ECLI:NL:RBDHA:2026:2953
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing visum kort verblijf wegens zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek
Eiser, een Marokkaanse staatsburger, vroeg op 14 september 2023 een visum voor kort verblijf aan om een familievriend in Nederland te bezoeken. De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af omdat het doel en de omstandigheden van het verblijf onvoldoende waren aangetoond en er redelijke twijfel bestond over het terugkeerintentie van eiser naar Marokko.
Eiser betwistte dit en voerde aan dat hij voldoende sociale en economische bindingen met Marokko heeft, waaronder een gezin en werk, en dat de relatie met de referent in Nederland aannemelijk is gemaakt. De rechtbank oordeelde dat het standpunt van verweerder over het ontbreken van een relatie met de referent niet deugde, mede omdat eerdere gegevens dit tegenspraken.
Verder concludeerde de rechtbank dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom er twijfel zou bestaan over de terugkeerintentie van eiser, vooral omdat verweerder niet had meegewogen dat eiser twee jonge kinderen in Marokko heeft. Ook was eiser niet in de gelegenheid gesteld om zijn stellingen nader te onderbouwen.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met de zorgvuldigheids- en motiveringsvereisten van de Awb en droeg verweerder op binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen, waarbij eiser de gelegenheid moet krijgen zijn stellingen met bewijs te onderbouwen.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de visumaanvraag wordt vernietigd wegens zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.