Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 23 december 2025.
2.De feiten
IN AANMERKING NEMENDE:
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Partijen zijn in 2005 in gemeenschap van goederen gehuwd en in 2019 gescheiden. De woning bleef onverdeeld in de boedel met de afspraak deze vijf jaar onverdeeld te laten, een termijn die in maart 2024 verstreek. De vrouw startte in 2023 een procedure om de man te dwingen mee te werken aan verkoop, wat leidde tot een verstekvonnis.
De man weigerde medewerking en de vrouw vorderde in kort geding machtiging tot verkoop zonder zijn medewerking en ontruiming van de woning. De man stelde dat hij de enige eigenaar was, maar dit werd niet onderbouwd. De voorzieningenrechter oordeelde dat de woning deel uitmaakt van de gemeenschap en dat de man gehouden is mee te werken.
De voorzieningenrechter achtte de belangen van de vrouw zwaarder en wees de machtiging tot verkoop en ontruiming toe, met een termijn van twee maanden om dakloosheid te voorkomen. De vrouw werd ook gemachtigd nieuwe sloten te plaatsen. Vorderingen tot ontruiming tegen derden en kostenveroordeling voor ontruiming werden afgewezen. Proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De vrouw wordt gemachtigd tot verkoop van de woning zonder medewerking van de man en de man wordt veroordeeld tot ontruiming binnen twee maanden.