ECLI:NL:RBDHA:2026:3244
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te vroege ingebrekestelling bij besluitmoratorium Syrië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd ontvangen op 4 oktober 2024. De minister moest binnen zes maanden beslissen, maar vanwege het besluitmoratorium voor Syrië, dat liep van 14 december 2024 tot 13 juni 2025, werd de beslistermijn verlengd met één jaar tot maximaal 21 maanden.
Eiser heeft de minister op 25 december 2025 in gebreke gesteld, maar op dat moment was de verlengde beslistermijn nog niet verstreken. Hierdoor was de ingebrekestelling te vroeg en het beroep niet-ontvankelijk. De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier C.A.A.W. van der Heijden, zonder dat partijen werden uitgenodigd voor een zitting. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling tijdens het besluitmoratorium.