ECLI:NL:RBDHA:2026:2784

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 januari 2026
Publicatiedatum
14 februari 2026
Zaaknummer
C/09/691671 FA RK 25-7013
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BWArt. 1:377g BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen vaste zorgregeling tussen minderjarige en vader, vervangende toestemming medische behandelingen verleend

De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van een minderjarige om de omgangsregeling met zijn vader te wijzigen. De minderjarige wilde niet meer volgens de bestaande week-op-week-af regeling verblijven bij zijn vader vanwege conflicten en wilde zelf bepalen wanneer hij contact heeft met zijn vader. De ouders en de Raad voor de Kinderbescherming werden betrokken bij de zitting.

De rechtbank overwoog dat het contact tussen de minderjarige en zijn vader verstoord is en dat het niet realistisch is om het contact af te dwingen. Daarom werd ambtshalve bepaald dat er geen vaste zorgregeling geldt tussen de minderjarige en zijn vader. De rechtbank verwacht dat de ouders het contact stimuleren en dat de vader initiatief neemt om het contact te herstellen.

Daarnaast verleende de rechtbank vervangende toestemming aan de moeder voor medische behandelingen van de minderjarige, waaronder een neusoperatie en het plaatsen van een beugel, omdat de communicatie tussen de ouders verstoord was en de vader zijn toestemming niet tijdig had gegeven. De hoofdverblijfplaats van de minderjarige blijft bij de moeder, maar de inschrijving in de Basisregistratie Personen blijft bij de vader vanwege praktische redenen.

Tot slot werd een brief aan de minderjarige toegezegd waarin de beslissing en het belang van het contact met zijn vader worden uitgelegd.

Uitkomst: Er geldt geen vaste zorgregeling tussen de minderjarige en zijn vader en vervangende toestemming voor medische behandelingen is verleend aan de moeder.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-7013
Zaaknummer: C/09/691671
Datum beschikking: 14 januari 2026

Informele rechtsingang

Beschikkingnaar aanleiding van de op 11 september 2025 ingekomen aanvraag via de informele rechtsingang als bedoeld in artikel 1:253a lid 4 jo. 1:377g van het Burgerlijk Wetboek van:

[de minderjarige 1] ,

de minderjarige,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. B. Schelvis-Neuteboom te Leiden,

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft op 11 september 2025 een brief ontvangen van [de minderjarige 1] .
Op 9 oktober 2025 heeft [de minderjarige 1] in een gesprek met de kinderrechter van deze rechtbank zijn brief verder toegelicht.
De rechtbank heeft de ouders ingelicht over het gesprek met [de minderjarige 1] en hen uitgenodigd voor een zitting om hun mening over de wensen van [de minderjarige 1] aan de rechtbank kenbaar te maken. Ook de Raad voor de Kinderbescherming is voor de zitting uitgenodigd.
De zitting heeft plaatsgevonden op 17 december 2025. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • de vader;
  • [naam] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Feiten

-De vader en de moeder zijn de ouders van [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats] , hierna: [de minderjarige 1] .
- De vader en de moeder zijn ook de ouders van [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2007 te [geboorteplaats] , hierna: [de minderjarige 2] .
- Bij beschikking van 31 mei 2017 van deze rechtbank is onder meer:
- de echtscheiding tussen de vader en de moeder uitgesproken;
- bepaald, ter vaststelling van de regeling inzake de uitoefening van het ouderlijk gezag, dat [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] :
- in de oneven weken bij de moeder zijn van woensdag uit school tot vrijdag naar school, waarbij de moeder de kinderen op woensdag uit school haalt en hen op vrijdag naar school brengt;
- in de even weken bij de moeder zijn van maandag uit school tot woensdag naar school alsmede van vrijdag uit school tot de daaropvolgende maandag naar school, waarbij de moeder de kinderen op genoemde dagen uit school haalt c.q. naar school brengt;
- in de oneven weken bij de vader zijn van maandag uit school tot woensdag naar school alsmede van vrijdag uit school tot de daaropvolgende maandag naar school, waarbij de vader de kinderen op genoemde dagen uit school haalt c.q. naar school brengt;
- in de even weken bij de vader zijn van woensdag uit school tot vrijdag naar school, waarbij de vader de kinderen op woensdag uit school haalt en hen op vrijdag naar school brengt;
- en waarbij de vakanties in onderling overleg bij helfte worden verdeeld.
- Bij beschikking van 29 juni 2018 van deze rechtbank zijn partijen naar de voor hen bekende mediator verwezen om te trachten hun geschil ten aanzien van de zorgregeling en de behandeling van de kinderen door middel van mediation tot een oplossing te brengen.
- Bij beschikking van 2 december 2019 van deze rechtbank is de Raad voor de Kinderbescherming verzocht een onderzoek te verrichten en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen.
- Bij beschikking van 26 juni 2020 van deze rechtbank is bepaald dat de tussen partijen gemaakte afspraken, neergelegd in het aan de beschikking gehechte ‘voorstel vader omgang/zorgregeling’ en ‘ouderschapsplan M. Ladan’, deel uitmaken van de beschikking, waarbij geldt dat de reguliere zorgregeling (de week op-week af regeling) ingaat met ingang van het nieuwe schooljaar.

Aanvraag

[de minderjarige 1] heeft de kinderrechter gevraagd om de omgangsregeling te wijzigen, in die zin dat hij bij de moeder woont en de vrijheid heeft om een keer bij de vader op bezoek te komen of te eten.
[de minderjarige 1] heeft in zijn brief en het gesprek met de kinderrechter – kort samengevat – aangegeven dat hij een wijziging van de omgangsregeling wil, omdat zijn broer [de minderjarige 2] vanaf mei 2025 niet meer naar de vader gaat en het voor [de minderjarige 1] sindsdien moeilijker is om naar de vader te gaan. De vader is soms boos op [de minderjarige 1] , waarbij hij ook tegen [de minderjarige 1] schreeuwt. Vanwege de ruzies met zijn vader wil [de minderjarige 1] niet meer volgens de week-op-week-af regeling bij de vader verblijven, maar wil hij zelf bepalen wanneer hij bij de vader is. Hij wil wel contact met de vader houden.

Verzoek en verweer

De moeder heeft verzocht haar vervangende toestemming te verlenen om alle besluiten omtrent alle medische (be)handelingen die in het belang van [de minderjarige 1] noodzakelijk zijn te kunnen nemen, waaronder begrepen het inplannen en laten uitvoeren van de operatie aan zijn neus en het regelen van het plaatsen van een beugel en die beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De vader heeft op de zitting aangegeven dat hij zijn toestemming verleent voor de operatie van [de minderjarige 1] en het plaatsen van een beugel bij [de minderjarige 1] .

Beoordeling

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
De rechtbank overweegt dat slechts in een aantal gevallen een minderjarige zich zonder tussenkomst van zijn wettelijk vertegenwoordiger(s) rechtstreeks tot de rechter kan wenden. Op grond van artikel 1:377g in samenhang met artikel 1:253a, vierde lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter naar aanleiding van een aanvraag van een minderjarige van twaalf jaar of ouder ambtshalve een beslissing geven over onder andere de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (zorgregeling).
De rechtbank overweegt als volgt. [de minderjarige 1] heeft al enkele maanden geen contact met de vader. Op de zitting heeft de vader toegelicht dat hij het contact met [de minderjarige 1] wil herstellen, maar hij [de minderjarige 1] hiertoe niet wil dwingen. De moeder heeft aangegeven dat zij zich niet verzet tegen contact tussen [de minderjarige 1] en de vader, maar zij het van belang vindt dat wordt gekeken naar de wens van [de minderjarige 1] ten aanzien van het contact met zijn vader. Daarbij heeft de moeder toegelicht dat zij het contact tussen de vader en [de minderjarige 1] zal blijven stimuleren. De moeder heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen vaste zorgregeling moet worden vastgelegd, omdat onduidelijk is hoe het contact tussen de vader en [de minderjarige 1] zal worden vormgegeven.
Nu beide ouders het contact tussen de vader en [de minderjarige 1] belangrijk vinden en [de minderjarige 1] op een leeftijd is dat het niet realistisch is om het contact tussen de vader en [de minderjarige 1] af te dwingen, zal de rechtbank ambtshalve bepalen dat er tussen [de minderjarige 1] en de vader geen zorgregeling geldt. De rechtbank merkt op dat [de minderjarige 1] en de vader in onderling overleg afspraken kunnen maken over het contact tussen hen. De rechtbank verwacht van de vader dat hij hierin meer initiatief neemt naar [de minderjarige 1] en duidelijk naar [de minderjarige 1] uitspreekt dat hij het contact met [de minderjarige 1] wil herstellen en dat [de minderjarige 1] welkom is bij hem. Van de moeder wordt verwacht dat zij [de minderjarige 1] ondersteunt in het herstel van het contact. Het is belangrijk voor de ontwikkeling van [de minderjarige 1] dat hij een band behoudt met zijn vader.
Vervangende toestemming
Op de zitting heeft de vader aangegeven in te stemmen met de verzoeken van de moeder. De rechtbank constateert dat de communicatie tussen de ouders verstoord is. De reeds geplande operatie is niet doorgegaan vanwege het ontbreken van toestemming van de vader. De rechtbank acht het in het belang van [de minderjarige 1] dat hij kan worden geopereerd aan zijn neus en dat bij hem een beugel kan worden geplaatst. De vader wil zijn toestemming voor deze behandelingen geven, maar het is belangrijk dat er niet een stagnatie in dat proces plaatsvindt. De rechtbank zal de gevraagde vervangende toestemming daarom verlenen.
Hoofdverblijfplaats
De rechtbank merkt nog het volgende op. [de minderjarige 1] heeft zijn hoofdverblijf bij de moeder, maar hij staat in de Basisregistratie Personen ingeschreven op het adres van de vader. Op de zitting zijn beide ouders het erover eens geworden dat het verzekeringstechnisch niet praktisch is om de inschrijving van [de minderjarige 1] te wijzigen en [de minderjarige 1] op het adres van de moeder in te schrijven. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om (voor zover mogelijk) ambtshalve wijziging aan te brengen in de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige 1] .
Brief aan [de minderjarige 1]
De rechtbank zal [de minderjarige 1] in de volgende, gelijktijdig met deze beschikking te versturen aparte brief, uitleggen wat de rechtbank heeft besloten:
Beste [de minderjarige 1] ,
Wij hebben elkaar op 9 oktober 2025 gesproken. Je hebt mij verteld dat je nu bij je moeder woont en al een paar maanden geen contact meer hebt met je vader. Je wil graag zelf bepalen wanneer je weer contact met je vader hebt.
Ik heb hierover op 17 december 2025 met je ouders en met de Raad voor de Kinderbescherming gepraat. Je vader heeft aangegeven dat hij jou mist en graag het contact met jou wil herstellen. Hij wil jou daar niet toe dwingen en is daarom wat voorzichtig in het zoeken van contact met jou. Je moeder heeft uitgelegd dat ze het contact tussen jou en je vader belangrijk vindt, maar dat ze het ook belangrijk vindt dat naar jou wordt geluisterd.
Ik vind het ook heel belangrijk voor jou dat jij een band behoudt met jouw vader. Ik denk dat jullie samen moeten zoeken naar een vorm van contact die wel prettig is voor jullie allebei. De regeling die nu tussen jullie geldt, past niet meer bij jullie situatie. Ik heb daarom besloten dat er nu geen vaste regeling meer geldt voor het contact tussen jou en je vader. Ik hoop wel dat je met je vader in gesprek gaat om samen te onderzoeken welke vorm van contact wel bij jullie past. Misschien kunnen jullie om te beginnen samen iets leuks gaan doen?
Je vader heeft ook uitgelegd waarom hij geen toestemming gaf voor jouw operatie aan je neus. Dat berust op een misverstand. Hij is het er wel mee eens dat die operatie moet plaatsvinden en vindt het ook goed dat je een beugel neemt. Met de beslissing die ik hierover heb genomen kunnen beide ingrepen nu plaatsvinden.
Vanwege deze ingrepen is het belangrijk dat jouw ziektekostenverzekering blijft zoals deze nu is, namelijk dat je meeverzekerd bent bij je vader. Daar zijn jouw ouders het ook mee eens. Jij blijft daarom ingeschreven op het adres van je vader.
Jouw ouders ontvangen van mij een beschikking waarin ik hetzelfde vertel als in deze brief. Zo weten jouw ouders ook wat ik heb besloten. Ik wens je veel succes verder!
Met vriendelijke groet,
De kinderrechter

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van 26 juni 2020 van deze rechtbank –:
bepaalt dat er geen zorgregeling geldt tussen de minderjarige [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats] , en de vader;
verleent toestemming aan de moeder – welke toestemming die van de vader vervangt – ten behoeve van de operatie van [de minderjarige 1] aan zijn neus;
verleent toestemming aan de moeder – welke toestemming die van de vader vervangt – ten behoeve van het plaatsen van een beugel bij [de minderjarige 1] ;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.X.R. Yi als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 14 januari 2026.