ECLI:NL:RBDHA:2026:2944

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 februari 2026
Publicatiedatum
16 februari 2026
Zaaknummer
insolventienummer: NL:TZ:2503743:R-RK
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15b FwArt. 288 lid 3 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing faillissement en gelijktijdige toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling met verkorte looptijd

Verzoeker is op 12 november 2024 failliet verklaard op verzoek van schuldeisers. Hij heeft verzocht het faillissement op te heffen en tegelijkertijd toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De curator ondersteunt dit verzoek. De rechtbank heeft het verzoek behandeld op 9 februari 2026.

De rechtbank overweegt dat omzetting van faillissement naar WSNP mogelijk is indien het faillissement op verzoek van schuldeisers is uitgesproken en het verzoeker niet valt toe te rekenen dat hij niet eerder een WSNP-verzoek heeft ingediend. Verder mag er nog geen verificatievergadering zijn geweest en moet aan de toelatingseisen van de WSNP worden voldaan, waaronder problematische schulden en te goeder trouw zijn.

Hoewel de administratie van verzoekers onderneming niet volledig correct was en er omvangrijke schulden aan de belastingdienst zijn, is de rechtbank overtuigd dat verzoeker de omstandigheden die tot de schulden hebben geleid duurzaam onder controle heeft gekregen. Daarom wordt met toepassing van de hardheidsclausule het faillissement opgeheven en de WSNP uitgesproken.

Verzoeker werkt sinds 1 februari 2025 grotendeels fulltime en heeft volgens de Recofa-richtlijnen gespaard. De rechtbank wijst het verzoek tot verkorting van de WSNP-termijn toe en stelt deze vast op zes maanden. De postblokkade geldt de eerste dertien maanden, waarbij de bewindvoerder de post controleert. Het salaris van de curator en faillissementskosten worden later vastgesteld.

De rechtbank benoemt mr. R. Cats tot rechter-commissaris en mr. P.A. Loeff tot bewindvoerder. De beslissing is op 16 februari 2026 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het faillissement wordt opgeheven en verzoeker wordt toegelaten tot de WSNP met een verkorte looptijd van zes maanden.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANKDEN HAAG
Team Toezicht
faillissementsnummer: C/09/24/439 F
insolventienummer: NL:TZ:2503743:R-RK
vonnis van 16 februari 2026
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [adres 1]
[postcode 1] [woonplaats].
Waar deze zaak over gaat
[verzoeker] is op 12 november 2024 failliet verklaard. Om tot een oplossing voor de schulden te komen heeft [verzoeker] een verzoek gedaan zijn faillissement op te heffen en tegelijkertijd te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek wordt toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
Het faillissement is op 12 november 2024 op verzoek van één of meer schuldeisers uitgesproken met benoeming van mr. R. Cats tot rechter-commissaris en
mr. L.A.C. van Lierop, advocaat te Den Haag, tot curator.
1.2.
In het faillissement is nog geen verificatievergadering gehouden.
1.3.
[verzoeker] heeft een verzoek ingediend zijn faillissement op te heffen en tegelijkertijd te worden toegelaten tot de WSNP.
1.4.
De curator heeft laten weten het verzoek te ondersteunen.
1.5.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 9 februari 2026. Op de zitting verschenen:
- [verzoeker],
- de curator met kantoorgenoot [naam 1], faillissementsmedewerker,
- [naam 2], schuldhulpverlener van de [gemeente].

2.De beoordeling van het verzoek

2.1.
In bepaalde gevallen kan een faillissement op verzoek van de schuldenaar worden opgeheven, terwijl gelijktijdig de toepassing van de WSNP wordt uitgesproken (artikel 15b Fw). Deze ‘omzetting’ is mogelijk wanneer het faillissement op eigen verzoek werd uitgesproken. Is het faillissement uitgesproken op verzoek van één of meer schuldeisers dan is een ‘omzetting’ mogelijk wanneer het de schuldenaar redelijkerwijs niet is toe te rekenen dat hij of zij niet eerder (voordat het faillissement werd uitgesproken) een beroep heeft gedaan op de schuldsaneringsregeling.
2.2.
Voorwaarde voor omzetting is verder dat in het faillissement nog geen verificatievergadering heeft plaatsgevonden. Voorts dient (uiteraard) te worden voldaan aan de gebruikelijke toelatingseisen voor de WSNP. Dat betekent dat [verzoeker] alleen kan worden toegelaten tot de WSNP als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van de schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoeker] aan de verplichtingen van de WSNP zal voldoen. De verplichtingen waaraan [verzoeker] tijdens de WSNP moet voldoen zijn samengevat: een informatieverplichting, een inspanningsverplichting, een verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan en een afdrachtverplichting. Daarnaast beoordeelt de rechtbank of er aanleiding is een eerdere ingangsdatum van de WSNP te bepalen.
2.3.
[verzoeker] heeft uitgelegd waarom hij niet eerder een verzoekschrift tot toepassing van de WSNP heeft ingediend. De rechtbank is, gelet op deze omstandigheden, van oordeel dat het hem redelijkerwijs niet valt toe te rekenen dat het verzoek om tot de WSNP te worden toegelaten niet al vóór het faillissement is gedaan.
2.4.
[verzoeker] heeft tot zijn faillissement zelfstandig activiteiten ontplooid, handelend onder de namen [handelsnaam 1], [handelsnaam 2] en
[handelsnaam 3]. Het is de rechtbank gebleken dat de administratie van de gewezen onderneming niet volledig correct is gevoerd en dat onder meer omvangrijke (zakelijke) schulden zijn ontstaan aan de belastingdienst. De rechtbank onderkent dat ten aanzien van deze schulden vraagtekens kunnen worden geplaatst bij de goeder trouw. Inmiddels zijn de zelfstandige activiteiten reeds in 2024 gestaakt en werkt [verzoeker] in loondienst. De rechtbank is er voldoende van overtuigd dat [verzoeker] de omstandigheden die (mede) bepalend zijn geweest voor het ontstaan van de schulden in voldoende mate en duurzaam onder controle heeft gekregen. Een en ander leidt ertoe dat de rechtbank met toepassing van de zogenoemde hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 van Pro de Faillissementswet het verzoek zal toewijzen en het faillissement zal opheffen.
2.5.
Het WSNP-traject duurt in principe achttien maanden. Als [verzoeker] zich gedurende die periode houdt aan de verplichtingen die de WSNP met zich brengt, kan de WSNP na verloop van die achttien maanden eindigen met de zogenoemde “schone lei”. Dat betekent dat schuldeisers hun vorderingen niet meer op [verzoeker] kunnen verhalen.
2.6.
[verzoeker] heeft verzocht de termijn van de WSNP met twaalf maanden te verkorten. Hierover is op de zitting met hem gesproken.
2.7.
[verzoeker] werkt nu fulltime en heeft vanaf 1 februari 2025 grotendeels fulltime gewerkt. Hij heeft aannemelijk gemaakt in de periode dat hij niet (fulltime) werkzaam was zich voldoende te hebben ingespannen om werk te vinden. [verzoeker] heeft bovendien sinds 1 februari 2025 volgens de Recofa-richtlijnen voor zijn crediteuren gespaard. De rechtbank ziet dan ook reden om de looptijd van de WSNP te verkorten met een periode van twaalf maanden.
2.8.
De wet schrijft voor dat de eerste dertien maanden van het WSNP-traject een postblokkade geldt. Dat betekent dat gedurende die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle weer door aan [verzoeker].
2.9.
De rechtbank zal het salaris van de curator, mr. L.A.C. van Lierop en het bedrag van de faillissementskosten bij latere beschikking vaststellen.

3.De beslissing

De rechtbank:
- heft het faillissement van [verzoeker] op;
- stelt het salaris van de curator, mr. L.A.C. van Lierop en het bedrag van de faillissementskosten bij latere beschikking vast;
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit over:
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum]1978 te [geboorteplaats],
wonende te [adres 1], [postcode 1] [woonplaats],
voorheen handelend onder de namen: [handelsnaam 1], [handelsnaam 2] en
[handelsnaam 3], ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder [nummer],
gevestigd te [postcode 2] [vestigingsplaats], [adres 2];
- wijst het verzoek tot verkorten van de looptijd van de schuldsaneringsregeling toe en stelt de looptijd van deze regeling vast op zes maanden, met ingang van vandaag;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. R. Cats
en tot bewindvoerder mr. P.A. Loeff,
correspondentieadres:
Postbus 36
2990 AC Barendrecht
- draagt de bewindvoerder op om de komende dertien maanden, of zoveel eerder als de schuldsaneringsregeling eindigt, de post van [verzoeker] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen:
o zolang de schuldsaneringsregeling loopt en
o voor zover de boedel toereikend is.
Dit is een beslissing van mr. J.R. Hagendoorn, rechter, in samenwerking met F.J. Knaap LL.B., griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 februari 2026.