ECLI:NL:RBDHA:2026:3288
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Geen zorgregeling en bevestiging hoofdverblijfplaats bij moeder in omgangsconflict minderjarige
De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek via de informele rechtsingang ex artikel 1:377g BW betreffende de zorgregeling voor een minderjarige. Na benoeming van een bijzondere curator en diverse gesprekken met de minderjarige en ouders, bleek dat de minderjarige geen contact wenst met haar vader vanwege eerdere spanningen en negatieve ervaringen.
De bijzondere curator bracht verslag uit waarin werd geadviseerd geen contactregeling vast te stellen, omdat het contact door de minderjarige als belastend wordt ervaren. De vader stelde een contactherstelplan voor, gericht op geleidelijke en vrijwillige contactopbouw, maar de rechtbank oordeelde dat het vaststellen van een regeling op dit moment averechts zou werken.
De rechtbank bevestigde tevens dat de minderjarige sinds 1 juli 2025 staat ingeschreven bij de moeder, wat overeenkomt met de feitelijke situatie en eerdere overeenstemming tussen partijen. De bijzondere curator werd bedankt voor haar werkzaamheden en haar rol in deze procedure werd beëindigd.
De beschikking bepaalt dat er geen zorgregeling geldt tussen vader en minderjarige en dat de inschrijving bij de moeder als hoofdverblijfplaats wordt vastgesteld. De rechtbank spreekt de hoop uit dat de minderjarige in de toekomst zelf weer contact zal zoeken met haar vader, zonder druk of regeling.
Uitkomst: De rechtbank stelt vast dat er geen zorgregeling geldt tussen vader en minderjarige en bevestigt de inschrijving van de minderjarige bij de moeder als hoofdverblijfplaats.