ECLI:NL:RBDHA:2026:2787

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 januari 2026
Publicatiedatum
14 februari 2026
Zaaknummer
C/09/693559 / FA RK 25-8035
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253n BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning eenhoofdig gezag aan moeder en wijziging omgangsregeling minderjarige

De moeder verzoekt de rechtbank om haar het eenhoofdig gezag over de minderjarige toe te kennen en de omgangsregeling met de vader te wijzigen. De vader heeft geen vaste woonplaats meer en is onbereikbaar, waardoor gezamenlijk gezag niet meer functioneert. De rechtbank stelt vast dat de omstandigheden zijn gewijzigd en dat het belang van het kind gediend is met eenhoofdig gezag voor de moeder.

De omgangsregeling wordt aangepast zodat de vader de minderjarige alleen op zondag ontvangt zolang hij geen vaste verblijfplaats heeft, en in de oneven weekenden zodra hij die wel heeft. Tevens moet de vader de moeder informeren over de verblijfsplaats van het kind. De vakanties worden toegewezen aan de moeder totdat de vader een vaste verblijfplaats heeft doorgegeven.

De vader is niet verschenen op de zitting en heeft geen verweer gevoerd. De rechtbank verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

Uitkomst: De rechtbank kent het eenhoofdig gezag toe aan de moeder en wijzigt de omgangsregeling met de vader.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-8035
Zaaknummer: C/09/693559
Datum beschikking: 14 januari 2026
Gezag, zorg- c.q. omgangsregeling, vervangende toestemming vakanties en proceskostenveroordeling

Beschikking op het op 23 oktober 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een voor de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. G.A. Nandoe Tewarie te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een voor de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.M. Wigman te Den Haag.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • de F9-formulieren van 9 december 2025, met bijlagen, van de moeder;
  • het F9-formulier van 16 december 2025, met bijlagen, van de vader.
De minderjarige [de minderjarige] is uitgenodigd voor een gesprek met de kinderrechter. Zij heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt. In plaats daarvan heeft zij een brief gestuurd, binnengekomen bij de rechtbank op 18 november 2025.
Op 17 december 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder, bijgestaan door haar advocaat, en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad). De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

Feiten

  • De moeder en de vader hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
  • Zij zijn de ouders van het minderjarige kind: [de minderjarige] ( [de minderjarige] ), geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats 1] .
  • [de minderjarige] heeft haar hoofdverblijfplaats bij de moeder.
  • De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] uit, ingevolge de aantekening in het gezagsregister van 31 december 2016.
- Bij beschikking van 29 juni 2023 van deze rechtbank is – voor zover hier van belang –:
  • een zorgregeling vastgesteld, inhoudende dat [de minderjarige] bij de vader zal zijn: in de oneven weekenden van zaterdagochtend 8.30 uur tot maandagochtend 8.30 uur en wekelijks van woensdag uit school tot donderdag 14.00 uur;
  • een verdeling van de vakanties en feestdagen vastgesteld;
  • aan de moeder toestemming verleend, welke toestemming die van de vader vervangt, voor vakanties met [de minderjarige] de komende jaar mits aan de voorwaarden is voldaan;
  • de vakanties/reizen vinden plaats binnen een land van de Europese Unie waarvoor geen negatiefreisadvies geldt;
  • de vakanties/reizen vinden plaats in de schoolvakanties van [de minderjarige] en op de momenten dat zij conform de verdeling van de schoolvakanties bij de moeder zal zijn;
  • de moeder zal de vader informeren over de vakanties/reizen.
- Bij beschikking van 21 augustus 2024 van het gerechtshof Den Haag is voornoemde beschikking bekrachtigd.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
-
primair:de moeder het eenhoofdig gezag toe te kennen;
subsidiair:het gezag van de vader voorde duur van drie jaar te schorsen, althans voor elke andere in goede justitie te bepalen termijn, bij gebreke waarvan te bepalen dat er een raadsonderzoek gelast wordt;
  • te bepalen dat de moeder vervangende toestemming voor de komende zes jaar verkrijgt voor het met [de minderjarige] op vakantie naar het buitenland afreizen, althans voor de komende drie jaren, althans elke andere door de rechtbank te bepalen periode;
  • te bepalen dat [de minderjarige] voor de zomervakantie 2026 vanaf 4 augustus 2026 tot aan het eind van de zomervakantie bij de moeder zal zijn;
  • te bepalen dat de zorgregeling wordt gewijzigd, in die zin dat:
  • zolang de vader geen definitieve, vaste verblijfsplaats heeft:[de minderjarige] elke zondag van 09.00 uur tot 19.30 uur bij de vader zal zijn;
  • zodra de vader een definitieve, vaste verblijfsplaats heeft:
  • [de minderjarige] op woensdagmiddag uit school tot donderdagmiddag 14.00 uur bij de moeder zal zijn;
  • [de minderjarige] in de oneven weekenden van zaterdagochtend 09.00 uur tot zondagavond
19.3
uur bij de vader zal zijn;
  • te bepalen dat [de minderjarige] alle vakanties bij de moeder zal zijn voor de periode van een jaar c.q. totdat de vader een vaste verblijfplaats (bij de brp) heeft, die hij aan moeder bekend heeft gemaakt;
  • te bepalen dat de vader de moeder over de verblijfsplaats van [de minderjarige] moet informeren;
  • althans andere beschikking te wijzen, die de rechtbank in goede justitie juist acht;
  • de vader te veroordelen in de kosten van dit geding.
De vader refereert zich aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de verzoeken van de moeder betreffende het gezag, de (wijziging van de) zorgregeling inclusief de vakantieregeling, de vervangende toestemming voor vakanties. De vader voert verweer tegen de door de moeder verzochte proceskostenveroordeling.

Beoordeling

Gezag
De moeder verzoekt primair om haar voortaan met het eenhoofdig gezag over de kinderen te belasten. De vader refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
Omdat beëindiging van het gezamenlijk gezag niet ter vrije bepaling van de ouders staat, zal de rechtbank beoordelen of eenhoofdig gezag door de moeder in dit geval in het belang van [de minderjarige] moet worden geacht.
Op grond van artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank het gezamenlijk gezag beëindigen, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd. Het gezamenlijk gezag kan worden beëindigd als a) er een onaanvaardbaar risico is dat de kinderen klem of verloren zouden raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of indien b) wijziging van het gezag anderszins in het belang van de kinderen noodzakelijk is.
De rechtbank concludeert dat sprake is van een wijziging van omstandigheden, omdat de vader geen vast woonadres meer heeft, de moeder niet bekend is met zijn huidige verblijfsplaats en de zorgregeling tussen [de minderjarige] en de vader niet meer wordt nagekomen. De moeder is dus ontvankelijk in haar verzoek.
De rechtbank stelt bij haar beoordeling voorop dat het uitgangspunt van de wetgever is dat de ouders gezamenlijk het gezag over hun kind uitoefenen, omdat dit in het belang van het kind wordt geacht. Hiervoor is echter wel vereist dat de ouders daadwerkelijk in staat zijn tot een behoorlijk overleg over zaken die het kind aangaan en dat zij beslissingen over hun kind in gezamenlijk overleg kunnen nemen.
De rechtbank is van oordeel dat de minimale basis voor gezamenlijk gezag, zoals hiervoor omschreven, op dit moment tussen de ouders ontbreekt. De moeder heeft onweersproken gesteld dat zij niet weet waar de vader woont of verblijft en dat hij vaak onbereikbaar is voor haar. Indien de vader reageert, is dit vaak onnodig weigerachtig, terwijl niet gebleken is dat de moeder onverantwoordelijk omgaat met gezagsbeslissingen. Het is voor de moeder niet mogelijk om in gezamenlijk overleg met de vader gezagsbeslissingen te nemen. Daarbij geeft de vader feitelijk geen invulling aan het ouderlijk gezag. Uit hetgeen de moeder naar voren brengt blijkt dat de vader bij weigering van gezagsbeslissingen geen andere suggesties naar voren brengt en/of input levert ten aanzien van keuzes voor [de minderjarige] . De rechtbank verwacht niet dat in de onderlinge communicatie tussen de ouders op afzienbare tijd verbetering komt, onder andere omdat de moeder onweersproken heeft gesteld dat de vader zich heeft teruggetrokken uit het traject Ouderschap Blijft en niet open staat voor een nieuw traject. De rechtbank acht zich in dit oordeel gesterkt doordat de vader niet op de zitting is verschenen.
Gelet op het voorgaande en het feit dat de vader geen verweer heeft gevoerd, zal de rechtbank het verzoek van de moeder om haar voortaan met het eenhoofdig gezag over [de minderjarige] te belasten als anderszins in het belang van [de minderjarige] toewijzen.
Het voorgaande heeft tot gevolg dat de rechtbank niet meer toekomt aan het verzoek van de moeder ten aanzien van de vervangende toestemming om met [de minderjarige] naar het buitenland te reizen.
Wijziging reguliere omgangsregeling en vakantieregeling
Nu de moeder met het eenhoofdig gezag over [de minderjarige] zal worden belast, zal hierna worden gesproken over een omgangsregeling.
De moeder heeft onweersproken het volgende gesteld. De omgangsregeling zoals die is vastgelegd bij beschikking van 29 juni 2023 wordt door de vader sinds augustus van dit jaar niet meer nagekomen. Zoals reeds eerder benoemd, heeft de vader geen vaste woning meer. Zover de moeder weet, verblijft de vader op campings en in Airbnb’s. De vader wil aan de moeder geen informatie verschaffen over zijn verblijfsplaats. De moeder verzoekt nu om de omgangsregeling te wijzigen, waarbij zij ook verzoekt om te bepalen dat de vader de moeder over de verblijfsplaats van [de minderjarige] moet informeren.
De rechtbank vindt het problematisch dat de vader geen inzicht wil geven in zijn woon- en leefsituatie, wat tevens de reden lijkt te zijn dat de vader niet ter zitting is verschenen. Zoals de Raad op de zitting heeft gezegd, is het verstrekken van zijn verblijfsplaats met [de minderjarige] de meest basale informatie die de vader aan de moeder dient te verschaffen. In dat licht, en gelet op het feit dat de vader geen verweer heeft gevoerd en niet ter zitting is verschenen, zal de rechtbank het verzoek van de moeder ten aanzien van de wijziging van de reguliere omgangsregeling toewijzen. Hierbij zal de rechtbank ook bepalen dat de vader aan de moeder dient te vertellen waar hij met [de minderjarige] verblijft.
De moeder verzoekt ook om te bepalen dat [de minderjarige] alle vakanties bij de moeder zal zijn voor de periode van een jaar c.q. totdat de vader een vaste verblijfplaats heeft, die hij aan moeder bekend heeft gemaakt. In de brief bij het F9-formulier van 16 december 2025 heeft de vader laten weten hiermee akkoord te gaan, behoudend de kerstvakantie van dit jaar, nu hij van zaterdag 27 december 2025 tot en met zaterdag 3 januari 2026 een huisje heeft geboekt. Op de zitting is dit besproken, ondanks dat de vader geen officieel verzoek heeft ingediend. De moeder heeft aangegeven dat zij dit geen probleem vindt, maar wel wil weten waar [de minderjarige] dan is.
De rechtbank zal voornoemd verzoek van de moeder toewijzen, om dezelfde reden als waarom het verzoek ten aanzien van de reguliere omgangsregeling toegewezen wordt. Ook zal de rechtbank het verzoek van de moeder ten aanzien van aankomende zomervakantie toewijzen, en vaststellen dat [de minderjarige] in de zomervakantie van 2026 van 4 augustus 2026 tot aan het eind van de zomervakantie bij de moeder zal zijn.
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

BeslissingDe rechtbank:

*
bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder, [de moeder] , geboren op [geboortedatum 2] 1974 te [geboorteplaats 2] , het gezag zal toekomen over de minderjarige:
- [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats 1] ;
*
stelt – met wijziging van de beschikking van 29 juni 2023 van deze rechtbank en van de beschikking van 21 augustus 2024 van het gerechtshof Den Haag – vast dat [de minderjarige] bij de vader zal zijn:
  • zolang de vader geen definitieve, vaste verblijfsplaats heeft:elke zondag van 09.00 uur tot 19.30 uur;
  • zodra de vader een definitieve, vaste verblijfsplaats heeft:in de oneven weekenden van zaterdagochtend 09.00 uur tot zondagavond 19.30 uur,
waarbij de vader de moeder dient te informeren over de verblijfsplaats van [de minderjarige] ;
*
bepaalt – met wijziging van de beschikking van 29 juni 2023 van deze rechtbank en van de beschikking van 21 augustus 2024 van het gerechtshof Den Haag – dat [de minderjarige] alle vakanties bij de moeder zal zijn voor de periode van een jaar c.q. totdat de vader een vaste verblijfplaats heeft, welke verblijfsplaats hij aan moeder bekend heeft gemaakt;
*
bepaalt – met wijziging van de beschikking van 29 juni 2023 van deze rechtbank en van de beschikking van 21 augustus 2024 van het gerechtshof Den Haag – dat [de minderjarige] in de zomervakantie van 2026 van 4 augustus 2026 tot aan het einde van de zomervakantie bij de moeder zal zijn;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.G. Meeder, kinderrechter, bijgestaan door mr. S.A.L. Niemantsverdriet als griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 14 januari 2026.