ECLI:NL:RBDHA:2026:3129
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag
Verzoeker heeft een opvolgende aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft deze aanvraag niet-ontvankelijk verklaard bij besluit van 18 september 2025. Verzoeker is het niet eens met deze niet-ontvankelijkverklaring en heeft beroep ingesteld en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met de behandeling van het beroep op 16 januari 2026 behandeld. Tijdens de zitting waren verzoeker, een tolk, een waarnemer van verzoekers gemachtigde en de gemachtigde van de minister aanwezig.
De voorzieningenrechter verwijst naar de uitspraak op het beroep (zaaknummer NL25.46221) die op dezelfde dag is gedaan, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Om die reden wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.G.D. Overmars en openbaar gemaakt op 18 februari 2026. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag is afgewezen.