ECLI:NL:RBDHA:2026:3036
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortzetting grensdetentie in Justitieel Complex Schiphol afgewezen
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende vreemdeling, werd op grond van artikel 6 lid 3 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 in grensdetentie geplaatst in het Justitieel Complex Schiphol (JCS). Hij voerde aan dat de detentie onrechtmatig en onevenredig bezwarend was, mede vanwege zijn eerdere detentie in Turkije en de omstandigheden in het JCS, waaronder vermeende onmenselijke behandeling en slechte medische zorg.
De rechtbank overwoog dat het JCS, in afwachting van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie, als gespecialiseerde bewaringsaccommodatie mag worden beschouwd en dat detentie daar toegestaan is. De rechtbank zag geen reden om de minister te gelasten de voorlopige observaties van het European Committee for the Prevention of Torture (CPT) te overleggen, omdat deze niet openbaar zijn en nog niet definitief.
De klachten van eiser over de omstandigheden in het JCS, zoals koude lucht in de cel, slechte voeding en onvoldoende medische zorg, werden niet voldoende onderbouwd geacht om de detentie als onevenredig bezwarend te kwalificeren. De rechtbank wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van grensdetentie in het Justitieel Complex Schiphol is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.