De rechtbank Den Haag heeft op 12 februari 2026 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser, een Iraanse asielzoeker, beroep instelde tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag door de minister van Asiel en Migratie op 6 juni 2025.
Eiser stelde dat hij vanwege deelname aan demonstraties in Iran en vervolging door autoriteiten vreest voor zijn veiligheid bij terugkeer. De minister erkende de identiteit en deelname aan demonstraties, maar achtte de vervolgingsvrees niet aannemelijk vanwege summiere en op vermoedens gebaseerde verklaringen.
De rechtbank oordeelde dat de minister onvoldoende gemotiveerd had waarom de verklaringen over huisinvallen en navraag door een buurman die bij de Basij werkt niet geloofwaardig zouden zijn. Ook was de risicobeoordeling bij terugkeer ondeugdelijk gemotiveerd, waarbij relevante risicofactoren onvoldoende in samenhang waren beoordeeld. De rechtbank vernietigde het besluit en gaf de minister zes weken om een nieuw besluit te nemen, waarbij alle informatie integraal moet worden betrokken. Tevens werd de minister veroordeeld in de proceskosten van eiser.