen van de mensenhandelaren te blijven. Als eiseres terugkeert naar Nigeria, zal de mensenhandelaar hier binnen de kortste keren van op de hoogte raken.
7.1.
De rechtbank is van oordeel dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eiseres bij terugkeer naar Nigeria geen reëel risico loopt op ernstige schade vanwege represailles van de mensenhandelaar. In zijn uitspraak van 7 mei 2025 noemt de Afdeling de volgende risico-beïnvloedende factoren: het bedrag van de ‘schuld’ aan mensenhandelaren, het machtsniveau en de capaciteit van de mensenhandelaren, kennis van de mensenhandelaren over de familie en de achtergrond van het slachtoffer, de leeftijd en gezinsstatus van het slachtoffer, de sociaaleconomische achtergrond en financiële middelen van het slachtoffer, het opleidingsniveau van het slachtoffer en de beschikbaarheid van een ondersteunend familiaal of ander netwerk of de betrokkenheid van de familie van het slachtoffer bij de mensenhandel. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat onder meer omdat eiseres met de vader van haar kinderen terug zou kunnen keren naar Nigeria, het niet aannemelijk is dat eiseres te maken zal krijgen met een negatief stigma. Dit laatste heeft de minister betrokken bij de conclusie dat niet aannemelijk is dat eiseres bij terugkeer heeft te vrezen voor represailles van de mensenhandelaar. Dit standpunt is niet langer houdbaar nu de minister eiseres, zoals eerder overwogen in r.o. 6.1., ten onrechte niet als alleenstaande vrouw heeft aangemerkt. Verder is de belangrijkste tegenwerping dat er al zes jaar geen bedreigingen zijn geweest. Op veel van de door de Afdeling genoemde risico-beïnvloedende factoren is de minister niet ingegaan. De rechtbank is van oordeel dat de minister hiermee in het bestreden besluit en het aanvullende besluit niet de risicoanalyse heeft verricht zoals bedoeld in de uitspaak van de Afdeling van 7 mei 2025. Deze beroepsgrond slaagt.
Het risico op vrouwenbesnijdenis
8. Eiseres stelt bij terugkeer te vrezen voor de besnijdenis van haar dochters. Eiseres wijst op het ambtsbericht van 2023 waaruit blijkt dat besnijdenis voornamelijk in het zuiden nog steeds wordt toegepast. Eiseres behoort tot de bevolkingsgroep Eluchi en binnen deze bevolkingsgroep worden alle vrouwen besneden. Eiseres wijst erop dat de vader van haar dochters niet in beeld is en dat zij als alleenstaande moeder bij terugkeer de besnijdenis niet kan tegenhouden. Uit het ambtsbericht blijkt dat in gemeenschappen waarin vrouwenbesnijdenis is ingebed – zoals de gemeenschap waar eiseres uit komt - de rol van ouders minder groot is en dat vooral door de omgeving en de familie wordt bepaald of een meisje wordt besneden.
8.1.
De minister heeft er op gewezen dat ouders een belangrijke stem hebben in de beslissing of hun dochter wel of niet wordt besneden. De minister heeft van belang geacht dat zowel eiseres als de vader van de dochters tegen vrouwenbesnijdenis zijn. De minister heeft er ook hier op gewezen dat eiseres een relatie heeft met de vader van haar kinderen en er geen objectieve belemmering voor de vader bestaat om bij zijn kinderen in Nigeria aanwezig te zijn. Dit kan de minister eiseres niet langer tegenwerpen nu de minister eiseres, zoals eerder overwogen in r.o. 6.1., ten onrechte niet als alleenstaande vrouw heeft aangemerkt. In reactie op de verklaring van eiseres dat alle vrouwen binnen de Eluchi gemeenschap worden besneden en dat zij en haar vier zussen ook zijn besneden, heeft de
minister zich onder verwijzing naar een artikel van januari 2002 [12] op het standpunt gesteld dat een minderheid van de vrouwen binnen de Esan (de Eluchi behoren tot één van de 35 clans in Esan land) wordt besneden. De rechtbank ziet in het door de minister aangehaalde artikel dat binnen de Esan 32,5 % van de vrouwen besneden is. Verder blijkt uit het artikel dat er 35 clans zijn binnen de Esan, maar er is niet nader gespecificeerd wat de percentages per clan zijn, waardoor het onduidelijk is wat het percentage besnijdenissen is binnen de Eluchi. De minister heeft ter zitting desgevraagd niet kunnen toelichten hoe de cijfers in het artikel gelezen moeten worden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister onvoldoende gemotiveerd dat eiseres bij een terugkeer naar Nigeria niet te vrezen heeft dat haar dochters worden besneden. Deze beroepsgrond slaagt.

Conclusie en gevolgen

9. De minister heeft eiseres ten onrechte
nietals alleenstaande vrouw aangemerkt. Ook heeft de minister onvoldoende gemotiveerd waarom eiseres bij terugkeer naar Nigeria geen reëel risico loopt op ernstige schade vanwege represailles van de mensenhandelaar en waarom zij niet te vrezen heeft voor besnijdenis van haar dochters. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb [13] . De minister moet een nieuw besluit nemen. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten en ziet ook geen mogelijkheid om zelf een beslissing te nemen.
9.1.
De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:71, vierde lid, van de Awb dat de minister een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor acht weken.
9.2.
De rechtbank veroordeelt de minister in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand stelt de rechtbank vast op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht op €1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van €934,- en een wegingsfactor 1).

Hersteluitspraak

10. Deze hersteluitspraak is gedaan omdat in de eerste regel van rechtsoverweging 9. van de oorspronkelijke uitspraak het woord niet ontbreekt. Deze hersteluitspraak treedt in de plaats van de oorspronkelijke uitspraak die op 12 februari 2026 is gedaan.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt de minister op binnen acht weken na de dag van bekendmaking van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag van eiseres met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt de minister inde door eiseres gemaakte proceskosten tot een bedrag van
€ 1.868,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. van Wijk, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000
2.Openbaar Ministerie
3.ECLI:NL:RBNNE:2021:838 en zaaknummer AWB 20/1054.
5.Female Genital Mutilation.
6.Afdeling Bestuursrecht van de Raad van State.
8.Asielagentschap van de Europese Unie.
9.Rapport van de Immigration and Refugee Board of Canada met de titel ‘Consequences for refusing a chief priest of shaman title in south and central Nigeria; availability of state protection (2019 – October 2021), https://www.ecoi.net/en/document/2066541.html
10.Immigration and Refugee Board of Canada, Nigeria: Consequences for a person to
11.Centrum voor Jeugd en Gezin.
12.Snow, R. et al, ‘Female genital cutting in southern urban and peri-urban Nigeria’, in:
13.Algemene wet bestuursrecht.