ECLI:NL:RBDHA:2026:3253
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. van der Wal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid van dreiging bij terugkeer naar Irak
Eiser, een Iraakse nationaliteit dragende man, diende op 6 juni 2021 een asielaanvraag in met het verzoek om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. Hij stelde dat hij vanwege een conflict met de Al Jaefri-stam en problemen met de vader van zijn voormalige partner gevaar loopt bij terugkeer naar Irak. Verweerder wees de aanvraag af omdat het asielrelaas op meerdere punten ongeloofwaardig werd bevonden en onvoldoende aannemelijk was dat eiser persoonlijk een reëel risico op ernstige schade loopt.
De rechtbank behandelde het beroep op 8 januari 2026 en concludeerde dat eiser onvoldoende concreet en consistent had verklaard over de vermeende problemen met de vader en ooms van zijn voormalige partner. Ook was het huwelijk inmiddels ontbonden, waardoor de relatie en de daaraan verbonden risico's minder relevant werden geacht. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het bestreden besluit had genomen en dat het beroep ongegrond was.
De rechtbank wees erop dat algemene informatie over eerwraak in Zuid-Irak niet voldoende is om persoonlijke dreiging aannemelijk te maken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het bestreden besluit in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.