ECLI:NL:RBDHA:2026:2929
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na eigen opzegging dienstverband
Eiseres diende een aanvraag in voor een WW-uitkering nadat zij per 4 november 2023 werkloos werd. Verweerder wees de uitkering af wegens verwijtbare werkloosheid, omdat eiseres zelf ontslag had genomen terwijl zij redelijkerwijs had kunnen blijven werken.
Eiseres stelde dat zij mondeling overeenkwam dat het dienstverband per 30 oktober 2023 zou eindigen en dat zij slechts op verzoek van de werkgever nog enkele dagen werkte. De rechtbank constateerde echter dat eiseres op 1, 3 en 4 november 2023 nog arbeid verrichtte, waardoor de arbeidsovereenkomst stilzwijgend werd voortgezet volgens artikel 7:668 BW Pro.
De rechtbank oordeelde dat het aan eiseres te wijten is dat de arbeidsovereenkomst niet werd voortgezet en dat zij verwijtbaar werkloos is geworden. De vordering tot toekenning van de WW-uitkering werd daarom afgewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de WW-uitkering wordt afgewezen wegens verwijtbare werkloosheid.