Uitspraak
Wijziging voorlopige voorzieningen
Beschikking op het op 10 november 2025 ingekomen verzoekschrift van:
[de man],
[de vrouw],
Procedure
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- het verweerschrift met zelfstandige verzoeken, met bijlagen;
- het bericht van 12 november 2025 van de man, met bijlage;
- het bericht van 4 december 2025 van de man, met bijlagen;
- het bericht van 5 december 2025 van de man, met bijlagen;
- het bericht van 16 december 2025 van de man, met bijlage;
- het bericht van 17 december 2025 van de man, met bijlage.
- de man bijgestaan door zijn advocaat;
- de vrouw bijgestaan door haar advocaat;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Feiten
- Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2015 in [plaats 1], [land].
- Partijen zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2016 in [geboorteplaats], [land];
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2017 in [geboorteplaats], [land].
- Partijen oefenen gezamenlijk het gezag uit over de kinderen.
- De kinderen verblijven op dit moment feitelijk bij de vrouw.
- De man heeft de Nederlandse en de Marokkaanse nationaliteit en de vrouw heeft de Belgische en de Marokkaanse nationaliteit.
- Bij deze rechtbank is een echtscheidingsprocedure aanhangig, onder zaak- en rekestnummer C/09/689647 en FA RK 25-5927.
Verzoek en verweer
- de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning in ([postcode]) [plaats 2] aan het [adres], met bevel dat de man die woning moet verlaten en verder niet mag betreden;
- de kinderen aan de vrouw zullen worden toevertrouwd;
- de man voorlopig gerechtigd is om de kinderen bij zich te hebben: één keer in de twee weken een weekend van vrijdag uit school tot zondagavond 18.30 uur en iedere week van woensdag uit school tot donderdagochtend naar school;
- de man aan de vrouw, met ingang van 8 mei 2025, voorlopig een kinderalimentatie voor de kinderen van € 427,- per kind per maand moet betalen;
- de man aan de vrouw, met ingang van het moment dat het salaris van de vrouw uit [bedrijfsnaam] B.V. wegvalt, voorlopig een partneralimentatie van € 2.000,- per maand moet betalen.
- bepaalt dat de kinderen voorlopig bij de man zullen verblijven, conform het verzoek van de man onder I., althans dat de rechtbank een in goede justitie te bepalen voorlopige zorgregeling vaststelt;
- de ingangsdatum van de voorlopige kinderalimentatie bepaalt op 8 juli 2025;
- bepaalt dat de man geen voorlopige partneralimentatie aan de vrouw moet betalen en dat de vrouw hetgeen zij te veel aan voorlopige partneralimentatie heeft ontvangen aan de man moet terugbetalen,
- de kinderen wekelijks van donderdagmiddag uit school tot vrijdagochtend naar school bij de man zullen verblijven;
- de vakantieregeling als volgt te bepalen:
- zomervakantie (jaarlijks om en om): twee weken bij de vrouw, twee weken bij de man, daarna week op week;
- kerst- en meivakantie (om en om en jaarlijks afwisselend): Kerst eerste helft bij de vrouw, tweede helft bij de man en meivakantie eerste helft bij de man, tweede helft bij de vrouw;
- herfst- en voorjaarsvakantie: reguliere zorgregeling laten doorlopen of halverwege delen,