ECLI:NL:RBDHA:2026:2923
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N. Meesters – van Luijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens ontbreken forensisch medisch onderzoek
De minister heeft op 26 september 2025 het verzoek van eiser om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank behandelde het beroep op 21 januari 2026 en deed op 29 januari 2026 een tussenuitspraak waarin werd geoordeeld dat de minister onder de gegeven omstandigheden een forensisch medisch onderzoek (FMO) aan eiser had moeten aanbieden.
De minister kreeg de gelegenheid om het gebrek te herstellen door alsnog een FMO aan te bieden, maar heeft hiervan op 9 februari 2026 schriftelijk afgezien. De rechtbank verklaarde daarop het beroep gegrond en vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank ziet geen aanleiding om de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien, omdat nog medisch advies moet worden ingewonnen. De minister wordt opgedragen binnen zestien weken na bekendmaking van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen, waarbij de tussenuitspraak en deze uitspraak in acht worden genomen.
Daarnaast krijgt eiser een proceskostenvergoeding van €1.868,- toegekend, omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. De overige beroepsgronden zijn niet inhoudelijk beoordeeld omdat deze afhankelijk zijn van de uitkomst van de nadere besluitvorming door de minister.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens het ontbreken van een forensisch medisch onderzoek.