ECLI:NL:RBDHA:2026:3260
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Aanhouding verzoek voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige
De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlening van een voorwaardelijke machtiging voor gesloten jeugdhulp aan een minderjarige die onder toezicht is gesteld. De kinderrechter in Noord-Holland verklaarde zich onbevoegd en verwees de zaak door naar Den Haag.
Tijdens de zitting op 17 februari 2026 bleek dat het verzoek geen reguliere machtiging tot uithuisplaatsing bevatte, terwijl deze noodzakelijk is voor een onder toezicht gestelde minderjarige. Tevens ontbrak een instemmingsverklaring van een gedragswetenschapper en was het hulpverleningsplan niet ondertekend door de minderjarige of betrokken hulpverleners. De minderjarige gaf aan graag in een open kader bij de zorginstelling te willen blijven.
Gezien deze gebreken en het belang van de minderjarige besloot de kinderrechter de behandeling aan te houden tot 4 maart 2026, zodat de ontbrekende stukken kunnen worden aangeleverd en de voorwaarden met de minderjarige besproken kunnen worden. Tevens werd de moeder, die gedetineerd is, recht op kosteloze rechtsbijstand toegekend en haar advocaat opgeroepen voor de volgende zitting.
Uitkomst: De behandeling van het verzoek tot voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp wordt aangehouden tot 4 maart 2026 vanwege procedurele gebreken en ontbrekende stukken.