Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
hij in of omstreeks de periode van 1 februari 2022 tot en met 7 juni 2023 te Zoetermeer en/of Benthuizen, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne en/of methamfetamine en/of MDMA en/of MDA en/of MDEA, zijnde cocaïne en/of methamfetamine en/of heroïne en/of MDMA en/of MDA en/of MDEA, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij op of omstreeks 7 juni 2023 te Benthuizen opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer
- 6,4 gram MDMA en/of MDA en/of MDEA (XTC), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of MDA en/of MDEA en/of
- 2 gripzakjes cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of
- 1 gripzakje heroïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne en/of
- 1 gripzakje amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde MDMA en/of MDA en/of MDEA en/of cocaïne en/of heroïne en/of amfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij in of omstreeks de periode van 1 februari 2022 tot en met 7 juni 2023 te Zoetermeer en/of Benthuizen, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk meermalen althans eenmaal,(telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij in of omstreeks de periode van 1 februari 2022 tot en met 7 juni 2023 te Zoetermeer en/of Benthuizen althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere) [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde Pro, vierde, vijfde lid, 10a eerste lid, 11 derde, vijfde lid en/of 11a Opiumwet.
3.De bewijsbeslissing
hij in de periode van 1 februari 2022 tot en met 7 juni 2023 te Zoetermeer en Benthuizen, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen telkens opzettelijk heeft verkocht, afgeleverd, verstrekt en vervoerd
hoeveelheden van materialenbevattende cocaïne, heroïne, methamfetamine, MDMA en/of MDA en/of MDEA, zijnde cocaïne, methamfetamine, heroïne, MDMA en MDA en MDEA, telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
hij op 7 juni 2023 te Benthuizen opzettelijk aanwezig heeft gehad
hij in of omstreeks de periode van 1 februari 2022 tot en met 7 juni 2023 te Zoetermeer en Benthuizen, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen telkens opzettelijk heeft verkocht, afgeleverd, verstrekt en vervoerd, een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;
hij in of omstreeks de periode van 1 februari 2022 tot en met 7 juni 2023 te Zoetermeer en Benthuizen, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere
n) [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde Pro en vierde lid
van deOpiumwet.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De op te leggen straf
7.De inbeslaggenomen voorwerpen
8.De toepasselijke wetsartikelen
- 33, 33a, 47, 77c, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg van het Wetboek van Strafrecht;
- 2, 3, 10, 11, 11b van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijsten I en II.
9.De beslissing
jeugddetentievoor de duur van
240 (TWEEHONDERDVEERTIG) DAGEN;
door de rechtbank vastgesteld op 72 dagen), bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van deze jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
168
een twee jarenvastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;