ECLI:NL:RBDHA:2026:3299

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
20 februari 2026
Zaaknummer
C/09/693697 / FA RK 25-8126
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging zorgregeling zonder wijziging gezag na verzoek minderjarige

De minderjarige heeft via de informele rechtsingang verzocht om wijziging van de zorgregeling en het gezag, omdat zij geen contact meer wil met haar vader en wenst dat alleen de moeder het gezag heeft. Tijdens een gesprek met de kinderrechter en een zitting met beide ouders en de Raad voor de Kinderbescherming is de situatie besproken.

De rechtbank constateert dat de ouders in een conflictueuze dynamiek verkeren, waarbij afspraken over zorg en contact niet worden nageleefd en de relatie tussen de minderjarige en haar vader is bekoeld. De vader erkent zijn tekortkomingen en toont bereidheid hulp te zoeken. De moeder begrijpt de wensen van de minderjarige.

De rechtbank besluit dat er geen vaste zorgregeling meer geldt en dat de minderjarige zelf mag bepalen wanneer zij contact heeft met haar vader. Het gezamenlijk gezag blijft gehandhaafd omdat beëindiging daarvan niet in het belang van de minderjarige is. De ouders worden opgeroepen constructief te communiceren en de kinderen niet bij conflicten te betrekken.

Uitkomst: De zorgregeling wordt gewijzigd zodat de minderjarige zelf contact met de vader bepaalt, het gezamenlijk gezag blijft gehandhaafd.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-8126
Zaaknummer: C/09/693697
Datum beschikking: 20 januari 2026

Informele rechtsingang – gezag en verdeling van zorg- en opvoedingstaken

Beschikkingnaar aanleiding van de op 27 oktober 2025 ingekomen aanvraag via de informele rechtsingang van:

[de minderjarige] (verder: [de minderjarige] ),

de minderjarige,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van het e-mailbericht van [de minderjarige] van 27 oktober 2025.
Op 17 november 2025 heeft [de minderjarige] haar bericht nader toegelicht in een gesprek met de kinderrechter.
Op 23 december 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder,
  • de vader,
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Feiten

- De moeder en de vader zijn gehuwd geweest tot [datum] 2018.
- Zij zijn de ouders van de nog minderjarige [de minderjarige] ( [de minderjarige] ), geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats] .
- [de minderjarige] is in de Basisregistratie Persoonsgegevens geregistreerd op het woonadres van de moeder.
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] uit.

Aanvraag

[de minderjarige] heeft de rechtbank een e-mail geschreven waarin zij aangeeft dat zij graag de verdeling van zorg- en opvoedingstaken (de zorgregeling) wil wijzigen, in die zin dat zij niet meer naar de vader toe wil gaan. Ook geeft [de minderjarige] dat zij graag wil dat haar moeder alleen het gezag over haar heeft.

Beoordeling

Tijdens het gesprek met de kinderrechter heeft [de minderjarige] haar e-mailbericht toegelicht. [de minderjarige] heeft verteld dat de ouders een tijd geleden hebben afgesproken dat [de minderjarige] om het weekend en gedurende de helft van de zomervakantie bij de vader is, maar dat dit in de praktijk niet zo gebeurt. In de afgelopen periode is het zo geweest dat [de minderjarige] zelf met de vader heeft afgesproken wanneer zij elkaar zouden zien en heeft [de minderjarige] af en toe en onregelmatig contact met de vader gehad, aldus [de minderjarige] . [de minderjarige] heeft aangegeven dat zij geen goede band heeft met haar vader en niet goed met hem kan praten. Daarbij wijst [de minderjarige] in het bijzonder op het feit dat de vader heeft gezegd dat [de minderjarige] zijn dochter niet meer is, nadat [de minderjarige] vertelde dat zij niet met de vader op vakantie wilde gaan. Het voorgaande maakt ook dat [de minderjarige] niet wil dat haar vader over haar mag meebeslissen en dat zij wenst dat voortaan alleen de moeder het gezag over haar heeft.
Op de zitting zijn de wensen van [de minderjarige] met de ouders besproken. De moeder geeft aan dat zij de wensen van [de minderjarige] begrijpt, dat zij in het verleden heeft gezien dat [de minderjarige] is teleurgesteld in het contact met de vader en dat zij [de minderjarige] niet kan dwingen om naar haar vader toe te gaan. De vader stelt dat hij het jammer vindt dat hij [de minderjarige] nauwelijks ziet en spreekt en dat hij graag zou willen dat de band tussen hem en [de minderjarige] beter zou zijn, maar dat hij [de minderjarige] vrij wil laten om te bepalen wanneer zij contact met hem heeft.
Inhoudelijke beoordeling
Op basis van het gesprek met [de minderjarige] en hetgeen op de zitting met de ouders is besproken constateert de rechtbank dat de ouders in een patroon zijn beland waarbij zij elkaar nog altijd veel verwijten maken. De ouders lijken beperkt in staat om de waarde van de andere ouder in het leven van [de minderjarige] te zien en om zich positief over de andere ouder uit te laten. Tijdens de zitting heeft de Raad erop gewezen dat er een lastige gezinsdynamiek is ontstaan en dat er veel speelt in de verhouding tussen beide ouders onderling en tussen de ouders en [de minderjarige] (en haar [broer] ). De rechtbank kan zich voorstellen dat beide kinderen veel last hebben van deze dynamiek.
Het is de rechtbank duidelijk geworden dat de ouders de gemaakte afspraken over de zorgregeling al enige tijd hebben losgelaten en dat zij hebben geprobeerd mee te bewegen met de behoeften van de kinderen. Dat heeft geleid tot de huidige situatie, waarin [de minderjarige] bij de moeder woont en haar [broer] bij de vader, en waarin het contact tussen [de minderjarige] en de vader lijkt te zijn gestagneerd. Tijdens de zitting heeft de vader gesteld dat hij inziet dat hij te weinig energie heeft gestoken in het onderhouden van het contact met [de minderjarige] en dat hij vanuit teleurstelling soms explosief kan reageren. Daarmee toont de vader inzicht in zijn eigen aandeel in de huidige situatie. Naar aanleiding van het voorgaande is met de ouders besproken dat het voor de kinderen onprettig en mogelijk schadelijk is als een van de ouders in het bijzin van de kinderen negatief spreekt over de andere ouder en dat de ouders ieder voor zich dienen na te gaan wat zij kunnen doen om de situatie voor de kinderen makkelijker te maken.
De vader heeft toegezegd dat hij daarbij hulp zal gaan zoeken. In dat verband hebben de Raad en de rechtbank de vader gewezen op de website van het Kenniscentrum Kind en Scheiding en de vader aangeraden om contact op te nemen met deze organisatie om te bezien of de vader – ondanks zijn woonplaats – gebruik kan maken van de scheidingsATLAS die het Kenniscentrum Kind en Scheiding aanbiedt. Daarnaast raadt de rechtbank de ouders in dit verband aan om contact op te nemen met het Centrum voor Jeugd en Gezin in [geboorteplaats] .
De vader heeft naar voren gebracht dat hij [de minderjarige] op dit moment niet houdt aan de zorg- en vakantieregeling die in het ouderschapsplan zijn vastgesteld en dat hij [de minderjarige] ook in het vervolg wil vrijlaten om zelf te bepalen wanneer zij contact met hem heeft. Ook de moeder onderschrijft het verzoek van [de minderjarige] ten aanzien van de zorgregeling. Tegen deze achtergrond zal de rechtbank bepalen dat er voortaan geen zorgregeling geldt tussen [de minderjarige] en de vader en dat [de minderjarige] zelf mag bepalen wanneer zij contact heeft met de vader. Zoals ook op de zitting is besproken acht de rechtbank het voor de ontwikkeling van [de minderjarige] van groot belang dat het contact tussen [de minderjarige] en de vader blijft bestaan. Daarom verwacht de rechtbank dat beide ouders zich daarvoor (blijven) inzetten, waarbij de vader eerst aan zet is om zich in te spannen om het contact met [de minderjarige] te herstellen. Van de moeder verwacht de rechtbank dat zij [de minderjarige] zal blijven stimuleren in het contact met de vader, ook nu er geen zorgregeling meer geldt.
Gezag
[de minderjarige] heeft ook de wens uitgesproken dat er een beslissing wordt genomen over het gezag. De rechtbank vindt het belangrijk dat beide ouders een rol blijven spelen in het leven van [de minderjarige] . Uit hetgeen door [de minderjarige] en de ouders naar voren is gebracht, maakt de rechtbank op dat er tussen de ouders veel ruis bestaat over bepaalde onderwerpen, bijvoorbeeld over de invulling van vakanties. De rechtbank ziet het beëindigen van het gezamenlijk gezag echter niet als een passende oplossing voor dit probleem. Omdat ook niet is gebleken dat [de minderjarige] klem en verloren zal raken tussen de ouders bij instandhouding van het gezamenlijk gezag of dat wijziging van het gezag anderszins in het belang van [de minderjarige] noodzakelijk is, zal de rechtbank niet ambtshalve een beslissing nemen over het gezag.
Daarbij merkt de rechtbank het volgende op. Het is in het belang van [de minderjarige] en haar [broer] dat de ouders rechtstreeks met elkaar gaan communiceren over de onderwerpen waarover nu ruis ontstaat, zoals de vakanties, en dat zij de kinderen hier niet (langer) bij betrekken. De rechtbank roept de ouders op om op constructieve wijze met elkaar in gesprek te gaan over dergelijke onderwerpen, om zo te proberen tot overeenstemming te komen. Als dat niet lukt, kunnen de ouders de rechtbank vragen om daarover te beslissen.
Brief voor [de minderjarige]
De rechtbank zal de genomen beslissingen als volgt aan [de minderjarige] uitleggen in een brief die gelijktijdig met deze beschikking wordt verzonden:
Beste [de minderjarige] ,
Wij hebben elkaar op 17 november 2025 gesproken. Je hebt mij verteld dat je geen goede band hebt met je vader. Je wilt dat je niet meer naar je vader hoeft te gaan en dat je moeder alleen de beslissingen over jou kan nemen.
Ik heb hierover op 23 december 2025 met je ouders en met de Raad voor de Kinderbescherming gepraat. Jouw vader heeft mij uitgelegd dat hij het jammer vindt dat hij jou bijna niet meer ziet en spreekt. Hij is zich ervan bewust dat hij fouten heeft gemaakt en uit emotie soms de verkeerde dingen zegt. Hij wil jou vrij laten om te bepalen wanneer jij contact met hem hebt, maar hij wil ook graag jullie band verbeteren..
Je moeder heeft uitgelegd dat ze het contact tussen jou en je vader belangrijk vindt, maar dat ze het ook belangrijk vindt dat naar jou wordt geluisterd.
Ik vind het ook heel belangrijk voor jou dat de band tussen jou en jouw vader verbetert. Ik heb gezien dat jij heel belangrijk bent voor jouw vader en ik gun jou dat jij dat ook voelt. Daarvoor moet er wel wat veranderen in de manier waarop jullie contact hebben. Jouw vader toonde zich in het gesprek met mij gemotiveerd om de situatie te veranderen en hier hulp bij te zoeken. Een verandering kost tijd, dus het gaat misschien niet snel, maar ik hoop dat jullie samen een vorm van contact vinden die prettig is voor jullie allebei.
De regeling die nu tussen jullie geldt, past niet meer bij jullie situatie. Ik heb daarom besloten dat er nu geen vaste regeling meer geldt voor het contact tussen jou en je vader. Je mag dus zelf beslissen wanneer je contact hebt met je vader. Ik hoop wel dat je met je vader in gesprek gaat om samen te onderzoeken of jullie jullie band kunnen verbeteren en te onderzoeken welke vorm van contact wel bij jullie past.
Ik heb besloten dat ik niets verander aan het gezag. Jouw ouders houden dus samen het gezag over jou. Ik heb dat zo besloten omdat ik het belangrijk vindt dat allebei jouw ouders een rol blijven spelen in jouw leven. Ik heb gezien dat jouw ouders het moeilijk vinden om goed met elkaar te overleggen. Ik begrijp dat dat lastig is voor jou, maar ik vind het beëindigen van het gezamenlijk gezag niet een goede oplossing voor dit probleem. Ik heb jouw ouders gevraagd rechtstreeks met elkaar te overleggen en jou en jouw broer hier niet meer bij te betrekken.
Jouw ouders ontvangen van mij een beschikking waarin ik hetzelfde vertel als in deze brief. Zo weten jouw ouders ook wat ik heb besloten. Ik wens je veel succes verder!
Met vriendelijke groet,
De kinderrechter

Beslissing

De rechtbank:
*
bepaalt dat er geen zorgregeling geldt tussen de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats] , en de vader;
*
neemt geen ambtshalve beslissing over het gezag naar aanleiding van de informele rechtsingang;
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, kinderrechter, bijgestaan door
mr. A.J. Klootwijk als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 23 december 2025.