ECLI:NL:RBDHA:2026:3096
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- O. El Kadi
- Rechtspraak.nl
Afwijzing mvv-aanvragen wegens ontbreken gezinsleven en hechte persoonlijke banden
Eisers, met de Somalische nationaliteit en verblijvend in Oeganda, vroegen een mvv aan om als familie- of gezinslid bij hun biologische vader, referent, in Nederland te verblijven. Referent is sinds 2009 in Nederland en heeft de Nederlandse nationaliteit. De minister wees de aanvragen af omdat eisers niet konden aantonen dat zij geboren zijn uit een huwelijk of een daarmee gelijkgestelde relatie, noch dat er sprake is van hechte persoonlijke banden met referent.
De rechtbank bevestigt dat eisers onvoldoende bewijs leverden van een huwelijk of een gelijkgestelde relatie tussen referent en hun moeders. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is van hechte persoonlijke banden, aangezien referent pas in 2015 van het bestaan van eisers wist en het contact beperkt en recent is. De minister heeft terecht geweigerd de kosten van het door eisers geïnitieerde DNA-onderzoek te vergoeden.
De rechtbank oordeelt dat het beleid van de minister in overeenstemming is met de relevante wet- en regelgeving en jurisprudentie, waaronder artikel 8 EVRM Pro en de Gezinsherenigingsrichtlijn. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de mvv-aanvragen blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvragen wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.