ECLI:NL:RBDHA:2026:2884

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 januari 2026
Publicatiedatum
16 februari 2026
Zaaknummer
C/09/694617 / FA RK 25-8612
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging zorgregeling en vakantieverdeling in ouderschapsplan wegens niet-nakoming door vader

Partijen zijn gescheiden en hebben gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind. In het oorspronkelijke ouderschapsplan was een zorgregeling opgenomen waarbij het kind drie weekenden per maand bij de vader verbleef. De moeder verzoekt wijziging van deze regeling omdat de vader deze niet of onvoldoende nakomt, wat leidt tot problemen voor de moeder en het kind, dat autisme heeft en behoefte heeft aan structuur.

De vader is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd. De rechtbank stelt vast dat de vader de zorgregeling niet naleeft, onder andere door afzeggingen en eigenhandige wijzigingen, wat de moeder in haar werk belemmert. De moeder verzoekt daarom een zorgregeling waarbij het kind voortaan om de week in de even weken bij de vader verblijft, met halen en brengen door de vader.

Ook de vakanties worden opnieuw verdeeld omdat de vader de afspraken niet nakwam. De rechtbank wijst het verzoek toe en legt een duidelijke vakantieverdeling vast, waarbij vakanties om en om bij vader en moeder worden doorgebracht volgens een schema. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De rechtbank wijzigt de zorgregeling en vakantieverdeling in het ouderschapsplan en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-8612
Zaaknummer: C/09/694617
Datum beschikking: 16 januari 2026

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op 13 november 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E.E. Tiebie te Heerhugowaard.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder het verzoekschrift.
Op 12 december 2025 is de zaak op een zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

Verzoek en verweer

Het verzoekschrift strekt tot wijziging van na te melden beschikking, met daarin opgenomen de door de ouders in het ouderschapsplan overeengekomen zorgregeling, in die zin dat de moeder verzoekt:
  • een zorgregeling vast te stellen, inhoudende dat [de minderjarige] één keer in de veertien dagen in de even weken van vrijdag 17.30 uur tot maandagochtend voor het werk van de vader, bij de vader verblijft, waarbij de vader [de minderjarige] ophaalt bij de moeder en haar ook weer terugbrengt en als de vader niet werkt op maandag, [de minderjarige] tot zondagavond 19.00 uur bij de vader zal verblijven, waarbij de wissel plaatsvindt bij de Shell op de [rijksweg] ;
  • te bepalen dat de vakanties worden verdeeld conform het door de moeder overgelegde schema;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De moeder doet haar verzoek steunen op de stelling dat de omstandigheden nadien zijn gewijzigd.
De vader heeft geen verweer gevoerd.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2020 tot [datum 2] 2025.
- Zij zijn de ouders van het volgende nog minderjarige kind:
- [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats] ;
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] uit.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 21 mei 2025 is de echtscheiding uitgesproken tussen partijen en is het ouderschapsplan aangehecht aan de beschikking. In dit ouderschapsplan is onder meer opgenomen dat:
­ [de minderjarige] op het adres van de moeder ingeschreven staat in de basisregistratie personen (BRP);
­ een zorgregeling geldt, waarbij:
­ [de minderjarige] drie weekenden per maand van vrijdag 17.30 uur tot maandagochtend voor werk bij de vader verblijft, waarbij de vader [de minderjarige] op vrijdag ophaalt en op maandag terugbrengt bij de moeder;
­ [de minderjarige] op maandag om 19.00 uur wordt teruggebracht door de vader als hij op maandag niet hoeft te werken;
­ [de minderjarige] op zondagavond zal teruggaan naar de moeder als blijkt dat [de minderjarige] niet goed functioneert op school, waarbij de wissel plaatsvindt bij het tankstation van Shell aan de A12 om 19.00 uur;
­ In het weekend voorafgaand aan het weekend dat [de minderjarige] bij de moeder verblijft, [de minderjarige] waar mogelijk nog op een doordeweekse dag bij de vader verblijven, in onderling overleg te bepalen;
­ de vakanties en feestdagen bij helfte tussen partijen worden verdeeld.

Beoordeling

De rechtbank is gebleken dat na voormelde vaststelling van een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken de omstandigheden zijn gewijzigd. Gebleken is dat de vader de overeengekomen zorgregeling in de praktijk niet of onvoldoende nakomt. De moeder is daarom ontvankelijk in haar verzoek.
Zorgregeling
De moeder wil de zorgregeling graag wijzigen. Bij het uiteengaan hebben partijen afspraken gemaakt en opgenomen in een door beide partijen ondertekend ouderschapsplan. Hoewel het juist de vader was die [de minderjarige] graag drie van de vier weekenden bij zich wilde hebben, komt hij de zorgregeling niet na. Hij zegt af, komt te laat of komt zonder bericht helemaal niet opdagen. De vader bepaalt ook eigenhandig welke weekenden in de maand hij [de minderjarige] wel heeft en welke niet. De moeder komt hierdoor in de knel op haar werk, omdat zij juist in de weekenden werkt dat [de minderjarige] volgens de regeling bij de vader is. Zij heeft de vader hier meermaals op aangesproken, maar hij geeft niet thuis. Daarnaast is [de minderjarige] gediagnosticeerd met autisme, zodat structuur en regelmaat voor haar juist heel belangrijk is. De moeder wil het liefste dat de vader de huidige zorgregeling nakomt, zodat zij drie weekenden kan blijven werken, maar de huidige situatie is niet houdbaar. Zij verzoekt daarom te bepalen dat [de minderjarige] voortaan steeds om de week, in de even weken, bij de vader verblijft. Omdat de vader geen verweer heeft gevoerd en de rechtbank dit ook in het belang van [de minderjarige] vindt, zal zij het verzoek toewijzen. Daarbij zal de rechtbank ook opnemen dat de vader het halen en brengen (van en naar het huis van de moeder) voor zijn rekening zal nemen, zoals in de afgelopen periode in de praktijk ook steeds is gebeurd.
Verdeling van de vakanties
In het ouderschapsplan zijn partijen overeengekomen dat zij de vakanties bij helfte zullen delen. Al in de eerste vakantie na het overeenkomen ervan (de zomervakantie), is de vader de afspraken echter niet nagekomen. Hij heeft maar één week voor haar gezorgd in plaats van drie weken. Ook de verdeling van de herfstvakantie lukte pas op het allerlaatste moment en na aandringen van de moeder. De moeder verzoekt daarom een duidelijke verdeling van de vakanties, zodat beide partijen hierover duidelijkheid hebben. Nu de vader ook tegen dit verzoek geen verweer heeft gevoerd en de rechtbank de verzochte verdeling in het belang van [de minderjarige] vindt, zal zij dit vastleggen.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van 21 mei 2025 en het aangehechte ouderschapsplan –:
bepaalt dat de minderjarige:
- [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats] ;
bij de vader zal zijn: één keer in de veertien dagen in de even weken van vrijdag 17.30 uur tot maandagochtend voor het werk van de vader, waarbij de vader [de minderjarige] ophaalt bij de moeder en ook weer bij haar terugbrengt;
bepaalt een verdeling van de vakanties en feestdagen, waarbij [de minderjarige] :
  • in de zomervakantie: in de oneven jaren de eerste drie weken bij de vader is en de laatste drie weken bij de moeder; in de even jaren is het andersom;
  • in de herfstvakantie: in de even jaren bij de vader is en in de oneven jaren bij de moeder;
  • in de voorjaarsvakantie: in de oneven jaren bij de vader is en in de even jaren bij de moeder;
  • in de meivakantie: in de oneven jaren in de eerste week bij de vader is en de tweede week bij de moeder, in de even jaren is het andersom;
  • in de kerstvakantie: in de oneven jaren de eerste week bij de vader is en de tweede week bij de moeder, in de even jaren is het andersom;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, kinderrechter, bijgestaan door mr. S.B. Boekema als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2026.