ECLI:NL:RBDHA:2026:2940

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 februari 2026
Publicatiedatum
16 februari 2026
Zaaknummer
insolventienummer: C/09/23/14 R
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging schuldsaneringsregeling wegens niet-naleving sollicitatieverplichting

Betrokkene is op 25 januari 2023 toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De looptijd van deze regeling is op 25 januari 2026 verstreken. De bewindvoerder rapporteerde dat betrokkene niet volledig heeft voldaan aan de informatie-, sollicitatie- en afdrachtverplichtingen. Vooral de sollicitatieverplichting is niet nagekomen over de periode augustus 2024 tot en met februari 2025.

Tijdens de eindzitting op 9 februari 2026 werd vastgesteld dat betrokkene in de eerste periode niet heeft gesolliciteerd vanwege een hernia, maar hiervoor geen medische stukken heeft overlegd en geen ontheffing van de rechter-commissaris heeft gekregen. Voor de periode juli 2025 tot en met 25 januari 2026 is wel voldoende sollicitatie-inspanning aannemelijk gemaakt.

De rechtbank oordeelt dat de tekortkomingen toerekenbaar zijn en in beginsel een weigering van de schone lei rechtvaardigen. Echter, gezien de inspanningen van betrokkene en het advies van de bewindvoerder, wordt de regeling verlengd met zeven maanden om betrokkene alsnog de kans te geven aan alle verplichtingen te voldoen. De verlenging gaat in op 25 februari 2026 en loopt tot 25 september 2026.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de schuldsaneringsregeling met zeven maanden wegens niet-naleving van de sollicitatieverplichting.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANKDEN HAAG
Team Toezicht
insolventienummer: C/09/23/14 R
vonnis van 16 februari 2026
in de schuldsaneringsregeling van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum]1979 te [geboorteplaats] ([land]),
wonende te [adres 1], [postcode 1] [woonplaats],
voorheen handelend onder de namen [handelsnaam 1] en [handelsnaam 2],
ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder [nummer],
gevestigd te [adres 2], [postcode 2] [vestigingsplaats 1],
met nevenvestiging te [adres 3], [postcode 3] [vestigingsplaats 2].
Waar deze zaak over gaat
[betrokkene] zit in de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De looptijd van die regeling is voorbij. De rechtbank boordeelt nu of [betrokkene] aan de verplichtingen heeft voldaan die horen bij de WSNP. Als dat zo is wordt aan [betrokkene] de zogenoemde “schone lei” verleend. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op [betrokkene] kunnen verhalen. Wanneer [betrokkene] niet (voldoende) aan de verplichtingen heeft voldaan is het mogelijk de looptijd van de WSNP te verlengen. Daardoor krijgt [betrokkene] de kans alsnog aan de verplichtingen te voldoen, zodat de rechtbank na verloop van de verlengde looptijd kan beoordelen of alsnog een schone lei kan worden verleend.
De rechtbank zal de looptijd van de regeling van [betrokkene] verlengen en legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.Verloop van de procedure

1.1.
[betrokkene] is op 25 januari 2023 toegelaten tot de WSNP. Daarbij is, voor het laatst, mr. M. van Nooijen tot rechter-commissaris benoemd. N. Pavljasevic te Barendrecht is tot bewindvoerder benoemd.
1.2.
De looptijd van de WSNP is op 25 januari 2026 verstreken.
1.3.
De bewindvoerder heeft schriftelijk verslag uitgebracht over het verloop van de regeling. Uit dit verslag blijkt dat de informatieverplichting, de sollicitatieverplichting en de afdrachtverplichting niet volledig zijn nagekomen. Om deze reden adviseert de bewindvoerder de rechtbank [betrokkene] (nog) geen schone lei te verlenen.
1.4.
De bewindvoerder heeft de rechtbank bij brief van 2 februari 2026 geïnformeerd over de laatste stand van zaken. Hieruit blijkt dat de informatieverplichting en de sollicitatieverplichting nog steeds niet (voldoende) zijn nagekomen.
1.5.
De eindzitting heeft op 9 februari 2026 plaatsgevonden. Op deze zitting verschenen:
- [betrokkene],
- [naam 1], beschermingsbewindvoerder,
- [naam 2], crediteur,
- de bewindvoerder.
1.6.
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.De beoordeling

2.1.
Met het verstrijken van de looptijd eindigen voor [betrokkene] de verplichtingen die de WSNP met zich brengt en moet worden beoordeeld of aan hem de schone lei kan worden verleend. Daarvoor is nodig dat de verplichtingen uit de WSNP tijdens de looptijd voldoende zijn nagekomen, ofwel dat [betrokkene] daarin niet toerekenbaar is tekortgeschoten.
2.2.
[naam 2] is een crediteur van [betrokkene] en heeft aan de rechtbank verzocht kort het woord te mogen voeren. Zij heeft ter zitting, kort en bondig samengevat, te kennen gegeven dat [betrokkene] haar en haar familie schade heeft berokkend. [naam 2] en haar familie hebben hierdoor schade geleden en lijden nog steeds schade, terwijl [betrokkene] hen deze schade niet hoeft te vergoeden. Zij wil de schade echter vergoed hebben. Ter zitting heeft [betrokkene] toegelicht waarom hij meent dat als [naam 2] al schade heeft geleden, zij deze door eigen toedoen heeft geleden.
2.3.
De rechtbank heeft er kennis van genomen dat [naam 2], na alles wat tussen haar en [betrokkene] is voorgevallen, moeite heeft met de bedoeling, het toetsingskader en de rechtsgevolgen van de wettelijke schuldsaneringsregeling. Dit levert echter, in het kader van de beoordeling als bedoeld onder 2.1, geen grond of reden op om tot een ander oordeel te komen. Van zodanige gronden of redenen is ook niet anderszins gebleken.
2.4.
In het kader van de beoordeling als bedoeld onder 2.1 stelt de rechtbank met de bewindvoerder vast dat [betrokkene] kort voor de zitting van 9 februari 2026 stukken en informatie aan de bewindvoerder heeft geleverd en daarmee zijn tekortkoming in de informatieverplichting heeft hersteld. Ook heeft [betrokkene] inmiddels volledig aan de afdrachtverplichting voldaan. Echter, volgens de bewindvoerder heeft [betrokkene] over de perioden augustus 2024 tot en met februari 2025 en juli 2025 tot en met 25 januari 2026 niet aan zijn sollicitatieverplichting voldaan. Uit het dossier is gebleken dat [betrokkene] over de periode augustus 2024 tot en met februari 2025 inderdaad niet heeft gesolliciteerd. Ter zitting heeft [betrokkene] hierover te kennen gegeven dat hij in die periode ziek was in verband met een hernia en daardoor niet in staat was aan de sollicitatieverplichting te voldoen. [betrokkene] heeft, ondanks verzoeken van de bewindvoerder daartoe, geen medische stukken overgelegd ter onderbouwing hiervan en is in deze periode ook niet door de rechter-commissaris van zijn sollicitatieverplichting ontheven. [betrokkene] heeft voor wat betreft de periode van juli 2025 tot en met 25 januari 2026 wel documenten aangeleverd, te weten vacatures, ongedateerde ontvangstbevestigingen van sollicitaties en negentien ongedateerde sollicitatiebrieven. Hoewel de wijze van solliciteren in deze laatste periode niet geheel op de voorgeschreven wijze heeft plaatsgevonden acht de rechtbank het voldoende aannemelijk dat [betrokkene] in die periode heeft voldaan aan zijn sollicitatieverplichting. Voor wat betreft de eerste periode van augustus 2024 tot en met februari 2025 stelt de rechtbank vast dat [betrokkene] niet aan de sollicitatieverplichting heeft voldaan, zodat sprake is van een tekortkoming van zeven maanden. De rechtbank is van oordeel dat in beginsel sprake is van tekortkomingen die [betrokkene] zijn toe te rekenen en die een beëindiging van de schone lei zonder ‘schone lei’ rechtvaardigen.
2.5.
De rechtbank acht de gestelde tekortkomingen evenwel niet van dien aard dat deze nu zouden moeten leiden tot beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder schone lei. [betrokkene] heeft namelijk gedurende zijn schuldsaneringsregeling aangetoond wél aan zijn sollicitatieverplichting te (kunnen) voldoen en zijn best te doen om werk te vinden. Bovendien heeft de bewindvoerder geadviseerd de looptijd van de schuldsaneringsregeling te verlengen.
2.6.
Op grond van het voorgaande zal de rechtbank [betrokkene] een kans bieden zijn schuldsaneringsregeling alsnog met goed gevolg te doorlopen. De looptijd van de regeling zal daarom worden verlengd met zeven maanden. [betrokkene] dient zich tijdens die periode aan alle verplichtingen voortvloeiende uit de schuldsaneringsregeling te houden. Er is niet gebleken van bezwaren van andere schuldeisers dan [naam 2].
2.7.
De verlenging gaat in zodra de hoger beroepstermijn van dit vonnis is verstreken. Dat is, als geen hoger beroep wordt ingesteld, op 25 februari 2026.

3.De beslissing

De rechtbank:
- verlengt de termijn van de schuldsaneringsregeling met zeven maanden;
- geeft te kennen dat die verlenging ingaat op 25 februari 2026 en daarom zal lopen tot 25 september 2026.
Dit is een beslissing van mr. J.R. Hagendoorn, rechter, in samenwerking met F.J. Knaap LL.B., griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 februari 2026.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kan degene die dat volgens de Faillissementswet mag gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.