ECLI:NL:RBDHA:2026:3208

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 januari 2026
Publicatiedatum
19 februari 2026
Zaaknummer
C/09/697815 / FA RK 26-429
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot voortzetting van crisismaatregel op grond van Wvggz wegens katatoon toestandsbeeld

De rechtbank Den Haag behandelde op 19 januari 2026 het verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, die kampt met een katatoon toestandsbeeld en ernstige psychische ontregeling. Betrokkene was niet bereid zich inhoudelijk te laten horen tijdens de zitting, ondanks aanwezigheid.

De medische verklaring en het dossier tonen aan dat betrokkene niet in staat is voor zichzelf te zorgen, medicatie weigert en onrust vertoont. Er is sprake van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar, ernstige psychische schade en maatschappelijke teloorgang. Minder bezwarende alternatieven zijn niet beschikbaar.

De rechtbank oordeelt dat de voortzetting van de crisismaatregel noodzakelijk is en verleent machtiging voor verplichte zorg, waaronder toediening van medicatie, voeding, vocht, medische controles, bewegingsbeperkingen en opname in een accommodatie. De machtiging geldt voor drie weken tot 9 februari 2026.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met verplichte zorg en opname voor drie weken.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/697815 / FA RK 26-429
Datum beschikking: 19 januari 2026

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikkingnaar aanleiding van het op 16 januari 2026 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1964 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] te [plaats] ,
advocaat: Mr. O.C. Bondam te Voorschoten.

Procesverloop

Bij verzoekschrift is verzocht om voortzetting van de op 16 januari 2026 genomen crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Leidschendam-Voorburg tot het nemen van de crisismaatregel;
  • een op 16 januari 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1] , psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een afschrift van de politiemutaties;
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 19 januari 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- de advocaat van betrokkene;
- de arts assistent, [naam 2] .
Betrokkene was bij aanvang van de zitting aanwezig, maar gaf aan terug te willen naar haar kamer. Hierdoor was zij niet aanwezig bij de inhoudelijke behandeling. Ter zitting is gebleken dat betrokkene door haar arts en advocaat op de hoogte is gebracht van de bedoeling van de zitting. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat betrokkene niet bereid was zich te doen horen. De mondelinge behandeling heeft daarom zonder aanwezigheid van betrokkene plaatsgevonden.
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

De advocaat heeft naar voren gebracht dat hij betrokkene kort na opname heeft bezocht maar dat het niet mogelijk was om een gesprek met haar te voeren. Op dit moment is de situatie nog onveranderd. Betrokkene heeft geen psychiatrische voorgeschiedenis en is initieel op vrijwillige basis opgenomen.
De arts heeft verklaard dat betrokkene tot vorig jaar een blanco psychiatrische voorgeschiedenis had. Vorig jaar is er een omslag geweest in haar functioneren en is betrokkene opgenomen. Na deze opname verbleef zij een korte periode thuis, maar al snel ontregelde zij weer. Het is onduidelijk wat precies de oorzaak is van de ontregeling. Betrokkene is onderzocht door een neuroloog maar daar is niets uitgekomen. Afgelopen week is betrokkene onder invloed van een psychose opnieuw opgenomen. Zij krijgt medicatie, maar er is nog steeds sprake van onrust. De wil om te eten en drinken komt met vlagen. Betrokkene geeft soms aan dat ze naar huis wil.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
Er is bij betrokkene sprake van een katatoon toestandsbeeld waarbij zij onverstaanbaar is en repetitief handelt. Betrokkene is op dit moment niet in staat om voor zichzelf te zorgen en kan niet zelfstandig haar medicatie innemen. Voorafgaand aan de opname werd zij door de hulpdiensten in ondergoed op straat aangetroffen. Betrokkene is angstig.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten katatonie. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is van oordeel dat, anders dan de in de crisismaatregel genoemde zorg, de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden, te weten:
- toedienen van vocht;
- toedienen van voeding;
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Van de overige in de crisismaatregel genoemde en door de rechtbank niet toegewezen vormen van zorg is ter zitting gebleken dat de toepassing niet voorzienbaar en noodzakelijk is. De rechtbank zal het verzoek in zoverre dan ook afwijzen.
Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Betrokkene lijkt niet in te zien dat medicatie noodzakelijk is. Er is herhaaldelijk medicatie aan haar aangeboden. Zij weigert echter medicatie en alle overige noodzakelijke zorg. Betrokkene is ambivalent in de wens om vrijwillig in de instelling te verblijven.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
De rechtbank stelt vast dat er op dit moment een vermoeden is van een geestelijke stoornis die kan leiden tot gevaarlijk gedrag en ernstig nadeel. Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1964 te [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van vocht;
- toedienen van voeding;
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 9 februari 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.G. Meeder, rechter, bijgestaan door K. Houdijk als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 19 januari 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 3 februari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.