ECLI:NL:RBDHA:2026:2944
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing faillissement en gelijktijdige toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling met verkorte looptijd
Verzoeker is op 12 november 2024 failliet verklaard op verzoek van schuldeisers. Hij heeft verzocht het faillissement op te heffen en tegelijkertijd toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De curator ondersteunt dit verzoek. De rechtbank heeft het verzoek behandeld op 9 februari 2026.
De rechtbank overweegt dat omzetting van faillissement naar WSNP mogelijk is indien het faillissement op verzoek van schuldeisers is uitgesproken en het verzoeker niet valt toe te rekenen dat hij niet eerder een WSNP-verzoek heeft ingediend. Verder mag er nog geen verificatievergadering zijn geweest en moet aan de toelatingseisen van de WSNP worden voldaan, waaronder problematische schulden en te goeder trouw zijn.
Hoewel de administratie van verzoekers onderneming niet volledig correct was en er omvangrijke schulden aan de belastingdienst zijn, is de rechtbank overtuigd dat verzoeker de omstandigheden die tot de schulden hebben geleid duurzaam onder controle heeft gekregen. Daarom wordt met toepassing van de hardheidsclausule het faillissement opgeheven en de WSNP uitgesproken.
Verzoeker werkt sinds 1 februari 2025 grotendeels fulltime en heeft volgens de Recofa-richtlijnen gespaard. De rechtbank wijst het verzoek tot verkorting van de WSNP-termijn toe en stelt deze vast op zes maanden. De postblokkade geldt de eerste dertien maanden, waarbij de bewindvoerder de post controleert. Het salaris van de curator en faillissementskosten worden later vastgesteld.
De rechtbank benoemt mr. R. Cats tot rechter-commissaris en mr. P.A. Loeff tot bewindvoerder. De beslissing is op 16 februari 2026 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het faillissement wordt opgeheven en verzoeker wordt toegelaten tot de WSNP met een verkorte looptijd van zes maanden.