ECLI:NL:RBDHA:2026:2780

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 januari 2026
Publicatiedatum
14 februari 2026
Zaaknummer
C/09/675554 / FA RK 24-8114
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 815 lid 2 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding en zorgregeling met hoofdverblijfplaats bij moeder vastgesteld

Partijen zijn gehuwd sinds 2020 en hebben een minderjarig kind geboren in 2023. De vrouw verzoekt de echtscheiding uit te spreken en een zorgregeling vast te stellen waarbij het kind haar hoofdverblijfplaats bij de moeder heeft en de vader een contactregeling krijgt. De man verzet zich tegen de nevenvoorzieningen.

De rechtbank constateert dat het huwelijk duurzaam is ontwricht en wijst de echtscheiding toe. Hoewel partijen geen ouderschapsplan hebben overlegd, wordt het verzoek ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van overeenstemming. De rechtbank stelt vast dat het hoofdverblijf van het kind bij de moeder blijft.

De zorgregeling wordt aangepast op basis van de feitelijke uitvoering en het traject Ouderschapsbemiddeling. De vader krijgt geleidelijk meer contact, met wekelijkse dinsdagochtenden en om het weekend contact dat in drie stappen wordt uitgebreid. De ouders verdelen het halen en brengen van het kind en de schoolvakanties worden gelijk verdeeld. Verzoeken tot kinderalimentatie en partneralimentatie zijn ingetrokken en worden niet behandeld.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad, met uitzondering van de echtscheiding, en het meer of anders verzochte wordt afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank spreekt de echtscheiding uit en stelt een opbouwende zorgregeling vast met hoofdverblijf bij de moeder.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 24-8114
Zaaknummer: C/09/675554
Datum beschikking: 14 januari 2026

Echtscheiding met nevenvoorzieningen

Beschikking op het op 12 november 2024 ingekomen verzoek van:

[de vrouw] ,

de vrouw,
wonende op een voor de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S. Toughza in Amsterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,
wonende op een voor de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.A.M. Kamphuis-Jansen van Rosendaal in Leiden.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het F9-formulier van 18 november 2024, met bijlagen, van de vrouw;
  • het verweerschrift met zelfstandige verzoeken;
  • het verweerschrift op de zelfstandige verzoeken;
  • het F9-formulier van 14 juli 2025, van de man;
  • het F9-formulier van 18 augustus 2025, van de vrouw.
Op 17 december 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
  • de man, bijgestaan door zijn advocaat;
  • [naam] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Feiten

  • Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2020 in [plaats] .
  • Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:
- [de minderjarige] ( [de minderjarige] ), geboren op [geboortedatum] 2023 in [geboorteplaats] .
  • [de minderjarige] verblijft bij de moeder.
  • De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] uit.
  • Blijkens de BRP hebben zowel de vrouw als de man in ieder geval de Nederlandse nationaliteit.
  • Deze rechtbank heeft op 4 februari 2025 voorlopige voorzieningen getroffen, voor zover hier van belang, waarbij is vastgesteld dat:
  • [de minderjarige] aan de vrouw zal worden toevertrouwd;
  • de man voorlopig gerechtigd is om [de minderjarige] bij zich te hebben: iedere dinsdag van 09.00 uur tot 12.00 uur en iedere zaterdag, de ene week van 09.00 uur tot 12.00 uur en de andere week van 15.00 uur tot 18.00 uur, waarbij de man het halen en brengen van [de minderjarige] voor zijn rekening neemt.
Tevens zijn de ouders doorverwezen voor een traject Ouderschapsbemiddeling en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie.

Verzoek en verweer

De vrouw verzoekt – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad – :
  • de echtscheiding tussen partijen uit te spreken;
  • primair, indien een ouderschapsplan overeen wordt gekomen: te bepalen dat de inhoud van het (nog te overleggen) ouderschapsplan zal worden opgenomen en onderdeel zal uitmaken van de beschikking;
-
subsidiair, indien geen ouderschapsplan overeen wordt gekomen:
  • te bepalen dat [de minderjarige] haar hoofdverblijfplaats bij de moeder zal hebben;
  • in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedtaken te bepalen dat [de minderjarige] bij de man zal zijn: op maandag van 15.00 uur tot 18.00 uur, woensdag van 15.00 uur tot 18.00 uur en op zaterdag van 12.00 uur tot 15.00 uur;
  • te bepalen dat de man als bijdrage in de kosten van de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] aan de vrouw een bedrag van € 600,- per maand zal betalen, met ingang van de datum van de beschikking en telkens bij vooruitbetaling;
  • te bepalen dat de man aan de vrouw een bedrag van € 600,- aan partneralimentatie zal voldoen.
De man refereert zich ten aanzien van het verzoek om de echtscheiding uit te spreken.
De man voert verweer tegen de verzochte nevenvoorzieningen, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Hierbij verzoekt de man zelfstandig om – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad –:
  • het verzoek van de vrouw om de echtscheiding uit te spreken tussen partijen, toe te wijzen;
  • het primaire verzoek van de vrouw toe te wijzen;
  • het subsidiaire verzoek van de vrouw ten aanzien van de hoofdverblijfplaats toe te wijzen;
  • een verdeling van de zorg- en opvoedtaken te bepalen waarbij [de minderjarige] bij de man zal zijn: elke dinsdag en donderdag van 07.00 uur tot 18.00 uur, alsmede een weekend om de twee weken van vrijdag 19.00 uur tot zondag 19.00 uur, alsmede met ingang van de vierde verjaardag van [de minderjarige] de helft van de schoolvakanties.
De vrouw voert verweer tegen de door de man verzochte nevenvoorzieningen, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Echtscheiding
Ontvankelijkheid
Bij het indienen van een verzoek tot echtscheiding is het wettelijk verplicht om een ouderschapsplan over te leggen (artikel 815 lid 2 Rv Pro). Partijen hebben dat niet gedaan. De rechtbank zal in dit geval voorbij gaan aan het vereiste van artikel 815 lid 2 Rv Pro, omdat partijen voldoende hebben gemotiveerd dat het hen niet is gelukt om in onderling overleg tot een ouderschapsplan te komen.
De rechtbank beschouwt het verzoek van de vrouw over het opnemen van het ouderschapsplan daarom als ingetrokken.
Nu aan de overige wettelijke formaliteiten is voldaan, zal de rechtbank de vrouw ontvangen in haar verzoek tot echtscheiding.
Inhoudelijke beoordeling
Beide partijen hebben gesteld dat huwelijk duurzaam is ontwricht. De over en weer gedane verzoeken tot echtscheiding zullen daarom als op de wet gegrond worden toegewezen.
Hoofdverblijfplaats en zorgregeling
De ouders zijn het erover eens dat [de minderjarige] haar hoofdverblijfplaats zal hebben bij de vrouw. De rechtbank zal daarom het verzoek van de vrouw toewijzen.
Ter zitting is gebleken dat het traject Ouderschapsbemiddeling bij Enver is gestart. De ouders hebben allebei (los van elkaar) gesprekken gevoerd. Positief is dat de onderlinge communicatie tussen de ouders – ten opzichte van de voorlopige voorzieningen procedure – is verbeterd en dat de zorgregeling tussen [de minderjarige] en de vader wordt uitgevoerd, en zelfs in onderling overleg enigszins is uitgebreid. De zorgregeling is nu zo dat [de minderjarige] wekelijks op dinsdag van 09.00 uur tot 12.00 uur bij de vader is en daarnaast in de ene week op de zaterdag van 12.00 uur tot 18.00 uur en in de andere week op de zondag van 09.00 uur tot 12.00 uur. De vader wil graag toewerken naar een co-ouderschapsregeling. De vrouw staat niet onwelwillend tegenover uitbreiding, maar wil dat in een langzamer tempo doen dan de man.
Op de zitting is gesproken over een uitbreiding van de huidige zorgregeling. De rechtbank zal, zoals besproken, een beslissing nemen en een opbouwende zorgregeling vaststellen. Wel benadrukt de rechtbank dat de vaststelling van deze regeling niet wegneemt dat het de bedoeling is dat de ouders in onderling overleg alsnog een ouderschapsplan overeen komen. De zorgregeling zoals de rechtbank die zal vaststellen, is alleen voor het geval het de ouders toch niet lukt om een ouderschapsplan op te stellen.
De rechtbank zal de navolgende zorgregeling vaststellen, waarbij zij als uitgangspunt neemt de zorgregeling waaraan de ouders nu feitelijk uitvoering geven. De regeling komt erop neer dat naast de wekelijkse dinsdagochtend, de man en [de minderjarige] om het weekend contact hebben, waarbij dit contact in drie stappen van in totaal vijf maanden na de beschikking wordt uitgebreid tot een weekend van zaterdag 09.00 uur tot zondag 18.00 uur. Ook zal de rechtbank vastleggen dat de ouders het brengen en halen van [de minderjarige] bij helfte zullen verdelen.
Ten aanzien van de vakanties, zal de rechtbank bepalen dat deze met ingang van de reguliere schoolvakanties bij helfte zullen worden verdeeld. De rechtbank gaat ervan uit dat de ouders nadere invulling hiervan bij Enver kunnen regelen.
De rechtbank laat het ook aan het ouderschapsbemiddelingstraject bij Enver over wanneer een weekend naar Disneyland of een andere vakantie aan de orde is. De rechtbank heeft het vertrouwen dat dit over ongeveer een half jaar wel mogelijk zou kunnen zijn voor de man, maar belangrijk is vooral dat de spanningen tussen de ouders tegen die tijd verminderd zijn.
Kinderalimenatie en partneralimentatie
Op de zitting heeft de vrouw haar verzoeken ten aanzien van de kinderalimentatie en de partneralimentatie ingetrokken, zodat de rechtbank daar geen beslissing meer op zal nemen.

Beslissing

De rechtbank:
*
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, met elkaar gehuwd op [datum] 2020 in [plaats] ;
*
stelt vast dat de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2023 in [geboorteplaats] , haar hoofdverblijfplaats heeft bij de vrouw;
*
stelt een zorgregeling vast, inhoudende dat [de minderjarige] bij de vader is:
-
de eerste drie maanden na de beschikking:
- wekelijks op dinsdag van 09.00 uur tot 12.00 uur, en
- de ene week op zaterdag van 12.00 uur tot 18.00 uur en in de andere week op zondag van 09.00 uur tot 18.00 uur;
-
de daaropvolgende twee maanden:
- wekelijks op dinsdag van 09.00 uur tot 12.00 uur, en
- om de week van zaterdag 12.00 uur tot zondag 12.00 uur;
-
vervolgens:
- wekelijks op dinsdag van 09.00 uur tot 12.00 uur, en
- om de week van zaterdag 09.00 uur tot zondag 18.00 uur,
eveneens de helft van de schoolvakanties en feestdagen zodra [de minderjarige] naar school gaat, waarbij het halen en brengen tussen de ouders bij helfte wordt verdeeld;
*
verklaart deze beschikking – met uitzondering van de echtscheiding – uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.G. Meeder, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. S.A.L. Niemantsverdriet als griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 14 januari 2026.