Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van cliënt, geboren in 1956, die verblijft in een zorginstelling. Cliënt vertoont een cognitieve stoornis, vermoedelijk Lewy Body Dementie, en is momenteel niet gelukkig op de afdeling, hoewel hij coöperatief is en geen actief verzet toont.
De specialist ouderengeneeskunde en de echtgenote van cliënt gaven aan dat het toestandsbeeld van cliënt is verslechterd na een recente operatie, met escalatie van fysieke agressie en maatschappelijke teloorgang. Cliënt verdwaalt in de omgeving en herkent zijn huis niet meer, waardoor terugkeer naar huis momenteel onveilig wordt geacht.
De rechtbank oordeelt dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar, ernstige psychische schade en overbelasting van de mantelzorger. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar. Daarom wordt de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor zes weken toegekend, tot en met 27 februari 2026.
De beschikking is uitgesproken op 16 januari 2026 en schriftelijk vastgesteld op 23 januari 2026. Cliënt kan tegen deze beschikking cassatie instellen.