ECLI:NL:RBDHA:2026:290
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen overdracht asielzoeker aan Bulgarije
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Bulgarije verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling. De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek om een voorlopige voorziening omdat de rechtbank niet binnen de overdrachtstermijn uitspraak kan doen.
De zitting van het beroep was gepland op 7 januari 2026, maar is vanwege ziekte van de gemachtigde uitgesteld. De overdrachtstermijn eindigt op 16 februari 2026, waardoor het onwaarschijnlijk is dat de rechtbank tijdig uitspraak doet. De voorzieningenrechter concludeert dat onverwijlde spoed aanwezig is en wijst het verzoek toe.
De voorzieningenrechter bepaalt dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Bulgarije totdat op het beroep is beslist. Tevens worden de proceskosten van verzoeker aan verweerder opgelegd, vastgesteld op € 934,-. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Verzoeker mag niet aan Bulgarije worden overgedragen totdat op het beroep is beslist.