ECLI:NL:RBDHA:2026:2942

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 februari 2026
Publicatiedatum
16 februari 2026
Zaaknummer
rekestnummers: NL:TZ:2600474:R-RK en NL:TZ:2600476:R-RK
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing dwangakkoord en afwijzing WSNP bij problematische schulden

Verzoekster bevindt zich in een problematische schuldensituatie met een totale schuldenlast van €21.012,63 verdeeld over 21 schuldeisers. Zij heeft een saneringsakkoord aangeboden waarbij schuldeisers een deel van hun vordering ontvangen en het restant wordt kwijtgescholden. Dit voorstel is verhoogd na toetsing door de gemeente, die als bevoegde instantie de schuldbemiddeling heeft uitgevoerd.

Medicas, een schuldeiser met een vordering van €925,40 (4,4% van de totale schuld), weigert het voorstel te accepteren. De overige schuldeisers, die samen 95,6% van de schuld vertegenwoordigen, hebben het voorstel wel aanvaard. Verzoekster heeft de rechtbank verzocht Medicas te dwingen mee te werken aan het akkoord (dwangakkoord) en, bij afwijzing daarvan, toegelaten te worden tot de WSNP.

De rechtbank stelt vast dat verzoekster volledig arbeidsongeschikt is en niet binnen afzienbare termijn kan werken, waardoor het voorstel op basis van haar PW-uitkering het maximaal haalbare is. De belangenafweging leidt tot de conclusie dat de weigering van Medicas onredelijk is, mede omdat het dwangakkoord een gunstiger resultaat biedt dan de WSNP, die hoge kosten met zich meebrengt en lagere uitkeringen aan schuldeisers.

Daarom wordt het dwangakkoord opgelegd en het verzoek tot toelating tot de WSNP afgewezen. Medicas wordt verplicht mee te werken aan de schuldregeling, waarmee de schuldenproblematiek van verzoekster op een voor alle schuldeisers zo gunstig mogelijke wijze wordt opgelost.

Uitkomst: De rechtbank legt een dwangakkoord op en wijst het verzoek tot toelating tot de WSNP af.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANKDEN HAAG
Team Toezicht
rekestnummers: NL:TZ:2600474:R-RK en NL:TZ:2600476:R-RK
vonnis van 16 februari 2026
in de zaak van
[verzoekster],
wonende te [woonplaats],
hierna: [verzoekster],
tegen
Medicas B.V. inz. St. Kliniek Naaldwijk, vertegenwoordigd door [gerechtsdeurwaarder],
gevestigd te Breda,
hierna: Medicas.
Waar deze zaak over gaat
[verzoekster] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Zij heeft een voorstel gedaan aan haar schuldeisers, waarbij een deel van de vordering wordt voldaan en het resterende deel door de schuldeiser wordt kwijtgescholden. Omdat niet alle schuldeisers met dit voorstel hebben ingestemd, heeft [verzoekster] de rechtbank verzocht het aangeboden akkoord dwingend op te leggen. Dit verzoek wordt door de rechtbank toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De feiten waar de rechtbank van uit gaat

1.1.
[verzoekster] heeft de afgelopen jaren een schuldenlast opgebouwd van
€ 21.012,63 aan 21 schuldeisers. Het is [verzoekster] niet gelukt om zelf een oplossing te vinden voor deze schulden. Met behulp van de [gemeente] heeft zij voor het laatst op 24 september 2025 een schuldregeling aangeboden (saneringsakkoord). Dit voorstel houdt in dat aan de schuldeisers met een recht van voorrang een uitkering ineens wordt aangeboden van 6,32% en aan de gewone schuldeisers een uitkering ineens van 3,16%, tegen kwijtschelding van het restant van hun vorderingen. Het voorstel is nadien verhoogd naar respectievelijk 8,96% voor schuldeisers met een recht van voorrang en 4,48% voor de gewone schuldeisers.
1.2.
Medicas is als enige schuldeiser niet akkoord gegaan met dit voorstel. [verzoekster] heeft een schuld aan Medicas van € 925,40. Dat is 4,4% van de totale schuldenlast.
1.3.
De overige 20 schuldeisers hebben het aanbod aanvaard.
1.4.
Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft [verzoekster] bij de rechtbank twee verzoeken ingediend. In de eerste plaats wil zij dat de rechtbank Medicas dwingt mee te werken aan de schuldregeling (een dwangakkoord oplegt). Wanneer de rechtbank dit verzoek afwijst, wil zij worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP).
1.5.
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.De procedure

2.1.
De verzoeken van [verzoekster] zijn behandeld op de zitting van 9 februari 2026. Op deze zitting verschenen:
- [verzoekster],
- [naam 1] en [naam 2], schuldhulpverleners van de [gemeente].
2.2.
Medicas is opgeroepen, maar niet op de zitting verschenen. Zij heeft schriftelijk verweer gevoerd.

3.Standpunten van partijen

3.1.
Medicas stemt samengevat om de volgende redenen niet in met de aangeboden schuldregeling. Er is sprake van een rechtsgeldige, opeisbare en onbetwiste geldvordering. [verzoekster] is gehouden tot betaling, zowel van het deel dat door de zorgverzekeraar is vergoed als van het deel dat niet is vergoed. Niet is aangetoond dat toepassing van de WSNP minder oplevert dan het aanbod. Dat sprake is van een relatief kleine vordering rechtvaardigt niet dat Medicas gedwongen wordt afstand te doen van haar vordering. Dat de weigering van Medicas onredelijk is wordt tenslotte naar het oordeel van Medica door [verzoekster] niet aannemelijk gemaakt.
3.2.
[verzoekster] stelt dat het onredelijk is dat Medicas het aanbod niet aanvaardt. Volgens haar heeft zij al het mogelijke gedaan om het aangeboden percentage aan haar schuldeisers aan te bieden en kan zij niet meer aanbieden dan zij heeft gedaan. De weigering van Medicas schaadt het belang van de overige schuldeisers. In de WSNP is geen uitkering aan de schuldeisers te verwachten. Tenslotte verklaren [verzoekster] en haar schuldhulpverleners dat, anders dan Medicas denkt, de vordering van Medicas niet (deels) door de zorgverzekeraar is vergoed.

4.De beoordeling van de verzoeken

4.1.
De rechtbank zal het verzoek van [verzoekster] om een dwangakkoord op te leggen toewijzen. Hieronder wordt dit oordeel toegelicht.
Het beoordelingskader van een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord
4.2.
Een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord kan worden toegewezen als aan twee voorwaarden is voldaan. Ten eerste moet de rechtbank vaststellen dat de schuldbemiddeling op de juiste wijze is uitgevoerd door een daartoe bevoegde instantie. Ten tweede moet de rechtbank aan de hand van een belangenafweging vaststellen dat het onredelijk is dat de weigerende schuldeiser weigert in te stemmen met de aangeboden schuldregeling.
De schuldbemiddeling moet zijn uitgevoerd door een bevoegde instantie
4.3.
De rechtbank stelt vast dat de schuldbemiddeling is uitgevoerd door de [gemeente]
. Dat betekent dat wordt voldaan aan de door wet gestelde voorwaarden, namelijk dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij. Het voorstel is naar het oordeel van de rechtbank bovendien goed en controleerbaar gedocumenteerd.
De rechtbank moet een belangenafweging maken
4.4.
Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser vrijstaat om te verlangen dat zijn vordering volledig wordt betaald. Tegelijkertijd is het belangrijk dat mensen met problematische schulden zicht hebben op een schuldenvrije toekomst. De wetgever biedt daar verschillende regelingen voor, waarbij mensen met schulden zich maximaal moeten inspannen om zo veel mogelijk af te lossen en daarna schuldenvrij verder kunnen. Schuldeisers moeten dan vaak wel afstand doen (van een (groot) deel) van hun vordering. Daarom kunnen schuldeisers alleen onder bijzondere omstandigheden gedwongen worden om in te stemmen met een aangeboden schuldregeling.
4.5.
De rechtbank kan een zogenaamd ‘dwangakkoord’ opleggen wanneer de weigering van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden onredelijk is. Om te kunnen beoordelen of dat het geval is, moet de rechtbank de belangen van alle betrokkenen afwegen: van [verzoekster] zelf, van Medicas als weigerende schuldeiser en van de schuldeisers die wél hebben ingestemd. Op basis van die belangenafweging is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat een dwangakkoord hier op zijn plaats is.
[verzoekster] heeft het maximaal haalbare voorstel gedaan
4.6.
Het voorstel dat [verzoekster] aan haar schuldeisers heeft gedaan is het maximaal haalbare. Een beter voorstel is niet mogelijk. [verzoekster] ontvangt een PW-uitkering. Uit het overgelegde sociaal medisch advies van 28 juli 2025 van [zorginstantie] volgt dat sprake is van ernstige mentale problematiek en dat pas op zeer lange termijn, uitgaande van een passende behandeling, verbetering van de medische toestand is te verwachten. De rechtbank stelt op grond hiervan vast dat [verzoekster] volledig arbeidsongeschikt is en niet binnen afzienbare termijn kan gaan werken. Het aanbod dat [verzoekster] doet op basis van de inkomsten uit haar PW-uitkering is verhoogd met een bedrag aan vermogen van € 250,56. Bovendien is ter zitting gebleken dat [verzoekster] mogelijk op korte termijn een terugbetaling van ca. € 1.500,00 zal ontvangen van haar energiemaatschappij en dat (ook) dit te ontvangen bedrag, onder toezicht van haar schuldhulpverleners, aan de schuldeisers zal worden uitgekeerd. Daarmee wordt het (eerder verhoogde) aanbod als bedoeld onder 1.1. mogelijk nogmaals verhoogd. [verzoekster] maakt sinds 9 juli 2024 gebruik van budgetbeheer. Haar (financiële) situatie is stabiel.
Deze regeling is in het belang van de andere schuldeisers
4.7.
De meerderheid van de schuldeisers, die samen 95,6% van de totale schuldenlast vertegenwoordigen, heeft ingestemd met de aangeboden schuldregeling. De belangen van deze schuldeisers wegen, vanwege de gezamenlijke omvang, zwaarder dan dat van Medicas.
4.8.
Uit de bij het verzoekschrift gevoegde stukken blijkt dat het dwangakkoord voor alle schuldeisers tot een gunstiger resultaat leidt dan de WSNP. Toepassing van de WSNP leidt tot hoge kosten, doordat de vergoeding van de bewindvoerder uit het gespaarde saldo wordt voldaan. Hierdoor blijft een lagere uitkering voor de schuldeisers over.
Het aangeboden akkoordbedrag wordt op korte termijn aan de schuldeisers overgemaakt, zodat zij het dossier kunnen sluiten.
Het WSNP-verzoek is niet langer aan de orde
4.9.
Omdat het verzoek tot het opleggen van een dwangakkoord zal worden toegewezen, heeft [verzoekster] geen belang meer bij haar verzoek om te worden toegelaten tot de WSNP. Dat verzoek zal daarom worden afgewezen.

5.De beslissing

De rechtbank:
- beveelt Medicas in te stemmen met de onder 1.1 bedoelde schuldregeling;
- wijst het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af.
Dit is een beslissing van mr. J.R. Hagendoorn, rechter, in samenwerking met F.J. Knaap LL.B., griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 februari 2026.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kan degene die in het ongelijk is gesteld gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.