ECLI:NL:RBDHA:2026:3229

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
19 februari 2026
Zaaknummer
NL25.26054
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning familie en gezin

Verzoeker, een burger van Congo, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier met het verblijfsdoel 'familie en gezin'. De minister van Asiel en Migratie heeft het bezwaar tegen de afwijzing van deze aanvraag bij besluit van 5 juni 2025 ongegrond verklaard. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met het beroep op 8 januari 2026 behandeld. Inmiddels heeft de rechtbank bij uitspraak van dezelfde dag in zaaknummer NL25.26051 uitspraak gedaan op het beroep. Hierdoor is de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.

De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.26054

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] , verzoeker,

geboren op [geboortedatum] ,
Burger van Congo,
V-nummer: [v-nummer] ,
(gemachtigde: mr. V.L. van Wieringen),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. P. Loijenga).

Procesverloop

1. Bij besluit van 5 juni 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van verzoeker tegen de afwijzing van zijn aanvraag om een verblijfsvergunning regulier met het verblijfsdoel ‘familie en gezin’, ongegrond verklaard.
1.1.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met het beroep [1] , op 8 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.26051, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y. van Wijk, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Zaaknummer NL25.26051.