Beslissing
*
spreekt de echtscheiding uit tussen ouders, gehuwd op [datum] 2008 te [plaats 1] ;
*
bepaalt dat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] de hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de moeder en verklaart deze bepaling uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] de ene week bij de moeder zullen verblijven en de andere week bij de vader, waarbij:
- de moeder de kinderen op vrijdagochtend naar school brengt en de spullen van de kinderen bij de vader thuis en de kinderen uit school zelf naar de vader zullen gaan;
- de vader de kinderen de daarop volgende vrijdag uit school/vóór het eten om 18.00 uur met hun spullen bij de moeder brengt;
- de ouder waar de kinderen zijn de kinderen, als er geen school is, op vrijdag om 12.00 uur met hun spullen naar de andere ouder brengt;
*
stelt de volgende regeling van de vakantie- en feestdagenregeling vast, waarbij [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] :
- in de herfstvakantie en de voorjaarsvakantie zullen zijn bij de ouder waar zij conform de reguliere zorgregeling zijn;
- in de kerstvakantie in de even jaren de eerste week bij de moeder zijn, met uitzondering van 2e kerstdag- en nacht waarop zij bij de vader zullen zijn, en in de tweede week bij de vader, met uitzondering van oudejaarsdag- en nacht, waarop zij bij de moeder zullen zijn, en in de oneven jaren andersom;
- in de meivakantie in de even jaren de eerste week bij de vader zullen zijn en in de tweede week bij de moeder en in de oneven jaren andersom;
- in de zomervakantie in de even jaren de eerste drie weken bij de vader zullen zijn en de daarop volgende drie weken bij de moeder en in de oneven jaren andersom;
- op de overige feest- en verjaardagen zullen zijn bij de ouders waar zij conform de reguliere zorgregeling of vakantieregeling zijn,
en verklaart deze regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat de vader aan de moeder, met ingang van heden een kinderalimentatie ten behoeve van de [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] van € 147,- per maand, per kind zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen, en verklaart de bepaling van deze bijdrage uitvoerbaar bij voorraad;
*
stelt de verdeling van de huwelijksgemeenschap als volgt vast, onder de voorwaarde van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand:
- de woning, gelegen aan de [adres] wordt toegedeeld aan de man op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:
a) partijen hebben binnen één week na de zitting een gezamenlijke opdracht aan [makelaar] in [plaats 2] verstrekt tot een bindende taxatie van de woning. De door deze makelaar-taxateur vastgestelde waarde is de waarde waartegen de man de woning zal overnemen;
b) de overdracht van de woning aan de man dient vóór 1 maart 2026 plaats te vinden, waarbij de vrouw wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldleningen
c) partijen verlenen over en weer op eerste verzoek van de ander hun medewerking aan de notariële overdracht van de woning;
d) van de overwaarde wordt eerst de lening aan de ouders van de vrouw afgelost, waarna de over- dan wel onderwaarde tussen partijen bij helfte wordt gedeeld dan wel gedragen. De over- dan wel onderwaarde bestaat uit de getaxeerde waarde, te vermeerderen met de saldi van de bankspaarrekeningen ten tijde van de overdracht, minus de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldleningen ten tijde van de overdracht en minus de kosten van de makelaar-taxateur;
e) de kosten van de notariële overdracht worden door de man als kosten koper, voldaan;
f) bij de levering en de afrekening van de overwaarde vindt verrekening plaats van:
- het door de vrouw aan de man verschuldigde bedrag aan aflossing van de hypotheek, zijnde de helft van de aflossingen vanaf 1 oktober 2024 tot aan de levering;
- de hierna te noemen bedragen die partijen, in het kader van de verdeling van de huwelijksgemeenschap, over en weer aan elkaar verschuldigd zijn, waartoe partijen voorafgaande aan de levering aan de notaris stukken zullen aanleveren waaruit blijkt van de saldi van de op zijn/haar naam staande bankrekeningen op de peildatum en de ontvangen c.q. betaalde bedragen aan de Belastingdienst;
- de inboedel wordt door partijen bij helfte gedeeld. Die deling vindt plaats doordat partijen ieder om de beurt een goed zullen kiezen van de door de vrouw als productie 11 overgelegde inboedellijst, die binnen een week na de zittingsdatum door de man is aangevuld;
- aan de man wordt toegedeeld:
de activa van de eenmanszaak [eenmanszaak] , onder de verplichting voor de man eventuele schulden van de eenmanszaak voor zijn rekening te nemen;
de Hyundai met kenteken [kenteken 1] , onder de verplichting € 2.850,- aan de vrouw te vergoeden;
de helft van het saldo op de bankrekening [bankrekening 1] op naam van partijen gezamenlijk;
de helft van het saldo op de bankrekening [bankrekening 2] op naam van partijen gezamenlijk;
het saldo op de bankrekening [bankrekening 3] op naam van de man, onder de verplichting de helft van het saldo op de peildatum aan de vrouw te vergoeden;
de helft van de na de peildatum van de Belastingdienst ontvangen teruggaven die zien op de periode tot 19 juli 2024, onder de verplichting de helft van na de peildatum aan de Belastingdienst verschuldigde bedragen die zien op de periode tot 19 juli 2024 voor zijn rekening te nemen;
- aan de vrouw wordt toegedeeld:
1. de helft van het saldo op de bankrekening [bankrekening 1] op naam van partijen gezamenlijk;
2. de helft van het saldo op de bankrekening [bankrekening 2] op naam van partijen gezamenlijk;
3. het saldo op de bankrekening [bankrekening 4] op naam van de vrouw, onder de verplichting de helft van het saldo op de peildatum aan de man te vergoeden;
4. het saldo op de bankrekening [bankrekening 5] op naam van de vrouw, onder de verplichting de helft van het saldo op de peildatum aan de man te vergoeden;
5. de helft van de na de peildatum van de Belastingdienst ontvangen teruggaven die zien op de periode tot 19 juli 2024, onder de verplichting de helft van na de peildatum aan de Belastingdienst verschuldigde bedragen die zien op de periode tot 19 juli 2024 voor haar rekening te nemen;
en verklaart deze vaststelling uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door P. Lahman als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 16 januari 2026.
Partij
man
Zaak
(669924)
Berekening
kinderalimentatie
Tarieven
2026-1
Datum uitdraai
12-01-2026
Box 1 Inkomen uit werk en woning
Loon (41-50)
41
Bruto arbeidsinkomen uit dienstbetrekking
€
70.502
44
Vakantietoeslag
€
5.64
48
Belaste gratificaties, tantièmes, eindejaarsuitkering
€
6.1
Bruto inkomsten
€
82.242
Premies (51-59)
Pensioenpremie
54
Loon voor de premies werknemersverzekeringen
€
82.242
59
Inkomsten
€
82.242
Belastbaar loon (61-64)
64
Belastbaar loon
€
82.242
Heffing box 1 (94-95)
94
Belastbaar inkomen uit werk en woning
€
82.242
- Schijf 1, 35,75% (17,85%) over € 0 t/m € 38.882 (€ 41.123)
€
13.9
- Schijf 2, 37,56% over € 38.883 (€ 41.124) t/m € 78.426
€
14.852
- Schijf 3, 49,5% over € 78.427 of meer
€
1.888
95
Inkomensheffing box 1
€
30.64
Besteedbaar inkomen (113-120)
113
Inkomen voor aftrek inkomensheffing
€
82.242
114
Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3
€
30.64
115/116
Heffingskorting en standaard heffingskorting
-
€
3.3
117
Verschuldigde inkomensheffing
-
€
27.34
Inkomen na aftrek inkomensheffing
€
54.902
Specificaties voor post: 115/116
Algemene Heffingskorting
€
jaar
Arbeidskorting
€
3.3
jaar
120
Besteedbaar inkomen
€
54.902
120a
Netto besteedbaar inkomen (per jaar)
€
54.902
120a
Netto besteedbaar inkomen (per maand)
€
4.575
Draagkracht tbv kinderalimentatie
Draagkracht tbv kinderalimentatie
120a
Netto besteedbaar inkomen tbv kinderalimentatie
€
4.575
Draagkracht wordt berekend op basis van
Formule
122a
Kosten van levensonderhoud
€
1.365
123a
Woonbudget
€
1.372
135a
Draagkrachtloos inkomen tbv kinderalimentatie
€
2.737
136a
Draagkrachtruimte
€
1.838
137a
Draagkrachtpercentage
%
70
Beschikbaar
€
1.287
140a
Draagkracht tbv kinderalimentatie
€
1.287
Partij
vrouw
Zaak
(669924)
Berekening
kinderalimentatie
Tarieven
2026-1
Datum uitdraai
12-01-2026
Box 1 Inkomen uit werk en woning
Loon (41-50)
41
Bruto arbeidsinkomen uit dienstbetrekking
€
50.525
44
Vakantietoeslag
€
4.042
48
Belaste gratificaties, tantièmes, eindejaarsuitkering
€
4.13
Bruto inkomsten
€
58.697
Premies (51-59)
Pensioenpremie
54
Loon voor de premies werknemersverzekeringen
€
58.697
59
Inkomsten
€
58.697
Belastbaar loon (61-64)
64
Belastbaar loon
€
58.697
Heffing box 1 (94-95)
94
Belastbaar inkomen uit werk en woning
€
58.697
- Schijf 1, 35,75% (17,85%) over € 0 t/m € 38.882 (€ 41.123)
€
13.9
- Schijf 2, 37,56% over € 38.883 (€ 41.124) t/m € 78.426
€
7.442
95
Inkomensheffing box 1
€
21.342
Besteedbaar inkomen (113-120)
113
Inkomen voor aftrek inkomensheffing
€
58.697
114
Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3
€
21.342
115/116
Heffingskorting en standaard heffingskorting
-
€
6.095
117
Verschuldigde inkomensheffing
-
€
15.247
Inkomen na aftrek inkomensheffing
€
43.45
Specificaties voor post: 115/116
Algemene Heffingskorting
€
1.263
jaar
Arbeidskorting
€
4.832
jaar
Bij: Kindgebonden budget
€
8.062
120
Besteedbaar inkomen
€
51.512
120a
Netto besteedbaar inkomen (per jaar)
€
51.512
120a
Netto besteedbaar inkomen (per maand)
€
4.293
Draagkracht tbv kinderalimentatie
Draagkracht tbv kinderalimentatie
120a
Netto besteedbaar inkomen tbv kinderalimentatie
€
4.293
Draagkracht wordt berekend op basis van
Formule
122a
Kosten van levensonderhoud
€
1.365
123a
Woonbudget
€
1.288
135a
Draagkrachtloos inkomen tbv kinderalimentatie
€
2.653
136a
Draagkrachtruimte
€
1.64
137a
Draagkrachtpercentage
%
70
Beschikbaar
€
1.148
140a
Draagkracht tbv kinderalimentatie
€
1.148