AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Toewijzing zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg met terugkeer naar land van herkomst
De rechtbank Den Haag behandelde op 16 januari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 7:11 WvggzPro ten aanzien van betrokkene, een arbeidsmigrant met een psychotische stoornis en drugsgebruik. Betrokkene ontkent de noodzaak van zorg en wil zelfstandig aan het werk om schulden af te lossen. De verpleegkundig specialist en begeleider gaven aan dat betrokkene zonder verplichte zorg zal terugvallen in drugsgebruik en dakloosheid, met risico op maatschappelijke teloorgang.
De rechtbank stelde vast dat betrokkene lijdt aan een ernstige psychische stoornis die leidt tot ernstig nadeel en dat vrijwillige zorg niet mogelijk is vanwege ontbrekend ziektebesef en inzicht. De voorgestelde vormen van verplichte zorg zijn noodzakelijk, evenredig en effectief om het ernstig nadeel af te wenden. Minder bezwarende alternatieven zijn niet beschikbaar. De rechtbank wees enkele vormen van zorg af die niet noodzakelijk werden geacht.
Gezien het perspectief van repatriëring naar Polen binnen twee weken, verleende de rechtbank de zorgmachtiging voor een beperkte duur van één maand. De machtiging omvat onder meer medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen, onderzoek op gedrag-beïnvloedende middelen en opname in een accommodatie. Het verzoek tot meer of andere zorgmaatregelen werd afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg voor de duur van één maand in afwachting van repatriëring naar Polen.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/696958 / FA RK 25-9942
Datum beschikking: 16 januari 2026
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikkingnaar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 7:11 vanPro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats] , [geboorteland] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] te [plaats] ,
advocaat: mr. G.E.M. Later te Den Haag.
ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 30 december 2025, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 24 december 2025 ondertekende medische verklaring van A. Kramer, psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een blanco zorgkaart;
- een zorgplan van 24 december 2025;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van ;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een afschrift van de politiemutaties.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 16 januari 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat en de Poolse tolk;
- de verpleegkundig specialist, de heer [naam 1] ;
- de begeleider, [naam 2] .
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.
Standpunten ter zitting
Door en namens betrokkene is ter zitting naar voren gebracht dat betrokkene niet achter een zorgmachtiging staat. Betrokkene wil graag aan het werk om haar schulden af te betalen. Daarnaast geeft zij aan de medicatie te zullen gebruiken als dit noodzakelijk wordt geacht. Het is van belang dat er aandacht wordt besteed aan de huidige medicatie en de afbouw hiervan, mede gelet op eventuele repatriëring naar Polen. De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek.
De verpleegkundig specialist heeft ter zitting aangegeven dat er momenteel sprake is van een stabiel toestandsbeeld. De psychose heeft lang nageëbd door het drugsgebruik van betrokkene. De psychose heeft zich geuit in bizar gedrag, waarbij betrokkene oninvoelbaar was en het idee had dat zij door iets werd bestuurd. Momenteel neemt betrokkene de medicatie vloeibaar in, vanwege het vermoeden van smokkelen met de orale medicatie. Sinds het adequaat innemen van de medicatie is het toestandsbeeld opgeklaard. Nog steeds ontbreekt het ziektebesef- en inzicht, waardoor betrokkene niet behandeltrouw wordt geacht. Op zeer korte termijn zal betrokkene gerepatrieerd worden naar Polen. Verwacht wordt dat dit binnen twee weken geregeld kan worden. Om die reden is het van belang dat middels een dwingend juridisch zorgkader betrokkene opgenomen kan blijven. Indien betrokkene met ontslag gaat, zal zij terugvallen in drugsgebruik.
De begeleider heeft ter zitting naar voren gebracht dat er sprake is van risico op maatschappelijke teloorgang. Indien betrokkene met ontslag gaat zal zij op straat gaan zwerven en terugvallen in drugsgebruik. Betrokkene beschikt niet over een woonplek. Om die reden bestaat het risico op decompensatie.
Beoordeling
Op 11 december 2025 is door de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 1 januari 2026.
Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een psychotische stoornis (NAO), differentiaal drugspsychose, differentiaal schizofrenie.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige materiële schade;
- ernstige immateriële schade;
- ernstige financiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Er is sprake van zorgwekkende situatie met risicovol gedrag en mijden van zorg. Daarnaast ontkent betrokkene de noodzaak van hulp en behandeling. Betrokkene bevindt zich in een kwetsbare positie als dakloze, onverzekerde arbeidsmigrant.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat zij haar autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Er is sprake van een ontbrekend ziektebesef -en inzicht, waarbij alle hulp en behandeling wordt afgehouden. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Gelet op hetgeen ter zitting is besproken ziet de rechtbank geen aanleiding voor het opleggen van verplichte zorg in de vorm van:
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht.
Niet gebleken is dat deze vormen van zorg in het verleden noodzakelijk zijn geweest en niet voorzienbaar is dat het opleggen hiervan direct noodzakelijk zal zijn. Het verzoek zal daarom in zoverre worden afgewezen.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
De rechtbank ziet aanleiding om de zorgmachtiging te verlenen voor een kortere duur dan is verzocht. Het perspectief voor betrokkene is hiertoe redengevend, temeer nu betrokkene op zeer korte termijn zal worden gerepatrieerd naar Polen. De machtiging zal worden verleend voor de duur van één maand.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend.
Beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats] , [geboorteland] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 16 februari 2026;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.A. Schueler, rechter, bijgestaan door L. Ammerlaan-Arkenbout als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 16 januari 2026.