ECLI:NL:RBDHA:2026:3229
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning familie en gezin
Verzoeker, een burger van Congo, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier met het verblijfsdoel 'familie en gezin'. De minister van Asiel en Migratie heeft het bezwaar tegen de afwijzing van deze aanvraag bij besluit van 5 juni 2025 ongegrond verklaard. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met het beroep op 8 januari 2026 behandeld. Inmiddels heeft de rechtbank bij uitspraak van dezelfde dag in zaaknummer NL25.26051 uitspraak gedaan op het beroep. Hierdoor is de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.