ECLI:NL:RBDHA:2026:3262
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening in asielzaak niet-ontvankelijk na gegrondverklaring beroep
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister is afgewezen als kennelijk ongegrond met een besluit van 14 augustus 2025. Verzoeker stelde hiertegen beroep in en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met de beroepszaak op 5 februari 2026. Bij die mondelinge uitspraak werd het beroep gegrond verklaard, waardoor de gevraagde voorlopige voorziening niet meer mogelijk was. Daarom verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Daarnaast veroordeelde de voorzieningenrechter de minister tot betaling van de door verzoeker gemaakte proceskosten voor rechtsbijstand, vastgesteld op € 934,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter M. van der Knijff en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard en de minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 934,-.